Imponerend

De website van het kunstfestival in onze wijk staat sinds kort online. Je kunt kijken op www.somerlustfestijn.nl maar ik heb liever niet dat je dat doet. Het is een mooie site, daar niet van en alles staat erop, maar een foto van mij ontbreekt. En mijn jaartal is verkeerd, 1968 moet het zijn. Dit is het jaar dat ik 50 word. Dat weet toch iedereen?! Wat ik niet ga vieren, maar dat is weer een heel ander verhaal.
Als een van de deelnemers van het festival mag ik meedoen aan de Literaire Salon waarvan alleen al de hoofdletters mij imponeren. Aan het ‘boekenpraatje’ doen ook schrijvers mee die echte boeken hebben gepubliceerd. Ik zou trots willen zijn, maar focus mij liever op het feit dat zij wel op tijd een foto hebben ingeleverd en ik niet. Dat is vast ook de reden dat zij wel gepubliceerd hebben en ik niet. Om het goed te maken, mailde ik vanmorgen nog voor het ontbijt, (‘Maham, waar zijn de boterhammen,’ puberden de kinderen erop los) een foto naar de organisatie. Met nog haar van vorig jaar, maar goed.
Onder de foto’s staan korte stukjes over de schrijvers, bij de ene lees ik dat zijn verhalenbundel goed ontvangen is. Ik heb mijn stukje zelf geschreven en neem aan dat de echte schrijvers dat ook hebben gedaan. Je kunt dus over jezelf schrijven dat je boek goed ontvangen is. Mocht dat bij mij zover komen, dan ga ik dat natuurlijk niet doen. Dan heb ik het over de tikfouten die er toch nog in staan, een personage wat net niet goed genoeg is uitgewerkt, een saaie verhaallijn… Het is maar hoe je het bekijkt.

 

Jarig

Ha broer,
Vandaag zou je jarig zijn geweest. 48 Kaarsjes op een heule grote slagroomtaart. E en ik, misschien hadden we je opgehaald en had je je verjaardag bij ons thuis gevierd. In de grote stad, in ons huis waar je nooit geweest bent, maar altijd zult wonen. Puberzoon en puberdochter hadden voor je gerend en gedraafd met chips en cola, dat weet ik zeker. Want ook al hebben ze je niet gekend, ze weten als geen ander wie je was. Ze lachen met ons als we telkens weer dezelfde anekdotes over je vertellen. Dat je nooit naar bed wilde, ‘Gister al gedaan’. Of dat je steevast eerst cola en dan cassis wilde drinken en als we je dan vroegen: ‘Hoe noemen wij dit gedrag?’ dat je dan grijnzend zei: ‘Dwangmatig!’
Ja, die grijnslach, die mis ik nog het meest. En het ongecompliceerde in het nu zijn. Ik zou er een standbeeld voor willen oprichten, voor mensen die anders zijn en hoeveel je daarvan kunt leren. Ik zou willen dat ik daar veel vaker bij stilstond, maar de dagen overspoelen mij met pubergesodemieter en relatiesores.
Kijk je daar nu zitten broer, onder de slingers, naast de ballonnen. Je hebt een stoer spijkerjack aan, bent geschoren en hebt voor de feestelijke gelegenheid lekkerroek op gedaan. Samen met je neef en nicht blaas je de 48 kaarsjes uit. Papa geeft je je zoveelste puzzel cadeau en mama heeft een nieuwe pet voor je gekocht. Als een kind zo blij pak je je cadeaus uit, neemt af en toe een slok cola en propt je mond vol taart. Ik ga even heel dicht naast je zitten, veeg wat slagroom van je kin en vraag om een knuffel. Vooruit dan maar, zeggen je ogen. Heel even sla je je armen om me heen en ik voel dat het zo moet zijn. Als ik weer eens opgesloten zit in mijn eigen hoofd, in mijn eigen leven, zal ik met een grijns op m’n gezicht aan je denken.
Dikke smok, broer!