Barbie

Maaike was negen jaar, tien misschien. Haar Barbie was haar heldin. Met lang blond haar, korte roze jurkjes en hoge hakken. Oeverloos kleedde ze Barbie uit en weer aan en kamde haar haren met een speciale Barbie-borstel. Haar eigen haren kammen, dat vond ze nog moeilijk. De achterkant, daar kon ze niet goed bij. De moeder had er geen zin meer in. Altijd maar die knopen en die klitten. De moeder trok haar jas aan, wees naar de houtje touwtje jas en zei dat het best wel mee zou vallen. Maaike stopte Barbie in haar zak. Ze liepen een paar honderd meter naar links, over het voetpad aan de overkant van de weg, naar de plaatselijke kapper. De kapper had een bijzondere naam die ze niet kon onthouden. Hij vroeg hoe ze haar haar wilde. Ze liet hem haar Barbie zien. ‘Knip er maar een flink stuk af,’ zei de moeder. Maaike kreeg een kapmantel om, stopte Barbie eronder en aaide bij elke knip van de schaar Barbies lange haren. Toen de kapper klaar was, weigerde ze in de spiegel te kijken. Dat was ook fraai zei de moeder, het zat echt mooi, ze kon toch wel even kijken? Maaike wreef over haar blote nek, begon te huilen en hield er niet mee op. Dan moest ze maar doorlopen naar de oma, zei de moeder. De oma hoorde haar kleindochter al van verre aankomen. Ze wachtte haar op en nam haar mee naar de grote ovalen spiegel in de gang. Heel dicht ging ze achter Maaike staan en zei: ‘Doe je ogen maar dicht.’ Dat deed ze en haar oma hield ook nog haar handen voor de dichte ogen. Toen mocht ze kiezen, eerst de handen weg en dan de ogen open of andersom. Ze koos andersom en deed een voor een haar ogen open. De handen van oma bewogen in slow motion opzij. Er stond een jongen voor de spiegel.

Plaats een reactie