Gramieteg

Ik heb mama wel eens gevraagd of ik nog een gezonde broer of zus kon krijgen. Al was het alleen maar om daar ruzie mee te maken of de baas over te spelen. Ik probeer dat wel bij Bart, dan gris ik bijvoorbeeld snel het grootste stuk taart voor zijn neus weg als we een verjaardagsfeestje hebben. Maar dat ziet hij niet eens. Oma Barbertje, die ook op de verjaardag is, ziet het wel, zij ziet sowieso alles. Ze houdt haar mond in een piepklein lachje, daaraan kan ik zien dat zij het ook heeft gezien.
  Ik moet ineens denken aan de manier waarop ze haar haar kamt. Ze doet dat aan de eetkamertafel met haar ogen dicht. Ze haalt een kastanjekleurige kam waarvan de tanden aan de ene kant veel dichter bij elkaar staan dan aan de andere kant, met gramietege bewegingen die helemaal niet passen bij de lieve vrouw die ze is, door haar permanent. Ik vraag haar weleens of ze haar ogen open wil laten, maar hoe hard ze ook probeert, bij elke kambeweging gaan ze automatisch dicht. Alsof ze zichzelf niet wil zien in een spiegel die er niet is.
  Ook in bad probeer ik Bart wel eens boos te krijgen. Doordeweeks en in het ene weekend poedel ik er alleen in, maar in het andere weekend klotsen we samen. Als ik het kleine oranje visje waar water uitkomt als je erin knijpt van hem afpak, geeft hij me ook nog het paarse badeendje en zegt lachend: ‘Paarse cassis-kleur voor Maaike.’ Dat is ook nog een heel verhaal, Bart en zijn kleuren, maar dat komt nog wel een keer.
  Gooi ik per ongeluk expres zijn boterham met hagelslag op de grond en roep ik ‘Kijk mam, wat Bart heeft gedaan’, dan lacht hij gewoon en zegt mama dat ik motblik en veger uit het aanrechtkastje moet pakken.
  Nou ja, die gezonde broer of zus, die is er niet gekomen. Ik zou een keer ruzie kunnen maken met mijn beste vriendin Lotte, of met papa of mama, maar dat durf ik niet. Misschien moet ik juist blij zijn dat ik geen ruzie kan maken. De meeste mensen willen toch vrede? Tenminste, daar zingen ze in de kerk altijd over.

Plaats een reactie