Grimmig sprookje

Er was eens meisje dat Winnie heette. Misschien was Verliesie een betere naam geweest, maar achteraf is het altijd makkelijk praten. Het meisje werd geboren in een rijke, vooraanstaande familie, in een statig pand met een dubbele voordeur. Haar vader was zo blij dat hij na vier zonen toch nog een dochter kreeg, dat hij haar reuze verwende. Hij nam haar mee in de automobiel naar de winkelstraat in de grote stad en kocht jurkjes met ruches en stolaatjes van bont voor zijn liefste prinses.
Als eerste meisje van haar familie ging ze naar het gymnasium, daar bleef ze wel een keertje zitten, maar daar deed niemand moeilijk over. Verkering had ze ook af en toe, met echt leuke jongens daar niet van, eentje wilde zich zelfs maar wat graag met haar verloven, maar de prins op het witte paard zat er niet tussen. Tot er een knappe boerenzoon met een dikke bos krullen langskwam, die haar om verkering vroeg. Ze trouwden, ze ging op zijn boerderij in een schilderachtig dorpje wonen en al snel werden er een dochtertje en een zoontje geboren waar Winnie, inmiddels een jonge vrouw, het maar druk mee had.
Jaren ging alles goed, de kinderen zaten netjes op het vwo en de boerderij liep voorspoedig, maar toen kwam de ziekte langs. Een borst eraf en bestraling als toetje. Winnie kwam er weer bovenop en wist meteen: ‘Ja, zo zit het leven dus in elkaar.’
Haar haar werd grijs, de rimpels in haar voorhoofd dieper, de boerderij werd verkocht en samen met de boerenzoon, ondanks zijn inmiddels kale kop nog steeds een knapperd, verhuisde Winnie naar een praktisch appartement met uitzicht op een kaarsrecht kanaal. Er kwam een kleinzoon, drie kleindochters en tja, zoals dat gaat in het echte leven, het kon niet al te lang feest zijn. De ziekte diende zich weer aan. De andere borst eraf, geen toetje deze keer gelukkig. Winnie kwam er weer bovenop. Ze werd nog ouder en nog taaier. En wist nog beter hoe het echte leven in elkaar zat.
Toen bleek dat ze een groot risico liep om de ziekte opnieuw te krijgen, kon ze dat er ook nog wel bij hebben. Diep zuchtend, dat wel. Voor de zekerheid liet ze al haar vrouwelijke organen weghalen en leefde verder. Alsof ze onkruid was, wat niet kon vergaan. Ze verging ook niet. Zelfs niet toen de ziekte tegen alle regels van de logica in, zich toch in haar weggehaalde lichaamsdelen had genesteld. En toen? Niemand die het weet.
Het is nu vooraf en vooraf is het moeilijk praten. Of Winnie nog lang en gelukkig zal leven, wie zal het zeggen? Eén ding is zeker: haar ouders hebben haar precies de juiste naam gegeven.

Plaats een reactie