Hij heeft de sleutel nog. Heeft ze nooit teruggevraagd en hij was te gekrenkt om ’m terug te geven. Hoe lang is het geleden dat hij hier is geweest. Bijna anderhalf jaar? Kom ’s middags maar, dan ben ik er niet, stond er in haar app.
Zijn naam staat nog op de voordeur, onder die van haar. Heeft ze niet weggehaald, vindt hij niks voor haar. Door het raam naast de voordeur ziet hij zijn koffer al klaarstaan. Vol butsen en krassen van hun gezamenlijke reizen. Ze wil zeker niet dat ik verder het huis in ga, vult hij in.
Hij draait de sleutel twee keer naar rechts, veegt zijn voeten op de droogloopmat en kijkt discreet de gang in. Alsof hij hier eigenlijk niet mag zijn, een vreemde op bekend terrein of een bekende op vreemd terrein, daar komt hij zo gauw niet uit. De deurklink naar de woonkamer maakt nog hetzelfde krakende piepje, in een van de vierkante tegeltjes boven het aanrecht herkent hij de barst, de fluwelen gordijnen die hij haar gunde zijn net niet helemaal open… Maar er zijn ook dingen veranderd, op de plek boven de bank, waar altijd een uitvergroting hing van hun schaduwen op een palmbomenstrand, hangt nu een zwart-wit portret van twee ineengestrengelde handen.
Er is een ander. Plompverloren had ze het gezegd. En voor hij het wist, zat hij op een flatje aan de andere kant van de stad. Tussen de dozen. Hij dacht dat hij alles had meegenomen, maar in zijn verdriet was hij de berging in de parkeergarage vergeten. In wandrekken van vloer tot plafond had zij daar al hun reisspullen opgeborgen. Altijd maar onderweg, daar willen zijn waar je niet bent, het was meer haar ding geweest dan het zijne. Maar nu moet hij echt op reis. Hij is uitgenodigd om naar Blackpool te komen, om zijn nieuwste trucs te promoten op een groot goochelaarscongres. Hij vindt het nog steeds moeilijk te geloven, dat dat zijn werk is, goocheltrucs verzinnen. Alhoewel hij zich altijd thuis heeft gevoeld in de wereld van de magie.
Hij hangt de foto ietsje scheef en laat de deurklink nog één keer piep-kraken. Dan tilt hij de koffer op. Deur op slot. Sleutel door de bus. De hoek om. De koffer bungelt in zijn hand. Even geen bagage.