
Mei 1963, een zomerse zondag. Een jaar of twintig is ze nog maar. Hij iets ouder. Ze zijn een middagje op pad, met vrienden naar het Zuidlaardermeer. Een stukje wandelen, daarna gaat hij haar trakteren op een kop koffie bij De Gouden Leeuw.
Zal hij haar ten huwelijk vragen? Hij denkt er wel over. Maar twijfelt of ze bij zijn familie past en of hij wel goed genoeg is voor die van haar. Zullen ze kinderen krijgen? Hij wil graag een zoon, voor later op de boerderij. Maar een dochter, daar zou hij net zoveel van houden.
Een jongen en een meisje, dat heeft zij het liefst, maar eerst samen iets opbouwen. Ze fantaseert over hoe het zal zijn met hem. In een eigen huis waar ze kunnen doen en laten wat ze willen. De kerkdienst misschien eens overslaan. Chinees halen op een doordeweekse dag. Of met het vliegtuig op vakantie naar een warm land.
Hij verwacht dat het fijn is, als hij thuiskomt van het melken en zij er al is. Dat ze de dag samen doorspreken en plannen maken voor als hij weer vrij is.
Wat is hij toch knap, droomt ze, slim ook, ruimdenkend. Ze passen goed bij elkaar. Maar ook weer niet te.
Hij omarmt haar nog iets steviger. ‘Klik’, zegt de camera. Ze is anders dan alle andere vrouwen die hij kent, daar is hij voor gevallen. En ook voor haar humor en directheid. Ook al is het soms een beetje te.
Wie weet zijn ze over vijftig, zestig jaar nog samen. Laten ze hier, precies op deze plek aan het Zuidlaardermeer weer een foto maken. Met alle kinderen en kleinkinderen erbij.
Beter niet te ver vooruitdenken, je weet maar nooit.
Kostelijk! En uit het leven gegrepen. En inderdaad: je weet maar nooit.
LikeLike
Zo is het maar net.
LikeLike
het gaat vast over paps en mams….toch? Heerlijke verhalen Ingrid, ik smul ervan!
LikeLike