Op de openbare weg mag hij nog niet rijden, hij is pas dertien. Maar hier op het erf en op het land doet hij het wel. Samen met zijn vader koppelt hij de vlakmaker aan de trekker. Vanuit de schuur rijdt hij het land op, zijn ogen glimmen. ‘Niet te dicht langs de kanten, jongen’, roept zijn vader hem nog na.
Binnen is zijn moeder bezig met z’n jongere broer. Ze kleedt hem aan – de pyjamajas uit doen kan hij zelf – en haalt nieuw drinken voor hem. Tevreden gaat de jongste broer weer liggen in het bed dat in de kamer staat en kijkt op z’n tablet.
De grond is vlak genoeg. Hij zet de rode Case trekker in de schuur en loopt de boerderij in. Op het Kabouter Plop dekbed kliert en lacht hij wat met zijn broer. Soms kan hij met hem buitenspelen op de trampoline of zwemmen, maar dat is niet zo vaak. ‘Mijn moeder kan goed met hem praten, maar ik kan hem beter verstaan.’
In zijn eigen kamer speelt hij een videospel waarbij hij boer is en trekkers en machines koopt. Daarmee bewerkt hij het land om geld te verdienen. Van alle spellen die hij heeft, speelt hij dit spel het allermeest. Hij heeft al 8 miljoen verdiend. Natuurlijk wordt hij later boer, net als zijn vader en zijn opa. En zijn broertje gaat dan naar een huis voor kinderen net als hij. Daar kunnen ze wonen, koken, alles doen.
Hij gaat verder met oogsten op de Playstation, de combine scheidt de korrels van het stro. Dat wilde hij wel heel graag, samen met zijn broer een boerderij.