Ha broer,
Ben ik alweer. Papa is weer thuis gelukkig. Ik heb hem nog niet gezien, maar kreeg een foto waarop hij achter een rollator loopt. Moest ik van huilen. Je haalt je schouders op zie ik. Nou ja, misschien is het ook niet zo erg. Zolang hij maar van ons houdt. En dat doe ie, want hij stond op het antwoordapparaat en zei dat het prima was dat ik dit weekend niet kwam en dat ik goed voor mezelf moest zorgen. Moest ik weer huilen. Je haalt weer je schouders op zie ik. Saai zeker, dit?
Nou, iets grappigs dan? Van de week is de telefoon van je neef gestolen. Bankpas, OV-kaart en gloednieuwe ID, alles zat erin. Hij ging hardlopen in het Oosterpark, in z’n mooie Ajax-shirt, en had de telefoon in z’n jas bij de fiets gelaten. Heel stom ja, maar goed, dat snapt ie nu zelf ook wel. We konden op de computer zien waar de telefoon was: op een druk kruispunt, Ceintuurbaan-Ferdinand Bolstraat. Daar reden we vroeger samen met mama met de tram ook wel eens langs, op weg naar het terras van l’Opera op het Rembrandtplein, weet je nog?
In ieder geval, je neef en ik, we gingen samen zoeken, op de stoep, in de tramrails en zo. Hij ging zelfs met een zaklantaarn in de prullenbakken schijnen. Net een zwerver, haha. Maar niks gevonden helaas, hij heeft een nieuwe besteld op internet.
Nu we steeds niet in de winkels mogen komen, bestellen we daar van alles. Weet je wat je zwager heeft gekocht? Een wasmachinemat. Ik wist niet eens dat dat bestond. Als je wasmachine hard trilt, kun je die mat eronder liggen en dan maakt het minder herrie. Maar daarvoor heeft je zwager hem niet gekocht. Hij heeft een koelkast vol wijn. Hele dure wijn. Dúúúúr, ja. En elke keer als die koelkast aanslaat, schudt ie een piepklein minibeetje en dat is niet goed voor die hele dúúúúre wijn. Wordt ie zúúúúr van, denk ik. Dus nu ligt die mat eronder.
Het is fijn om het even met je te hebben over zulke onzinnige dingen. Dikke smok!
Maand: maart 2020
Liefde in tijden van
Ha broer,
Ik heb een tijdje niks van me laten horen, nee. Omdat ik niet wist hoe het moest. En omdat ik het niet kon. Het is vreemd allemaal. Heeft iemand jou wel verteld hoe de wereld er nu uitziet? Alsof iemand dat ook weet… In ieder geval, ik wil het er wel even met je over hebben eigenlijk. Je mag bijna niet naar buiten, je moet anderhalve meter afstand houden en als je een keer hatsjie niest moet je gelijk binnenblijven… Oh, vind je dat saai allemaal? Je wilt weten hoe het papa en mama gaat. Ja, dat kan ik ook een stuk beter uitleggen. Gister was ik met mama naar het ziekenhuis voor haar tweede kuur, ik ging niet mee naar binnen, dat mocht niet. Maar toen ze klaar was, vertelde ze dat er een hele lieve zuster was oet ‘t Knoal die vond dat ze zo’n mooi accent had. Op weg naar huis hebben we nog erg gelachen om Brigitte Kaandorp op de radio. Die heeft pas echt een heel zwaar leven. Ja echt heel zwaar. Moeilijk, moeilijk, moeilijk. Of in jouw woorden heul moeke.
Pap ligt nog in het ziekenhuis, morgen gaat hij naar huis. Dan gaat ie in een bed in de kamer. Ik moest er best om huilen, maar jij vindt het vast grappig. En handig is het zeker. Hoeft ie ook niet meer traplopen en kan ie vanuit zijn bed lekker tv kijken, ik denk naar Chateau Meiland, met die hysterische homo. Homo ja, dat mag ik best wel zeggen. Er komen mensen om hem te helpen met wassen, aankleden en medicijnen en zo. Eigenlijk net zoals bij jou. Precies-dezelfde-als-net-zo-één.
Nou broer, dat is het wel zo’n beetje. Ik weet ook niet hoe het verder gaat. Maar je hoort gauw weer van me. Dikke smok.
De oudste en de jongste
Al die jaren hadden ze elkaars bestaan voor kennisgeving aangenomen. Zoals dat eenmaal ging met broers en zussen. Die waren er gewoon. Maar nu, na bijna 70 jaar oudste broer en jongste zus zijn, was het gewone eraf.
Elf jaar zat er tussen, samen opgroeien, dat hadden ze niet gedaan. Toen zij op de lagere school begon, was hij al klaar met de ulo en toen hij trouwde, was zij nog een bakvis. Zijn dochter was bruidsmeisje geweest bij haar huwelijk, een zwarte jurk hadden ze allebei aangehad, hij zag het nog zo voor zich.
Ze schonk hem een kop thee in, met een klein schepje suiker en wachtte tot hij te lang ging roeren. Toen ze nog met alle broers en zussen samen op de boerderij woonden, had ze zich vaak gestoord aan dat geroer, nu gniffelde ze erom. Ze wees hem op het laatste schilderij dat ze had gemaakt, een Gronings landschap met veel blauw en groen. Hij vond er eigenlijk niet zoveel van, lachte vriendelijk. Samen stonden ze stil bij de spullen die zij al die jaren geleden van thuis had meegenomen: de porseleinen pop die van hun moeder was geweest, de spiegel die altijd bij hun ouders in de gang had gehangen… Of hij die zeis van pa nog had, vroeg ze.
Hij knikte, keek haar aan en klopte op het kussen naast hem op de bank. Ze ging zitten. Stoef tegen hem aan.