Liefde in tijden van buiksnorren

Ha broer,
Wekenlang zittenhangenliggen je neef en nicht al in hun slaapkamers, komen er af en toe even uit om de koelkast open te doen en vooral de la eronder, die vol ligt met snoep en koek. En chips die je zwager opeet als ik allang in bed lig.
Je nicht heeft een opdracht gemaakt over de oorlog, toen papa nog een kleuter was. Hij heeft wel eens verteld dat hij de Duitsers voor Poepen uitschold. Vind jij vast ook heel erg grappig. Haar verslag ging over de verschillen tussen stad en platteland. Voorop stond een afbeelding van een schilderij met een heidelandschap, dat schilderij had iemand uit het westen destijds met opa nog geruild voor een zak graan. Vroeger hing ie bij opa en oma in de wc, weet je dat nog? Jee, wat was het daar koud, vooral als je moest poepen. Ja, alweer poepen ja.
Je neef moest een verslag schrijven over Kees de jongen, een boek over een Amsterdamse jongen van heel lang geleden, opa en oma waren toen nog niet eens geboren. Hij had hier en daar wat bladzijden gelezen en ik het hele boek. De vader van Kees gaat steeds meer en harder hoesten net zo lang tot ie dood is. Daar werd ik verdrietig van, maar je neef fleurde me weer op toen ie me zijn buiksnor liet zien. Ik had trouwens een 8 voor het verslag.
Je zwager zit nog steeds de hele dag te bellen over supercircles en expert leads en vandaag zei hij dat dat misschien het hele jaar nog wel gaat duren.
En ondertussen ben ik weer bij pap geweest. Het was echt gezellig, alsof we weer op cruise waren en samen door de Noorse fjorden voeren. Alleen was ik nu de enige die aan de borrel was. Er waren nootjes uit een soort kerstpakket wat nu coronapakket heet. Ik vond ze heerlijk en pap zei: ‘Kinst die de koezen wel kapot haauwen.’
Nou, tot gauw hè?

Plaats een reactie