Curry comb

undefined

Daar reed ze, de fietskrat met een tie-wrap vast aan de voordrager. Flesje water, telefoon, ID en twee pennen in een linnen tasje erin. Ze suisde langs de Amstel, over het Rokin, het Spui op en sloeg een weg te laat rechtsaf. Snel wilde ze de eerste de beste steeg induiken, ze zag nog net hoe ie heette – Roskamsteeg – en vroeg zich ook nog een split second af wat het Engelse woord voor roskam was, maar haar voorband raakte de stoeprand. Terwijl haar fiets onderuit schoof, sprong ze zelf met een atletische boog de stoep op. De krat zat nog vast. Niets aan het handje.
Haar moeder, die een stukje achter haar fietste, zag het razendsnel en in slow motion gebeuren. Het deed haar denken aan haar geboorte, net iets meer dan 15 jaar geleden. Ook toen was het net alsof ze met een krachtige boog de aarde op sprong. Oogjes dicht, vuistjes geklemd.
Net zo zou ze nu het examen maken, daar vertrouwde de moeder op.  ‘You are ready’, had de docent gezegd en de moeder herhaalde het nog maar eens: ‘Je hoeft maar drie woorden onthouden.’ De dochter rolde met haar ogen en verdween het gebouw in waar het Cambridge English examen op haar lag te wachten.
Ik ben er helemaal niet klaar voor, dacht de moeder terwijl ze door de stille stad naar huis fietste. Grip krijgen, weer iets om los te laten.

Genoeg geweest

{Brieven aan mijn vader}

Het is meer dan een maand nu, pap, je bent lang genoeg weggeweest. Het is tijd dat je me weer belt, dat je moeizaam en opgetogen uit de bank opstaat om me te omhelzen als ik langskom. Ja, het is zelfs tijd dat je me het gevoel geeft dat ik, wat dan ook, niet goed doe.
Ik weet het heus wel pap. Ik was er nota bene zelf bij. Ik heb gevoeld dat je langzaam kouder werd, geholpen om je je nieuwe blauwe trui aan te doen. Alle mensen gezien die afscheid van je kwamen nemen, huilend, respectvol, in de war. Eigenhandig de deksel dicht geschroefd. Toegekeken hoe je met kist en al over het terrashek de hal in werd getakeld, de lift in. Het gat gezien waarin je langzaam verdween en er zelf een hand aarde opgegooid. Ik ben nog weer terug geweest om te kijken of het gat wel helemaal dicht was. En in je huis gecheckt of je er misschien toch nog was. Maar je zat zelfs niet in je rookhok.
Het duurt te lang, pap. Het is tijd dat je me even vertelt wat ik met die dode blaadjes van de Japanse es moet doen, zegt wat je van mijn nieuwe jumpsuit vindt, vraagt of ik een kop thee voor in je wil schenken, ja met een beetje suiker ja, dat we toch nog een keer op een cruise gaan samen, Noorwegen hè? Dat je me belt om me te vragen hoe het met de toetsweek van je kleinzoon gaat, dat ik je kan vertellen dat je kleindochter in de hockeyselectie zit en je schoonzoon zo blij is met zijn nieuwe barbecue. Dat je hoofdschuddend luistert naar mijn verhaal over hoe ik samen met mijn vriendin een hondenaandelijn-bord uit het Amsterdamse Bos heb meegenomen. Gewoon dat, pap. Kom op. Zo moeilijk is het toch niet?

Liefde in tijden van de laatste dag

Vandaag kon ik het niet. Ik kon het niet aanzien dat je pijn had. De te harde stem van de thuishulp die je verzorgde niet aanhoren. Toen de bel ging, iemand van de apotheek met een doos luiers, kon ik niet opendoen. Toen de bel weer ging, een lieve schoonzus die haar vergeten tas kwam ophalen, kon ik niks zeggen. Toen de bel weer weer weer ging en er een nieuwe thuishulp op de stoep stond om, ja om wat eigenlijk, kon ik haar niet wegsturen noch binnenlaten.
Ik vluchtte naar boven en belde. ‘Het geeft niet dat je het niet kunt’, zei ze. En ze zei nog: ‘Je hoeft het ook niet te kunnen. Het kan gewoon niet. Vandaag kan alles gewoon niet.’
De huisarts kwam, zoals afgesproken. Ze was helder en serieus en ging met een stopwatch in de keuken zitten. Je ademhaling werd regelmatig, je gezicht ontspande, je handen lekker warm. Mijn nieuwe broer en ik zaten bij je. En ik pakte mijn eerste broer er ook bij. Ik kon dit. En jij kon het ook.
Vandaag ga ik je even bellen om dit allemaal te vertellen. En als je niet opneemt, schrijf ik het op.