CQ 2020, dag 13 gaat over tijd

Voorwoord
Het woord eigenlijk gebruik ik naar mijn smaak te vaak en toch heb ik het nodig. Daniël Lohues legt dat vandaag in het Dagblad van het Noorden haarfijn uit. Zijn moeder zei altijd dat je eigenlijk het woord eigenlijk niet moet gebruiken. Eigenlijk noemt Lohues, zonder dat het een Drents woord is, ook wel weer heerlijk Drents. Gronings vul ik hier even aan. Niet helemaal precies zeggen wat je bedoelt, maar toch.

Ik hoor het de mensen nu al zeggen: ‘Nou, die dagen in thuisquarantaine, dat viel achteraf allemaal toch best mee?’ Dat ene woord, achteraf, dat is precies het probleem. Achteraf valt altijd alles mee. Dat geldt overigens ook voor vooraf. Voor en na heb je gewoon makkelijk praten, dan zit je er tenminste niet middenin. Leven in het nu, bah. Geef mij maar voorpret. En napret.
Femke van der Laan, de weduwe van Eberhard, heeft een column in het Parool die ik altijd nijdig lees. Doe het dan niet, zou je zeggen, maar dat gaat niet. Ze schrijft voornamelijk korte zinnetjes, dat vind ik stom. Ze heeft die column alleen maar omdat ze de vrouw van was, dat is nog stommer. Maar het stomst is natuurlijk mijn afgunst. Vandaag begint haar stukje zo:
Ik moet binnenblijven. Tien dagen. Voor de zekerheid. Het is nog maar dag vier. Ik zit in de vensterbank te kijken naar…
Het is allemaal te stom voor woorden.
Vlak voordat ik gisteravond naar bed ging, overviel me een plens vaderverdriet. Ik hoefde alleen maar even naar de amaryllis te kijken die op punt van uitkomen staat en bam. Man E troostte warm. Tienerzoon gaf me de zegelring die hij van zijn opa kreeg te leen en tienerdochter zette een kop rooibos voor me. Dat hielp allemaal niks, in het midden van het verdriet. Achteraf hielp het alles. Ik bedoel maar.
13 kilometer rende ik vandaag maar liefst. Tienerzoon- en dochter renden aanzienlijk minder, maar wel veel harder over het voetbal- en hockeyveld. Na afloop stopte ik twee Ajax shirts in de wasmachine. Volgende week komt mijn FC Groningen shirt, waar ik bijna 3 maanden op heb gewacht. Ik verheug me erop ze gedrieën aan de waslijn te hangen, nummer 10 in het midden.
Woorden van de dag die de spellingscontrole niet kent, maar WF blijkbaar wel: grout, quena en bei, met dank aan neef J.
Woord van de dag met betekenis: toges met dank aan vriendin Y.

Nawoord
Of zoals man E het noemt nabrander, een woord dat eigenlijk te wanstaltig is om niet te gebruiken. Morgen ga ik van de flexibele quarantaine zoals ex R het raak omschreef, over in de gedeeltelijke lockdown. Ik ben benieuwd wat dat betekent voor dit dagboek.

CQ 2020, dag 12 gaat over het geweten

Ergens is er iets misgegaan met tellen. Want vandaag is de een na laatste dag van de thuisquarantaine. Dan is het tien dagen geleden dat tienerdochter klachtenvrij was en heeft covid bij ons dus nauwelijks – gekruiste vingers – huisgehouden. Al die tijd komen schoonmakers L en E niet meer bij ons thuis en maak ik zelf het huis, of althans een deel ervan, schoon. Ik was vergeten dat dat best een bevredigend gevoel geeft. Maar die tevredenheid is slechts de helft van het verhaal. Die andere 50% is een kwestie van te beroerd zijn om het elke week zelf te doen. Ook al heb ik tijd genoeg. Dat levert dan weer opspelend geweten op en zo hou ik mezelf lekker bezig.
’s Middags haalde ik met de fiets de kettlebell op. Ik kwam in een stukje Amsterdam waar ik nog nooit was geweest, ineens stond er een paard in een weilandje naast de Schinkel (een kleine gekanaliseerde rivier leerde ik op Wikipedia) en fietste ik tot mijn grote genoegen door het Spijttellaantje. Toen bleek dat ik één L te weinig had gelezen, viel het toch een beetje tegen.
Op de terugweg reed ik een tijdje tegen het verkeer in en op de stoep, gewoon omdat mij dat beter uitkwam. Ik passeerde toch zeker vier verboden-te-fietsen borden en nog meer stoepsjablonen van kinderwagens en spelende kinderen. En toch gewoon stug doorfietsen, ook al voelde ik het knagen. Wat is dat toch? Een idee van ‘moet kunnen’? Als andere mensen precies hetzelfde doen, word ik boos. Sowieso was mijn geweten de hele fietstocht flink aanwezig; ik zat toch in thuisquarantaine, wat deed ik daar op die fiets?
Met een plakkerige rug kwam ik thuis. Dat kwam vooral van die 8 kilo ballast in mijn fietskrat. Kon ik mij wel mooi beperken tot het zoeken van kettlebell-oefeningen op internet. Dat mocht zowaar van mijn geweten.
Woord van de dag: Spijtelaantje, ook al is het een verzinsel.
Niemand heeft klachten, hond M gelukkig ook niet meer.

CQ 2020, dag 11 heeft niet echt een thema

Met dank aan vriendin B een mooi interview gelezen met Karl Ove Knausgård: ‘Juist als het stom en belachelijk voelt, begeef je je op onbeschermd, onveilig terrein. En dat is precies waar je met schrijven moet komen.’ Vooruit dan maar.
In de ochtend liep ik met hond M 5 kilometer op een behoorlijk snel tempo in het Amsterdamse Bos. Daarna deed ik nog wat anti-kipfilet oefeningen en dronken we samen water bij een van de fonteintjes. Het klimrek was bezet. Een gespierde twintiger, korte broek, bruine benen, strak sportshirt, trok zich moeiteloos op aan de bovenste sporten. Toen hij klaar was, rekte ik mezelf langdurig uit aan het rek. Dat komt zo, mijn okselkliertoilet zit mij na het sporten in de weg en als ik me zover mogelijk uitrek, zit het daar allemaal lekkerder. Mijn shirt kroop omhoog. De twintiger keek op zijn telefoon. Ik trok het shirt weer naar beneden om de vorm van mijn kont te verbloemen. Alsof zo’n knappe twintiger mij en m’n okselkliertoilet – ik vind dit zo’n mooi woord, ik moet het wel twee keer gebruiken – überhaupt zou nakijken.
Tijdens de lunch, midden in een telefoongesprek met moeder A, waarin het voornamelijk over corona, antidepressiva, staar, dermatologie, nierfalen en de dag die het vandaag ook twintig jaar later nu eenmaal is ging, begon hond M als een malloot te niezen. Omdat ze niet ophield liep ik halsoverkop naar de dierenarts een straat verderop. Spoedconsult.
€ 61,35 lichter. Precies de prijs van het kaartje voor de geannuleerde show van Danny Vera. Ik liet hond M, die stijf van de dierenarts-stress vergat te niezen, uit in het Watertorenpark achter ons huis. Terwijl zij de spanning van zich afschudde in het gras, vroeg ik mij af of ik dit corona technisch nou wel of niet had moeten doen.
Tienerdochter kwam thuis van de hockeyclub met een nieuw trainingspak. TRAINER stond er op de achterkant van het jack. Hoewel ik zelf nauwelijks weet wat ‘shoot’ is, vervulde mij dat met trots.
In een lege Johan Cruijff ArenA had de F-Side een prachtig spandoek opgehangen: 1 club 1 stad 1 vak. Het hielp niet. Ook zoiets in de dynamiek van een gezin met opgroeiende kinderen, het samen voetbal kijken is ineens passé. Man E keek vanaf zijn bureau met een scheef oog naar de wedstrijd en met een recht oog naar z’n deck over agile supercircles. Tienerdochter en ik zaten samen op de bank, tienerzoon zat boven, hij wilde alleen kijken. ‘Waarom?’ vroeg ik en man E antwoordde dat hij gewoon niet meer met zijn ouders tv wilde kijken. Weer iets om aan te wennen. Toen de wedstrijd was afgelopen en tienerzoon onder de douche stond, deed ik zijn slaapkamerraam wagenwijd open.
Woord van de dag: lijkt me duidelijk. En nog steeds geen klachten.

CQ 2020, dag 10 gaat over gedrag

Ik dacht eerst nog even dat het aan mijn huisgenoten lag of aan hond M die de laatste tijd echt veel te veel blaft, maar het bleek allemaal weer in mijn eigen hoofd te zitten. Dat hoofd of die kop kan ik beter zeggen die elke keer weer tegen dezelfde shit stoot. Elke keer dat onbegrip over dat mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. En al dat gedrag dan elke keer weer te moeten loslaten. En nu met die CQ, nu iedereen steeds maar binnen dezelfde vierkante meters beweegt, is loslaten nog ondoenlijker. Ik vond wel wat troost bij Gerbrand Bakker, mijn papieren gay best friend. In zijn dagboek ‘Jasper en zijn knecht’ schrijft hij over alles en over niks, de enige rode draad die ik kan ontwaren is zijn relatie met hond Jasper. Toch een kleine passage, ook al is het makkelijke vulling.

‘Falls Du deinen Chef suchst, der rennt da bei Max herum,’ riep deeltijdbuurman Willi. Sinds ik hem verteld heb dat hij – zonder zich daarvan bewust te zijn – de titel van dit boek bedacht heeft, refereert hij daar graag aan. Zo zelfs, dat hij zich regelmatig vergist en mij over de schutting aan spreekt met ‘Jasper’.

Aan tafel hadden we het over mijn dagboekstukjes. Puberzoon vertelde dat vriendin J een paar had gelezen. Gelezen door een 18e-jarige student Nederlands, ik voelde me vereerd. Toen ik 18 was, wist ik niet eens dat 50plus vrouwen bestonden, laat staan dat ze later mijn grootste groep lezers zouden worden. Ik overlegde met puberzoon en -dochter of het niet beter was ze tienerzoon en -dochter te noemen. Puber is, vind ik, een woord met te veel lading. Precies wat pubers zijn eigenlijk, te weinig bagage, te veel lading. Beide tieners vonden het een goed idee.
De kruidenier uit Oostzaan kwam een half uur buiten het timeslot – ik stikte van de honger – de boodschappen brengen. Ik schold man E de huid vol dat hij vergeten was tomaten te bestellen. Daar ging ik alweer met mijn gedrag. Toen hij hond M aanlijnde voor het avondrondje, riep hij vanuit de gang wat die tomaten daar op de grond deden.
Wat nog wel leuk was vandaag, was de kennismaking tussen hond M en pup B in het Martin Luther King park. Het is maar goed dat pup B zich als een olijke goedzak gedroeg, want hond M stelde zich nogal dominant en kritisch op.
Ook heb ik nog even gefantaseerd over wat de twee prinsessen A allemaal in het huis in de Peloponnesos hebben uitgespookt.
Woord van de dag: twinset. Ook al leverde het me te weinig punten op.
Laatste CQ-update: niemand van ons heeft klachten, tenminste niet corona gerelateerd.

CQ 2020, dag 9 gaat over perspectief

Een dag zoals vele andere. Het enige dat me opviel was dat mijn kijk op de dingen verschilde met die van de rest van de wereld. Maar dat had niets met het verplichte thuiszitten te maken.
Man E had een nieuw kookboek besteld, als een blij ei liet hij mij een recept van bao buns met buikspek zien. Ingemaakt mosterdblad, Shaoxing rijstwijn, vijfkruidenpoeder… En dat waren nog maar drie ingrediënten.
Hond M kwam in het Darwinplantsoen een bekende hond tegen, ze rende er vrolijk op los, maar werd compleet genegeerd. Ik zei ‘Goedemorgen’, tegen de bazin. De bazin zei ‘Gewoon lekker je eigen ding doen, Nero’, tegen haar hond. Bij thuiskomst bleek dat de pallet met geïmporteerde wijn uit Italië was zoekgeraakt. Daar dachten man E en ik dan wel weer hetzelfde over.
Morgen is het 20 jaar geleden dat broer B overleed. Dat schreef ik gisteren ook al, dus dat houdt me waarschijnlijk nogal bezig. Met zo’n gebeurtenis kun je alle emotionele kanten op. Het kwam in me op dat het voor hem de eerste sterfdag is, dat hij daar niet alleen ligt. Ik hoop dat volgende week de steen klaar is, die we voor mijn vader hebben uitgezocht. Een grote kei uit de Oostenrijkse Alpen. Taurus groen, ruw type stond er op de order. Misschien dat het plaatsen van een steen op het graf weer een stap een emotionele kant op is. Wel gek dat ik in deze stukjes iedereen benoem met de relatie ik met hem of haar heb, plus een initiaal, maar dat dat bij mijn vader niet lukt. Vader K. Nee, dat is hem niet.
Dat buikspek had mij aan het denken gezet en ik typte de zoekterm ‘50plus buikje oefening’ op google in. Voor ik het weet had ik op Marktplaats een kettlebell op de kop getikt. Jammer dat ik ’m volgende week pas mag ophalen.
Aan het begin van de avond belde puberdochter dat ze wat later thuiskwam van de hockeytraining. Puberzoon had die middag geappt dat hij nog langer op school bleef om Spaans te doen. Zie je wel, dacht ik, ze kunnen het wel, de dingen vanuit mijn perspectief zien. Tevreden ging ik op de bank onderuit en zag dat Martien Meiland een opgezette zwijnenkop van zijn dochters kreeg.
Woord van de dag: amuse of misschien toch tabak.