Elke week loop ik met hond M een rondje door de Watergraafsmeer van Amsterdam. Zo ook vandaag. We passeerden Café De Omval, een icoon in onze buurt die eind van de maand moet wijken voor oprukkende wolkenkrabbers en natuurparken van nog geen 100m2 groot. Met een van de vaste bezoekers, een oudere man met een sigaar, maak ik vaak een praatje. Hij zat buiten op een bankje te wachten tot het café openging.
‘Nou’, zei ik, ‘na vandaag gaat de horeca dicht, dus dit is de laatste dag dat je hier je koffie drinkt en de krant leest, hoe moet dat nu?’ (Ik ben geneigd te vermelden dat ik tijdens dit sociale interactietje minstens vijf meter afstand hield en dat het gisteren is, terwijl je dit nu leest.) Ik wachtte op een dramatisch antwoord, daar had ik eigenlijk ook erge zin in, maar de sigarenman zei alleen maar: ‘Dat zien we wel.’
Ik dacht over deze zin na. Dat zien we wel. Zo’n zin kan alleen maar uitgesproken worden door oudere mensen die alles al gezien hebben. Of genoeg althans.
Thuis was er wel drama. Over geen hockeycompetitie, geen voetbalcompetitie, geen zaalhockey in de winter, geen jeu de boules. Ik maakte me ondertussen druk over de steen van mijn vader. Hij zou eind oktober 80 zijn geworden. (Dit is zo’n zin die je op je eindexamen Nederlands krijgt, met ingewikkelde vragen over tijden en ontleden, waarvan je hoopt en je niet voor kunt stellen dat je het zelf ooit eens echt zult opschrijven en dat het dan ook nog de realiteit is.) Met het natuursteenbedrijf was afgesproken dat ze er alles aan zouden doen de steen voor zijn geboortedag geplaatst te hebben.
Maar, en daar ging ik weer met interpretatie en regels, zou dit dan een noodzakelijke reis zijn? Ging ik echt vijf uur in de auto heen en weer om een paar minuten op een druilerig kerkhof zonder wc en wijn naar een steen te gaan staan kijken?
Ik keek Volle Zalen terug, waarin Cornald Maas praat met ‘iconen van de Nederlandse podiumkunst’. Danny Vera was deze aflevering het icoon, hij zong over ‘I will find my way back home, where magnolia grows, where magnolia grows’. Ja, dacht ik, ja, die steen wordt mijn enige uitje van de hele maand.
Gelukkig is puberdochter klachtenvrij en mag ze vanaf vrijdag het huis weer uit. De logeerpartij is al gepland. Ik keek Notting Hill met haar. Van vriendin M kreeg ik nog meer fijne lekker- quarantainefilms-kijken-met-je-dochter tips: You’ve got mail, Sleepless in Seattle… Toen ik vannacht om half drie naar de wc moest, was puberzoon nog niet thuis. Ook de moeite van het vermelden nog waard: de joggingbroeken van man E en mij worden steeds ranziger. Mooiste WF woord van de dag: cruere. Alleen de E was maar van mij.
Ja, mooi.
LikeLike