CQ 2020, dag 11 heeft niet echt een thema

Met dank aan vriendin B een mooi interview gelezen met Karl Ove Knausgård: ‘Juist als het stom en belachelijk voelt, begeef je je op onbeschermd, onveilig terrein. En dat is precies waar je met schrijven moet komen.’ Vooruit dan maar.
In de ochtend liep ik met hond M 5 kilometer op een behoorlijk snel tempo in het Amsterdamse Bos. Daarna deed ik nog wat anti-kipfilet oefeningen en dronken we samen water bij een van de fonteintjes. Het klimrek was bezet. Een gespierde twintiger, korte broek, bruine benen, strak sportshirt, trok zich moeiteloos op aan de bovenste sporten. Toen hij klaar was, rekte ik mezelf langdurig uit aan het rek. Dat komt zo, mijn okselkliertoilet zit mij na het sporten in de weg en als ik me zover mogelijk uitrek, zit het daar allemaal lekkerder. Mijn shirt kroop omhoog. De twintiger keek op zijn telefoon. Ik trok het shirt weer naar beneden om de vorm van mijn kont te verbloemen. Alsof zo’n knappe twintiger mij en m’n okselkliertoilet – ik vind dit zo’n mooi woord, ik moet het wel twee keer gebruiken – überhaupt zou nakijken.
Tijdens de lunch, midden in een telefoongesprek met moeder A, waarin het voornamelijk over corona, antidepressiva, staar, dermatologie, nierfalen en de dag die het vandaag ook twintig jaar later nu eenmaal is ging, begon hond M als een malloot te niezen. Omdat ze niet ophield liep ik halsoverkop naar de dierenarts een straat verderop. Spoedconsult.
€ 61,35 lichter. Precies de prijs van het kaartje voor de geannuleerde show van Danny Vera. Ik liet hond M, die stijf van de dierenarts-stress vergat te niezen, uit in het Watertorenpark achter ons huis. Terwijl zij de spanning van zich afschudde in het gras, vroeg ik mij af of ik dit corona technisch nou wel of niet had moeten doen.
Tienerdochter kwam thuis van de hockeyclub met een nieuw trainingspak. TRAINER stond er op de achterkant van het jack. Hoewel ik zelf nauwelijks weet wat ‘shoot’ is, vervulde mij dat met trots.
In een lege Johan Cruijff ArenA had de F-Side een prachtig spandoek opgehangen: 1 club 1 stad 1 vak. Het hielp niet. Ook zoiets in de dynamiek van een gezin met opgroeiende kinderen, het samen voetbal kijken is ineens passé. Man E keek vanaf zijn bureau met een scheef oog naar de wedstrijd en met een recht oog naar z’n deck over agile supercircles. Tienerdochter en ik zaten samen op de bank, tienerzoon zat boven, hij wilde alleen kijken. ‘Waarom?’ vroeg ik en man E antwoordde dat hij gewoon niet meer met zijn ouders tv wilde kijken. Weer iets om aan te wennen. Toen de wedstrijd was afgelopen en tienerzoon onder de douche stond, deed ik zijn slaapkamerraam wagenwijd open.
Woord van de dag: lijkt me duidelijk. En nog steeds geen klachten.

Plaats een reactie