
Vorige week ging ik met moeder A per tram naar de Bijenkorf om een verlaat verjaardagscadeau uit te zoeken. Met zijn tweeën hingen we boven de sieradenvitrines te wijzen. Het glas werd gleersk, zou mijn vader zeggen. Van hem leerde ik overigens ook dat een iPad een gleerbret is. De jonge man die ons hielp, begon een praatje over zo-gezellig-ondanks-alles-moeder-en-dochter-lekker-dagje-stadten. Moeder A en ik keken elkaar aan. Dwars door de mondkapjes heen, zagen we elkaars grote grijns. Dit verdient uitleg: als wij samen zijn, wordt ons Gronings accent steeds zwaarder, logisch dat de mensen dan denken dat we n dag oet zijn. Terwijl, we wonen beide al tientallen jaren in de hoofdstad. Ze gaf mij mooie oorbellen en de jonge man achter de vitrine deed er nog twee tegoedbonnen voor een kop thee bij. Die leverden wij in, in de Warmoesstraat waar de patisserie-afdeling van de Bijenkorf nu blijkbaar zit. Moeder A wilde graag even uitrusten, maar mocht beslist niet op het rode bankje zitten. Ook niet een paar minuten terwijl we wachtten op de thee. In de miezer vertrokken we naar de vochtige stoep van een gesloten café tegenover het Nationaal Monument, gelukkig had moeder A haar opblaaskussen mee. We maakten er wat van. Echt. Maar de stad deed niet mee.
Weer moet ik terugkomen op die middelbare leeftijd. Na lang weigeren en kop diep-dieper-diepst in het zand, heb ik nieuwe spijkerbroek besteld. Een maat groter. Hij paste. Toen kwam ik aan de oever van de Amstel een personal trainer tegen. We maakten een praatje, de haren in zijn baard waren een tikje grijs en hij had pretogen. Ik dacht aan de erfenis van mijn vader en aan al die mogelijkheden die daar schuilen. Ik ben bang voor mogelijkheden. Toch belde ik voor een proefles.
Tienerzoon heeft weer de hele week online les, ik heb er net eentje bijgewoond. Spaans. Docent V is een digitale kluns, niet alle leerlingen komen opdagen en zoon liet me zien hoe eenvoudig het is ondertussen een spelletje Brawl Stars te spelen. Van schrik ging ik zelf het eindexamen Spaans van 2019 maken. Toen werd ik nog banger. Om gerustgesteld te worden liep ik weer naar boven. Scheikunde. Het scherm stond vol met vakjes met leerlingen erin, docent B, OMG wat was ze jong, had het over colorimetrie. Dat moest ik even opzoeken, hielp niks, maar ik voelde me wel beter.
Tot slot, nog even over de bladspiegel van de roman Mijn lieve gunsteling van Marieke Lucas Rijneveld. Geen witregels, geen dialogen, nauwelijks punten. Geen lucht, geen adem. Middels de lay-out bepaalt de schrijfster hoe ik dit boek moet ervaren. En toch doorlezen.

