
Elke dag kijk ik op Funda, op zoek naar, ja naar wat eigenlijk? Gisteren zag ik de pachtboerderij van mijn opa langskomen. Het huis in Blijham waar mijn vader van zijn 7e tot zijn 16e jaar heeft gewoond en waar mijn liefste tante is geboren. Behalve een hoop vergane glorie met nog meer grond eromheen, zag ik mijn vaders jeugd op de foto’s en hoorde ik hem weer vertellen: ‘Uit school rotzooide ik vaak wat aan op de boerderij. Ik had een paardenstal helemaal afgegaasd en daarin hield ik hele mooie sier- en postduiven. Daar besteedde ik veel tijd aan, maar op een nacht is er een kat naar binnen gegaan… aal koppen er oaf. Alle duiven lagen dood in het hok en de kat zat er nog in. Wat was ik kwaad. Ik de buurjongen van Dijkema roepen. Hij was een paar jaar ouder dan ik en had een windbuks… Nee, ik hoefde ook geen nieuwe duiven. Het was in één keer klaar.’
In klas 4E van tienerdochter zijn 9 covid-besmettingen, dus ze had een hele week thuisonderwijs om nog meer besmettingen te voorkomen. Ik dacht nog, maar zij heeft het toch al gehad? Hoe groot is de kans dat ze het weer krijgt en dus anderen kan besmetten? Maar à la. Weer een hele week binnen zitten, niet goed voor haar en ook niet voor mij. Gelukkig kon ze gisteravond weer naar het hockeyveld, gestoken in haar nieuwe uitshirt met achternaam en een grote 10. Huppelend, voor zover vijftienjarigen dat nog doen, kwam ze terug van de training en stortte zich op de bloemkool. Zij blij, ik blij.
Carré meldde per email dat het ingewikkelde theaterstuk met installaties waar man E en ik heen zouden, over twee weken alsnog doorgaat. Tijdens een fijne boswandeling wees moeder A mij op een goede recensie over het stuk. In de laatste regel staat dat Don’t loose yourself de boodschap is die je meekrijgt. Vierenhalve ster. Dikke 25 euro.
Tot slot, een Groningse mop die ik gisteren van de man van nicht M kreeg:
Hai: Wel denkst dat gait winnen, Trump of dei ander?
Zai: Ik denk Biden.
Hai: Baidn? Dat kin toch nait?