
Ik zie haar nog zo voor me, moeder A in een witte bikini met blauwe bloemen. Op een snikhete dag op een blauwe trekker. En maar heen en weer, met de breedste trekkerbanden die we hadden, met een slakkengang over een bult gras. Oom M bracht telkens weer een nieuwe lading van het land – gedroogd, geschud, geharkt – die aangestampt moest worden. Een paar maanden later, als het kouder werd, het gras niet meer groeide, sneed mijn vader dikke plakken van de bult af om er de koeien mee te voeren. Soms schimmelde het gras, dan had het landbouwplastic er niet strak genoeg omheen gezeten en was er regen naar binnen gesijpeld. Of was het gras juist te warm geworden, lees ik op Wikipedia, ook dan verrot het gras en stinkt het naar boterzuur. Stinken? Die smorende en verstikkende geur? Heerlijk! En het ruikt nog lekkerder als het, terwijl ik hond M uitlaat, ineens mijn neus binnendringt. Onder de A10 nog wel. Mijn Amsterdamse met mijn Groningse thuis vermengd.
Die werelden komen niet vaak samen. Maar afgelopen weekend had ik nog twee keer beet. Met de voorstelling van Marcel Hensema op tv en een interview met hem in de krant. Aangepast citaat: ‘Het publiek in Winschoten is niet anders dan dat in Zoetermeer of Harderwijk. En dát is Nederland. Er wordt hier vaak een beetje minnetjes gedaan over de provincie, maar de stad is juist de uitzondering. Amsterdam is een reservaat. Ik ben heel blij dat ik in Amsterdam woon hoor, en ik ben dol op de cultuur hier, maar ik vind bijvoorbeeld de programmering van de stadsschouwburg veel te highbrow. Als ik daar in de zaal zit, herken ik mezelf nauwelijks. (…) Theater gaat niet om dik betaalde directeuren of dure decors; het publiek, waar dan ook, wil gewoon mooie verhalen horen.’
En toen speelde Arjen Robben weer mee. In mijn postzegeltuin, precies in de streep zonlicht die tussen de huizen van de overburen doorscheen, lees ik een dag later het wedstrijdverslag: ‘Alleen zijn warmlopen is al genieten. De gretigheid spat ervan af. Robben zien voetballen is een genot. Door zijn manier van spelen. Zijn passie. Hard inspelen, combineren, bal vragen, bewegen, positie kiezen, aanzetten.’ Geen woord over de uitslag.
