{Brieven aan mijn vader}
Ja pap, herfstvakantie is het. Met recht de stomste vakantie van het jaar. Meestal valt de sterfdag van je zoon erin, nu alweer 21 jaar geleden. En ook de eerste officiële kankerdag van mij, 12 jaar geleden. Jouw verjaardag, 81 maar niet heus… Kortom, te veel shit om op te noemen. Eén lichtpuntje gelukkig, Mokum is jarig. Vijf jaar is ze, 35 in mensenjaren. In plaats van een verjaardagstaart, at ze tijdens de ochtendwandeling een flinke hap marathonpoep. Nou ja, altijd nog beter dan zwerverkak.
Weet je nog dat ik je vertelde dat we een hond zouden krijgen? ‘Kist wel nait wies wezen’, zei je, ‘Wat mouten joe wel nait mit n hond in Amsterdam?’
Nou, om te beginnen noemden we haar Mokum. We lieten haar langzaam wennen aan metro’s, trams en treinen. En aan vuurwerk en gehei in de wijk. We lieten haar het Amsterdamse Bos zien, de Oudekerkerplas en de zee. En als we haar meenamen naar jou, naar Winschoten, noemden we haar Sodom. En vlijde ze zich naast je voeten. Aaien en vertroetelen daar was je niet van, maar je wilde best op haar passen, als wij een weekend weg wilden. Je las ook altijd de column die ze in de wijkkrant heeft. Ze is net weer bezig met een nieuwe, ik heb stiekem even gekeken. Hij gaat over trimmen en of het wel of niet belangrijk is, dat je er goed uitziet. Als hond dan hè?
Zometeen loop ik even met haar en je kleindochter naar de dierenwinkel op de hoek. Mag ze iets lekkers uitzoeken. Zul jij wel onzin vinden, maar ik doe het toch maar.