Vannacht werd ik wakker voordat haar wekker afging. Even later hoorde ik het doorstromen van de wc, het gepoets van tanden, ritsen die werden dichtgetrokken, gefluister Ik hou van je, mam en gevloek Fuck, ik ben mijn oplader kwijt. De voordeur ging open en dicht, de rolkoffer snorde op de stoep, de auto zoefde weg. Man E bracht tienerdochter in het holst van de nacht naar Schiphol. Hij zette haar af bij vertrekhal 3 en herhaalde nog eens dat ze bij balie 28 moest inchecken. Jaha. Daar zouden nog zo’n 150 jongens en meiden zoals zij staan om naar Rome te vertrekken. Het gymnasiale hoogtepunt. Vorige week had ze de toets over cultuurgeschiedenis van Rome met glans gemaakt. Alles wist ze over Michelangelo en de Sixtijnse kapel, de hele plattegrond van het Forum Romanum kende ze uit haar hoofd. Romeinse keizers? Je hoefde haar er niks over te vertellen. Zaterdag toen moeder A en nieuwe broer R op bezoek waren, vertelde ze nog vol vuur over ‘Apollo en Daphne’, een beeld van Bernini. Die Daphne verandert in een laurierboom, uit haar vingertoppen groeien zelfs zulke blaadjes!
Maar ze is zestien en daarom lag ik wakker, ook toen ze al lang en breed in het vliegtuig zat. Ik dacht aan Nederlandse meisjes en Italiaanse jongens. Glad. Grijpgraag. ‘Lasciami’ moet je zeggen als ze je lastigvallen. Laat me met rust. Ik dacht aan de fantastische week die voor haar lag, dat ze alle Latijnse theorie nu in het echt ging zien. Druk en gezellig met vriendinnen ging liggen keten op een hotelkamer. Keten? Mam? Kom op zeg. Pizza’s en cappuccino’s bestellen. Wie weet nog een echt Italiaans vintage shirt kopen. Ik dacht aan jong zijn.
Nog vier nachten, dan staat ze in de aankomsthal. Met een hoofd vol verhalen over hoe de Latijnse geschiedenis er in het echt uitzag, over onderling drama, teruggestuurde leerlingen en te weinig slaap. Meer nog dan zij zou willen vertellen, zou ik alles willen weten. Lasciami, mamma.