Zondag – Koffiekan-publiek

Mijn XXX6 shirt is helaas nog niet gekomen. Gelukkig scoorde Álvarez de gelijkmaker tegen Vitesse. Hij woonde eerst in onze wijk, maar is verhuisd. Aan de foto’s die Tagliafico op Insta post, zag ik dat híj nu in de buurt woont. Dit niet terzijde. Ik kreeg van mijn Ajax-buurvrouw en haar kinderen een bidon in de vorm van een Amsterdammertje. Kan ik op de afdeling fijn mijn identiteit wat benadrukken. Hoezo ben ik hier eigenlijk liever een Amsterdammer dan een Groninger? Wel terzijde. 
Het weekend? Hoe was je weekend? Het was vol en moe en fijn met man E en kinderen. Met een BBQ in het park, met de ouders van het oude voetbalteam van tienerzoon. Sommige jongens ken ik al vanaf de E’tjes denk ik en nu zitten ze bij een studentenvereniging, rijden ze motor en hebben ze een tattoo. Zowel bij de BBQ als ook aan het hockeyveld waar tienerdochter speelde (2-2 tegen de koploper, soms zijn cijfers toch belangrijk), uitleggen wat er met mijn arm is gebeurd. Ik weet niet altijd hoe dat moet. Als iemand naar mijn ingezwachtelde arm wijst en vraagt gebroken?, zeg ik soms ja. Als ze naar mijn kous wijzen en vragen, goh wat heb je?, kan ik het hele verhaal vertellen of zeggen blessure. Het wisselt een beetje. Maar nu had ik natuurlijk een goed verhaal met twee weken ziekenhuisopname.
Kanttekening, de ouders van de tegenstander (club uit Amsterdamse Bos = Oud-Zuid = alles is maakbaar of te koop) kwamen me na een week Friesland nog vreemder voor dan anders. Het commentaar was niet van de lucht. De scheids werd ter verantwoording geroepen en ook de speelsters scholden. Geaffecteerd. Niet te grappig willen doen, Ingrid.
Er was het Songfestival met de tienerdochter en een schotel vol caramelchocola en chips. Er was de tienerzoon met belevenissen over het gala. Er was het eigen bed. Zelfgemaakte cappuccino. Er waren warme armen, roti en rosé.
Toch zat het oedeem en vooral ook de psychische kanten ervan boven in mijn hoofd. Ik was bijna de sterfdag van mijn vader vergeten. Foei? Nee, valt wel mee, want ik heb het hem even gevraagd en hij had er alle begrip voor. Most nou eem aan die sulf denken. (Sorry voor de spelling maar ik heb mijn Nieuw Groninger Woordenboek van K. ter Laan niet mee.)
Vanaf een uur of twee kom ik in de terugga-modus. Ook prima. Eén week is niet genoeg. Wat zeg je nu? Wijn in een Rivella flesje. In de bus vanaf Heerenveen zit ik tussen de zwetende, blije Pompeblêd-supporters. Koffiekan-publiek worden ze genoemd. Nog voordat ik het ziekenhuis binnenloop begroeten bed 7 en 8 die nog even in de zon zitten, mij al. Bed 1 komt morgen, Bed 3 vertelt van alles over haar weekend Leeuwarden, bed 4 is jong en nieuw. Bed 6 is te laat en bed 5 is moe van het hele eind autorijden.
Ik krijg een antidepressiva pil, terwijl ik ze zelf heb meegenomen. En ingenomen. Als ik ’m niet houd, gooien ze ’m weg. Zal ik er nog één nemen?

Plaats een reactie