Bedoeling

Haar huid werd bleker, haar wallen donkerder, maar haar kledingstijl was overal tegen bestand. Na het laatste examen, biologie, kwam ze niet naar huis. Ik had gebakjes gekocht bij een decadente patisserie in Buitenveldert. Onaangeroerd stonden ze in de koelkast. Dit is dus precies de bedoeling dacht ik. Ik wil weten hoe het is gegaan en voor haar zorgen, ook al hoeft het niet meer, maar zij heeft een eigen leven.
Toen ik ’s avonds terugkwam van het sporten, waar ik en passant nog de juiste mening over het wel of niet huldigen van de Ajax vrouwen op het Leidseplein overnam, zat de tienerdochter op de bank. Ze kon zich met geen mogelijkheid voorstellen dat het nu echt allemaal achter de rug was. We deelden onze mening over de handtasjes in Selling Sunset (poedeltje, zeemeermin en vagina). Bio was moeilijk geweest, hopelijk net een voldoende. Ik gunde het mezelf om de laatste keer niet de opgaven te bekijken.
De twintiger ondertussen, had ook tentamens: lineaire algebra, databases en probability theory. Hij appte dat ik op de site van de VU die tentamens van vorig jaar kon opzoeken. Zo gek was ik niet, wel liet ik hem de geheime plek zien waar ik gedurende de CE-weken de mueslirepen voor de tienerdochter had verstopt. Er waren nog drie.
In de krant stond een duidelijke uitleg over de N-term. Het is een getal tussen de 0.0 en 2.0 en symboliseert de moeilijkheidsgraad van het examen. Hoe hoger de N-term hoe moeilijker het examen (vergeleken met andere jaren) en hoe minder goede antwoorden nodig zijn voor een voldoende.
Oh ja, de Ajax vrouwen: alleen de allerbeste sportploeg van Amsterdam moet worden gehuldigd op het Leidseplein. Dus niet de honkballers (m/v), niet de handballers (m/v) en de hockeyers (m/v) ook niet. Alleen de heren van Ajax 1. Tenminste, als de aanhang de boel niet afbreekt.
Half juni de vlag uit.

Niets blijft, niets vergaat

Er stond een artikel in het Parool over een klasgenoot van de tienerdochter. Zij was zes jaar geleden uitgeloot voor alle gymnasia van Amsterdam, terwijl ze toen al wist dat ze ‘iets’ met klassieke talen wilde gaan doen. Het meisje kon trouwens wel gewoon naar het vwo of naar een gymnasium in Velsen, maar dat was anderhalf uur fietsen.
De vader vertelde: ‘Ik zeg altijd tegen mijn kinderen dat ze hun best moeten doen. Als je dat doet, wordt dat beloond.’ En nu moest hij dat verhaal veranderen, omdat in Amsterdam het lot van kinderen met een dobbelsteen wordt bepaald. Andere ouders zeiden destijds tegen hem dat de taak van een ouder toch ook is om je kind met teleurstellingen te leren omgaan en dat uitloting dus een levensles is. Maar de vader vond het minstens zo belangrijk om aan je kind te laten zien dat je in een rechtsstaat woont en als je onrecht is aangedaan dat je dan je gelijk kunt gaan halen. ‘Entitlement’, zei de tienerdochter, die zelf, dat moet ook gezegd, mazzel met de loting had gehad.
En dus gingen ze naar de rechter waar ze verloren, maar toen was er ineens toch plek op een gymnasium. De directeur die verantwoordelijk was voor de centrale loting en matching liet ze wel beloven er niet mee naar de pers te stappen, anders zou het aanbod worden ingetrokken. De vader had hem een jaar later een foto van de cijferlijst (alleen maar achten en negens) van zijn dochter gemaild, met de tekst: ‘Zie je wel.’ En nee, ik verzin dit niet.
Ondertussen joeg in de plaats waar ik mijn diploma had gehaald de McDonald’s hangjongeren weg met klassieke muziek.
In de Volkskrant een tip van tienerdochters docent klassieke talen – ja ja het Amsterdamse categorale gymnasium liet ook landelijk van zich horen – over het eindexamen Latijn. Bij de proefvertaling was het verstandig een zin eerst tot het volgende leesteken te vertalen en dan het volgende stuk tot het volgende leesteken, tot je de hele zin had. Dat vertaalde makkelijker.
‘Suffe tips die je in de derde al krijgt.’
Alle teksten in het examen kwamen uit Metamorphosen, een dichtwerk van ongeveer 12.000 regels van de Romeinse dichter Ovidius. Niets blijft en niets vergaat is de grondgedachte van dit gedicht. Tekst 4 van het examen moest helemaal vertaald worden. Ik bleef hangen bij de vertaling van ‘Res ait arcana est’: het onderwerp is geheim. Morgen biologie.

Plopper

De tienerdochter had de grafische rekenmachine vergeten! Maar gelukkig lag ie in haar tas op de gang en mocht ze ’m nog snel voor het examen begon ophalen. De scheikundedocent had van tevoren nog een tip: als er bij een vraag twee formules en een oplossing werden gevraagd en je kon drie punten verdienen, kon je toch één punt verdienen ook al wist je maar één formule. Een advies waar je duidelijk wat mee kon. Ik klikte het examenblad open. Vier onderwerpen, 25 vragen. Ik deed mijn best.
Geef een reactievergelijking van stoffen die uiteindelijk biodiesel uit algen kunnen halen. Bereken de structuurformule van glyfosaat (onkruidverdelgingsmiddel). Ook was er nog iets met een lithium-luchtbatterij en moest je dingen bewijzen over lewisstructuren en redoxreacties. Ik baalde dat ik geen grafische rekenmachine had.
Redoxreactie, mooi woord, ik zocht de betekenis op: het zijn reacties tussen atomen, moleculen en/of ionen, waarbij een elektron uit zijn schil springt en terecht komt in… Op het bijbehorende plaatje waren een paar roestige batterijen afgebeeld. Dat was duidelijk.
Man E was thuis proefjes aan het doen. Hij tapete het overloopgat (ook dit moest ik opzoeken) van de spoelbak af en probeerde met de plopper de gootsteen te ontstoppen. Toen dat niet lukte, haalde hij de tien meter lange trekveer tevoorschijn en begon daarmee te raggen. Toen ook dat niet lukte, kwamen er twee mannetjes van de riool-reinigings-service langs. Met een nog langere, nog dikkere veer. Een paar minuten later was het gefixt.
Ondertussen liep mijn hoofd over van zoveel bèta-gedoe. Confuus keek ik in de agenda: morgen Chinees, oh nee Latijn.

Asfaltverzakking

Engels was het vijfde examen. De tienerdochter checkte de antwoorden die een half uur na het examen al online stonden en had drie fout. Met een N-term van 0,5 zou dat een 8,7 worden. Ik wist niet dat de N-term ook onder de 1 kon, maar het schijnt dat het niveau van de examens Engels gelijk blijft, terwijl de leerlingen wel steeds beter in de taal worden. Zo wordt het examen te makkelijk en gaat de N-term onder de 1. Het duizelde mij en het werd er niet beter op toen ik het tekstboekje virtueel doorbladerde. Twaalf teksten over onder andere ethiek, diversiteit, het hipster-effect, over beroemdheden die veel zijn afgevallen en een artikel over of Amerikaanse kinderen juist wel of geen grit nodig hebben. Waarbij ‘grit’ betekent: the ability to overcome any obstacle in pursuit of a long-term project.
Veel multiple choice en een paar open vragen die je in het Nederlands moest beantwoorden. Hoe kon ik een kind hebben dat hier maar drie vragen fout had?!
Om bij te komen liet ik hond M uit. De straat die de slagader van onze wijk vormt was bijna klaar. Hekken blokkeerden het kruispunt, maar de stoplichten werkten al wel. Hier ging mijn geest op pad. Ergens niet langs kunnen, maar wel moeten stoppen of doorrijden.
Vijf mannen in oranje pakken waren aan het boren in het pas geasfalteerde fietspad. ‘Putsteltechnieken’ stond er op hun machines. Dat ging ik opzoeken. Het bedrijf gebruikte een gecentreerd boorsysteem waardoor asfaltverzakkingen bij ronde putafdekkingen tot het verleden behoorden. Een ander voordeel van het systeem was dat hierdoor de putranden op dezelfde hoogte als het asfalt kwamen te liggen en bewoners zo geen last hadden van het bandengeluid wanneer auto’s over de put heen reden.
’s Avonds op de bank bij Kopen zonder Kijken verhuisde een stel van De Pijp naar een nieuwbouwwoning in Vught en bij Selling Sunset zag ik handtassen in de vorm van een poedeltje, een zeemeermin en een vagina. En zo eindigde de dag nog onbegrijpelijker. Morgen scheikunde.

Nederlands

(1) We hadden allebei het examen Nederlands gemaakt, tienerdochter en ik. Zij in de gymzaal met 127 anderen, drie uur achter elkaar. Ik aan het bureau in de kamer, in twee dagen en met drie gezinsleden om me heen te koken, te praten en zonder oortjes in naar een scherm te kijken.
(2) Er waren vier teksten waarvan er drie met reizen te maken hadden (milieu, ecotoerisme en internationale banen) en eentje over de selfie-rage. Naar mijn smaak waren de meeste vragen nogal zakelijk en wiskundig. ‘Verklaar het gebruik van de woorden ‘helaas’ en ‘alleen maar’ in bovenstaand citaat.’ Of: ‘Maak de volgende impliciete redenering duidelijk en gebruik daarbij standpunt, hoofdargument en sub-argument.’ En: ‘Wat voegt alinea (6) toe aan alinea (5)?’ Deze laatste had ik fout, maar met een beetje geluk zou ik een 6,9 hebben gehaald.
(3) De tienerdochter kwam tierend thuis, hoe makkelijk het allemaal was en dat ze overal, ja echt overal, de aanhalingstekens was vergeten en hoe streng ze dat zouden berekenen. Ze gokte op een 6, maar wie weet zou de N-term ook nog naar beneden worden bijgesteld.
(4) ’s Avonds vertrok ik naar de boekenclub in de buurt, waar ‘mijn’ boek zou worden besproken. Elke bijeenkomst mag een van ons een boek aandragen voor de volgende keer en deze keer was het mijn voorstel, ‘Luister’ van Sacha Bronwasser. Ik was bij een lezing van haar geweest in de buurtboekhandel. Daar werd ze geïnterviewd door een fan die ook journalist bleek te zijn, wat het gesprek beslist niet ten goede kwam. Daar kwam nog bij dat bijna niemand van de aanwezige dames van middelbare leeftijd het boek had gelezen (ik wel, ik wel), dus mocht er niet worden gespoild. Terzijde: Waarom niet gewoon vergald of verpest? Omdat daar geen zelfstandige naamwoorden van zijn? Vergaller, verpester?
(5) Ook al had ik het boek in één ruk uitgelezen, het nietszeggende gesprek met de schrijfster drukte de pret wel wat. Een beetje zoals naar een film kijken waarvan je het boek al hebt gelezen. Het haalt het vaak niet. Je zou ook kunnen zeggen dat ik gewoon jaloers was, want Bronwasser is ook 54 jaar en heeft al twee boeken uitgegeven, maar dat zeg ik niet.
(6)De mening van de boekenclubleden was positief, ‘Luister’ kreeg de hoogste waardering van alle boeken die we tot nu toe hadden gelezen. Dat maakte mijn gevoelens van afgunst weer wat goed. Volgende week nog Engels, scheikunde, latijn en biologie.
(7) Oh ja, het juiste antwoord op de vraag wat alinea (6) toevoegde aan alinea (5) was antwoord C: een eerherstel van de emotie in alinea (5).