Techniek

Het was 209 kilometer heen. Zelfs voor een Groninger ver weg. Na Stad kwamen Winsum en Baflo, de afslag naar Pieterburen en toen was ik er nog niet. Toch reed ik door tot de laatste dijk voor de Waddenzee, want ik moest en zou het huis zien wat daar te koop stond. Samengevat: te ver, te alleen en te vakantie-achtig.
Op de terugweg – iets meer dan 209 kilometer want in de buurt van het Julianaplein (wanneer is het daar nou eindelijk eens klaar?!?!) nam ik een verkeerde afslag – luisterde ik naar een aflevering van Nooit meer Slapen. Femke van der Laan interviewde schrijfster Anjet Daanje. Ik zal nooit weten wat Daanje allemaal te vertellen had, omdat ik me zat te ergeren aan het gebrek aan interviewtechniek van de weduwe van Eberhard. Ze stelde nagenoeg alleen maar gesloten vragen. Gelukkig had ik ook Theo Maassen gedownload, in gesprek met Jacob Derwig. Of je je, om een rol als Marius Milner in de serie Klem te kunnen spelen, van tevoren ook moest gedragen als een crimineel. Overigens had ik Theo niet alleen gedownload, maar die avond daarvoor ook nog samen met man E gezien. Vlijmscherp en grofgebekt sprak hij in Carré over het loutere toeval van geboren worden en ik parafraseer: Als mijn moeder het wilde zwijn waarin mijn vader net was klaargekomen destijds nooit had gebeft, was ik er nooit geweest.
Ondertussen deed de tienerdochter twee examens: muziek en Nederlands. Het plezier van en in muziek werd je bij de eerste opgave al ontnomen, zag ik toen ik het examen opzocht: ‘Noem de maatnummers van de vier maten waarin het ritme van de baspartij afwijkt van de connotatie’ (Concert van Sammartini, u weet wel die Italiaanse componist uit circa 1700). Ik scrolde verder naar beneden en stuitte op vragen over begrippen als majeur, mineur, sleutels, staccato, legato, om uiteindelijk te belanden bij een stuk dodecafonische muziek van de Oostenrijkse componist Berg getiteld ‘Schliesse mir die Augen beide’. Daar stond een kleine uitleg over dodecafonie bij: bij deze soort muziek is het voor de toonreeks niet van belang in welk octaaf een noot genoteerd staat. De titel klonk me ineens als muziek in de oren. Morgen meer over Nederlands.

Met zonder

Pas toen ik aan het einde van de dag in bed lag, viel je als een warme, zware deken over me heen. Ik had je wel opgemerkt toen ik met hond M in het Amsterdamse Bos rende en de geur van pas gemaaid gras rook. Aan je gedacht toen Facebook me attendeerde op herinneringen van dezelfde datum, ander jaar. Ik had een kaars aangedaan en plaatste zelfs een mooie foto van ons twee in een Noorse haven op social media. Niet om medeleven, maar om aandacht. Omdat je niet vergeten mag worden. Ik kreeg apps, knuffels, maar als ik eerlijk ben, voelde het allemaal wat werktuigelijk.
Mijn aandacht was bij de tienerdochter die vandaag natuurkunde examen deed. Als ze twee minuten zou doen over elk punt dat je kon halen, dan zou het goed komen qua tijd. Toen ze terugkwam, op tijd, moest er eerst een klacht naar het LAKS vanwege een fout in een opgave. Daarna kwam er een onbegrijpelijke uiteenzetting over het botsende deeltjes model, een voorzichtige schatting van het eindcijfer en de vraag om koffie, aardbeien en chocola.
Ik checkte het examen. De eerste opgaven gingen over langlaufen, cappuccino en poollicht. Daar was natuurlijk iets natuurkundigs mee, maar mij bracht het terug naar onze reis naar Fins Lapland waar we ’s middags in het donker op een bevroren meer met latten en stokken in de weer waren geweest en een paar keer lichtgroene vlekken aan de hemel hadden zien dansen.
De rest van de dag ging op aan het uitlezen van het boek voor de boekenclub, ‘Luister’ van Sacha Bronwasser (ooievaar en dromedaris te dik, kies dan deze), me houden aan geen wijn en geen snoep (gelukt) en smullen van Roos’ kijk op binnenhuisarchitectuur bij Kopen zonder Kijken (een gezellige vibe in je badkamer krijg je met lekkere plantjes en mooie donkergroene Afrikaanse tegels).
Eenmaal in bed kwamen je laatste uren boven. Het onaangeroerde glas rode port. Het wonder van de dood. Het was de eerste nacht met zonder jou. Het kwam me wezenloos voor. Dat bracht me weer terug bij de laatste opgave van natuurkunde: de quantumrevolutie. Morgen eindexamen muziek.

Oom

‘Ja, met je oom, uit Groningen.’
Zes simpele woorden komen uit de speaker van mijn telefoon. Hij geeft door dat hij graag met zijn vrouw naar het feest komt.
‘Hoe gaat het?’
Ja, er was de nodige stress hier. De tienerdochter is met de centrale eindexamens begonnen, wiskunde B vandaag. Samen met nog 77 anderen zat ze drie uur in de gymzaal. Een rekenmachine, een geodriehoek en twee mueslirepen in haar tas. Eenmaal thuis gokte ze op een 6,5. Maar wie weet… als de N-term omhoog zou gaan. En die gaat, zeker te weten, omhoog aldus Menno. Ik kende hem natuurlijk niet, hij bleek dé wiskundeheld van scholieren. Math met Menno, zijn videokanaal op YouTube heeft 116K volgers. Ik bekeek z’n laatste filmpje waarin hij direct na het examen zijn mening gaf. Het was heel erg moeilijk geweest, vooral omdat er veel opgaves waren die niet vaak voorkomen op eindexamens. Zoals daar waren: de gedraaide parabool met de knik, de absolute sinus, logaritmische functies waarbij je goed moest zijn met ‘ln’ en ‘e’ en meetkunde met bissectrices. De opgave over de horizontale asymptoot was gelukkig wel te doen. Menno wist het zeker, bij zo’n moeilijk examen paste een N-term van wel 2. Alhoewel ik de begrippen fascinerend vond, was ik toch vooral gefocust op zijn nauwelijks knipperende ogen en het borstzakje waar een grafische rekenmachine uitstak. Nee, zei de twintiger die met mij meekeek, dat was zijn telefoon, nodig voor het geluid van de opname van het filmpje. Daar stond ze, de vijftiger, op haar plek.
‘We zijn net terug uit Griekenland.’
Oh ja, dat was waar ook, zijn zoon, mijn neef, verhuurt daar met zijn vrouw vakantievilla’s. Het ging over vliegangst, over hoe ouder je wordt hoe minder toekomst en hoe meer verleden je hebt.
‘Ja man, 81 ben ik al.’
We hingen op. Ik had hem nog willen vertellen over het huis in Usquert, de vakantie naar Ierland, de pioenrozen die bijna uitkwamen, het cadeau wat we voor onze bijna 18e-jarige tienerdochter hadden gekocht, de quick getaway van de twintiger… maar dat zou toch raar geweest zijn. Hij was mijn vader net niet.

Vier eerste liefdes

De groepsapp was de lucht nog niet in en de twee mannen die vroeger onze eerste liefdes geweest waren begonnen al te jennen. De een wilde niet te veel gezeur en gedoe, de ander vegetarisch of misschien beter niet uit eten maar naar een parenclub.
Ik ging in de regelstand: restaurant reserveren en zorgen dat ik zelf vervoer had van en naar het oost-groningse provinciestadje waar we alle vier onze jeugd hadden geleefd. Had ik die regelrol een kleine veertig jaar geleden ook al? Of was ik veranderd?
Het geregel werkte wel, want alle eerste liefdes konden leven met de keuze van het restaurant en het bijbehorende menu: voorgerecht ‘Verrassing van de Sjef’, soep ‘Verrassing van de Sjef’, tussengerecht ‘Verrassing van de Sjef’ en als hoofdgerecht ‘Verrassing van de Sjef’. Kaas en dessert, beide geen ‘Verrassing van de Sjef’. Spoiler: kaas hebben we niet gehad, bij het dessert zat onder andere rabarber wat me aan mijn oma Barbertje deed denken.
Ondertussen bleef het druk in de groepsapp: er werd gevraagd om een stukje, kledingadvies en of iemand nog een plaattenspeler wilde (kaartje op het advertentieprikbord bij de plaatselijke Plus). Zelf postte ik foto’s van ons eindexamenreisje naar België, de diploma-uitreiking waar mijn eerste liefde een snor droeg en een groepsportret van de klas van 1986. Nagenoeg de hele rechterkant van de groepsfoto werd niet herkend. De mensen die we nog wel kenden waren maatschappelijk geslaagd: een tandarts, een notaris, een beroepsmilitair, iemand die 26 medewerkers onder zich had… Eentje bleek inmiddels al overleden, aan borstkanker. Ja, dat krijg je.
De avond voor het weerzien ging ik sporten met mijn fitnessclubje en vertelde ik tijdens het heffen van de gewichten over mijn plannen voor het weekend. Mijn medesporters reageerden apart: ‘Nou wat spannend zeg’, ‘Kijk maar uit dat je niet weer verliefd wordt’, ‘Gaan jullie in een hotel logeren?’ Ik begreep de grappen wel, maar miste de clou.
Op de avond zelf was alles heel gewoon. Het ging over de kinderen, variërend van airospace engineering, educación primaria, eindexamenstress, cosplay, groep 7, zwanger, klassenvertegenwoordiger, studentenroeivereniging… Er was iets spiritueels gaande in Boven-Pekel, Pep Guardiola zou van de mannenliefde zijn en moest je nou wel of niet een zitmaaier aanschaffen. Dit bracht ons op de mooiste advertentieslogan uit de oost-groningse geschiedenis: ‘Grasmaaien is m’n hobby, meubels verkopen m’n vak’, van een vader van een oud-klasgenoot. Aan de orde kwam ook nog welke bagage je meeneemt als je op vakantie gaat. Drie weken naar de VS kon prima met alleen handbagage. Juist een extra koffer als back-up met snorkelspullen en shampoo was misschien beter. En de vraag was of de koffers überhaupt wel uitgepakt werden als je op de bestemming was aangekomen. Eentje ging wel open, maar werd niet uitgepakt, zodat je zo snel mogelijk weer naar huis zou kunnen.
Ajax kwam aan bod, over 010 werd gezwegen of althans daar heb ik geen actieve herinnering aan, GIJS Groningen, Donar, de F1. De muziek van de een, het gebrek aan schrijven van de ander, er waren politieke carrières met voorkeurstemmen en lijstduwers, een soort van reisbureau, er waren zorgen, kinderen bij verschillende moeders, een overleden echtgenoot. Het leek verdorie het gewone leven wel.
De kok kwam bij elke gang uitgebreid vertellen wat er op onze borden lag en ook al leek het of we alle vier serieus luisterden, niemand die ook maar een ingrediënt had onthouden. Als vrouwelijke helft van het gezelschap gingen wij uiteraard tegelijk naar het toilet om bij te praten hoe we de avond vonden.
Toen het restaurant verlaten was en alle verhalen op , vroeg mijn eerste liefde of we nu dan naar het hotel gingen.
De volgende ochtend werd ik laat wakker en stonden er 78 berichten in de groepsapp. Toen voelde ik me pas echt weer achttien. Er werd nog uitgebreid aandacht besteed aan ons bezoek aan een vakantiehuisje in Sellingen in 1988. Jammer genoeg waren de herinneringen daarover wazig, het was iets met Amerikaanse soldaten, een andere vriend van vroeger die op de motor was had gezegd: ‘Nou goan de loeken dicht.’ Het verhaal vertelt helaas niet waarom die luiken dicht gingen. Maar ik denk dat het te maken had met het verlies van het Nederlands elftal van Rusland dat weekend (12 juni 1988).
In de groepsapp ging het er flink aan toe: er werden tips over koffiezetapparaten uitgewisseld, iemand zat een sexfilm te kijken, tickets naar Istanbul, Bangkok, Laos en Singapore werden geboekt en er werd advies gevraagd over wel of niet naar de F1 te gaan. Ik appte nog of het wat minder kon met dat gespam, maar nee, het was geen spam, het was intellectuele groepsseks. Dus ging het gewoon door met oude verhuisberichten die bewaard waren, irritatie over de eigen juichgebaartjes van de huidige generatie voetballers en de staking van de vakbond FNV tegen de vakbond FNV.
Het was beter om het allemaal maar wat passief over me heen te laten komen en na te denken over of we nu juist wel of niet waren veranderd in al die jaren. Mensen zeggen dat altijd zo nadrukkelijk: ‘Jij? Nee, niks veranderd.’ Maar weet je na al die tijd nog hoe je zelf was op je 18e, laat staan hoe de anderen in elkaar zaten? En in hoeverre kennen we elkaar nu, nu we zowat veertig jaar later zijn? Hier kwam ik niet uit. Ik kon de luiken maar beter dichtdoen en de deur openlaten.