Perspectief – dag 8 en 9

Het peil van de watervoorraad stond op 5% en dat chemisch toilet moest natuurlijk ook nog geleegd worden. De banking holiday was finally over dus we gingen tam kamperen. Echt te ver rijden was het langs de eindeloze kust, maar dat wisten we toen nog niet. We stopten bij een koffietentje met te smalle okergele zitjes én wifi. Ik kocht daar een ‘Happy Birthday 18 Hooray, drinks are finally on you’-kaartje voor de de tienerdochter en vouwde me op zo’n ellendig bankje. Man E ging gelukkig daar naar de wc. Halverwege de dag deden we boodschappen op een troosteloos industrieterrein en haalden we broodjes bij de Subway. Ik ging naar de wc in een gokhal.
Toen was het nog een heel stuk rijden met onderweg koffie van de Off the Beaten Truck en kregen we een fijne achteraf plek op een camping waar het naar dennennaalden rook. Man E leegde het toilet, spande de waslijn en ik deed de was en dat was de bedoeling.
De volgende ochtend bezochten we weer een eiland waar je met eb naar toe kon lopen of zelfs rijden en beklommen we via een aangeharkt pad een berg in de buurt van Letterfrack. Een dorpsnaam die weer vaak uitgesproken moest worden. In de tot dan toe strakblauwe lucht verschenen witte wolken en dat was ook de bedoeling. Weer een camping met de voeten in het gras, weer een zee met een ondergaande zon erin. Weer smakelijk eten van man E en mijn nieuwe badpak stond me goed. Weer, weer, weer, we kwamen eindelijk in een ritme.

Perspectief – dag 7

Het wildkamperen was onwennig. Elke keer als ik ’s nachts een auto hoorde, werd ik wakker. Man E had als een blok geslapen. We gingen weer eens op pad. Ik wilde weer eens naar een eiland. En met mij nog een paar honderd locals. Op de stille pier even de banking holiday vergeten. Er was nauwelijks parkeerplaats bij de ferry. Laat staan voor een campervan. Man E wilde op de eerste de verste plek gaan staan, ik wilde doorrijden tot dichter bij de boot, maar ja ik zat niet achter het stuur. En ik had nog geen koffie gehad. Mokkend zaten we uiteindelijk toch op tijd op de ferry, ik had voorgedrongen. Toen ging de telefoon van man E, hij nam op en ik werd nog chagrijniger.
Het bleek het telefoontje waar hij al heel lang op wachtte. Ja, hij was het geworden, hij werd de nieuwe global procesmanager van de zakenbank. Of zoiets. Ook dit leverde weer de nodige stress op, maar dan positief: pensioen, auto, salaris, uren, contract, buitenlandse trips. En gedoe over het onderste uit de kan slepen (ik) of niet (hij).
Moe kwamen we aan op het eiland, we huurden een fiets en gingen automatisch aan de linkerkant rijden. Er was een scheepswrak, een zeehondenkolonie, een ketting eraf, schapen, en ik kocht een trui van een merk waar Taylor Swift ook een trui van had. Het passen was nog een toestand, want bijna 30 graden en van schapenwol. Ik stuurde foto’s naar de tienerdochter, oranje of toch blauw.
De ferry bleek een stuk eerder terug te gaan dan verwacht en wij waren er wel klaar mee. Bovendien had ik toch zin gekregen in nog een nacht wildkamperen, man E had een geweldige plek in de buurt op z’n app gevonden. Er waren ook andere wildkampeerders en daar werd ik rustig van. Een kabbelende zee, een ondergaande zon, een ruïne en in de ochtend noodgedwongen poepen op het chemisch toilet.

Perspectief – dag 6

Voordat we van dé bezienswaardigheid van het land gingen genieten, moest eerst het lampje nog gefikst. Op een parkeerterrein aan de oceaan wachtten we op de campervan guy. Het was de eerste dag van de banking holiday, zowel de lucht als de zee waren strakblauw. Hordes spierwitte, roodharige mensen spoedden zich op slippers naar het strand. Op de boulevard speelden de straatmuzikanten. Versterkt en unplugged.
De campervan guy drukte ons een 50 eurobiljet in de handen, raadde een ontbijttent aan en reed met alles erop en eraan en vooral erin weg. Man E had het zelfs goed gevonden dat de paspoorten in de auto bleven. Ik bestelde een enorme cappuccino en schraapte het kaneelsuiker laagje eraf. Waarom serveerden ze in dit land toch alle cappuccino’s met dit vervelende laagje? Al gauw kwam ook de stack of pancakes en ik sprak dat heel vaak uit omdat het dan nog lekkerder smaakte. Man E verorberde een soort van hippe vega uitsmijter.
Een uurtje later zagen we onze camper door de straat rijden. Lampje weer uit, niks aan de hand, have a nice trip.
De kliffen waren zoals kliffen horen te zijn: hoog en machtig. We liepen richting het zuiden naar een punt dat Hag’s Head heette. Saaie info, mooie naam.
De camping die we nog hadden kunnen reserveren voor één nacht van het banking holiday weekend was van Kitty en was cosy. Zo heette ie ook. Er was een hond, een zweverige Kitty, er waren pipohuisjes, er waren alleen maar vrouwen met en zonder kinderen, en het mooist was de wc. Die moest je zelf doorspoelen met een emmer water. Je mocht er vuur stoken en ook al was het warm genoeg, ik deed het toch. Elout zat met mij en nog meer vrouwen om het vuur en we aten s’mores.
ZweefKitty tipte ons wildkampeerplekken voor de volgende dag, onze buurmeisjes die op weg waren naar een festival wisten er ook nog een paar, man E installeerde de Park for Night app en toen durfden we het aan. Maar eerst diende er nog gewandeld te worden. De omgeving was kaal, de berg te doen en de temperatuur te hoog.
Man E parkeerde de campervan wild aan het begin van een pier. Het was stil, het was vloed en ik ging zwemmen. Ook locals kwamen op dat idee, een stuk of twintig pubers kwamen aan gesjeesd op fietsen, gevolgd door twintigers en vaders met zonen die allemaal de zee in sprongen. Weg was de stilte, wild bleef het wel. Gelukkig werd het eb en toen was het met het zwemmen snel gedaan. De oesters kwamen boven water, in de verte loeiden koeien en de maan scheen vol op het slik.

Perspectief – dag 4 en 5

We hadden weer een drukke dag voor de boeg, maar dat wisten we nog niet. We verlieten de aangeharkte camping en begonnen aan de beroemdste Ring van het land. Een soort Ring A10 maar dan heel erg smal en met natuur. Ik wilde heel graag naar twee kleine eilandjes die halverwege de Ring voor de kust lagen, waarom weet ik niet precies, maar het moest en het zou. Later bleek dat daar ooit opnames waren geweest voor Lord of the Rings of Star Wars of zo’n soort fantasy serie, maar dat was niet mijn drijfveer. Er bleken ooit monniken geleefd te hebben, maar nu woonden er duizenden Jan-van-genten en papegaaiduikers. De rotsen waren wit van hun schijt. Het mooiste was nog wel de Engelse vertaling van het woord papegaaiduiker: puffin. Een van de rotsen leek precies op een rots die je in zo’n schudsneeuwding wel eens ziet. Mijn broer had daar een paar van. Oh, volgens wiki heet dat een sneeuwbol of een snowglobe. Man E vond het ook mooi, wees mij nog een zeehond aan – het was of ie daar speciaal voor ons twee zwom – en werd toen zeeziek. Hij klapte een paar keer dubbel over de reling, maar zonder resultaat.

De volgende camping, ook al was het nog best ver rijden, maakte de vorige meer dan goed, want zeezicht, privacy en een doucheputje met haren. Maar ook een dochter die haar ID, bankpas en OV kwijt was en op het punt stond om op examenreis te gaan. De schoonzus ging zoeken, man E belde de gemeente, want dochter net geen achttien, ik vroeg een nieuwe bankpas aan. En na hectische uren was het allemaal weer geregeld. Waren we toch nog met een kind op vakantie. Toen we weer thuis waren keek ik even tussen de examenbundels op haar bureau en jawel hoor.
Gelukkig konden we bijkomen op een aangeharkte maar toch knusse camping vlak aan zee. Op de grond geen asfalt of gras of grind, maar boomschors gemaakt van zwart rubber. Er was een afwasmachine en het lag vlakbij dé attractie van het land: metershoge kliffen waar je eerst op de koppen en na vijf minuten gewoon op de grond kon lopen. Dat gingen we de volgende dag graag doen.

Perspectief – dag 3

Het was de eerste keer dat we weer samen op vakantie waren. De laatste keer, zochten we onze herinnering af, was iets meer dan twintig jaar geleden naar een camping in midden-Frankrijk. Waar het de nacht voor mijn verjaardag heftig onweerde, de tent het niet droog hield, baby Emar zich voor het eerst flink roerde in mijn buik en ik een spaghetti-machine van man E cadeau kreeg. Speaking of perspectief. Ik had nu ook iets cadeau gekregen trouwens, 7 cm beenruimte. Als verrassing had ie met zijn flying bluemiles onze vliegtuigstoelen geüpgrade.

We trokken onze wandelschoenen aan en liepen door een van de smalste kloven van het land. Links en rechts ingehaald door elektrische fietsers en jaunting cars, zoals ze paard en wagen daar noemen. Maar dat mocht het natuurschoon niet drukken. Purple mountain was met recht paars te noemen, vanwege een zee aan rododendrons. En nee, dit woord heb ik van mijn leven nog niet eerder gebruikt. Het ene pittoreske meertje met weerspiegelingen van bergen erin volgde vloeide naadloos over in de andere, ruïnes van oude huizen en schuren gaven de boel nog wat extra cachet. Aan de rand van de weg lagen onnoemlijk veel stenen, eentje had precies dezelfde vorm als de steen die op mijn vaders graf staat en dat was fijn. Toen we aan het einde van de kloof pauzeerden met een boterham met kaas met ei met ham met tomaat, zei man E dat het vandaag de geboortedag van mijn broer was en stond ik stil bij 53 jaar, de steen en de bijna teveelheid natuur.
Na de wandeling dronken we thee – nee tuurlijk niet – in The Coffee Pot Café, ik at een scone en kocht een koelkastmagneet, maar voordat dit toch een saai reisverslag gaat worden diende de volgende stresssituatie zich aan: op het dashboard ging een lichtje brandden. Man E belde de campervan guy en als we wilden konden we als we in de buurt waren langskomen bij z’n shop en het laten maken. ‘No worries.’ Wij hadden wel wat beters te doen vond ik. Man E vond het wel een goed idee. Na wat gehakketak besloten we over een paar dagen, als we toch in de buurt waren, de camper te laten nakijken.
We kwamen, in retrospectief, aan op de stomste en ook nog duurste camping van de vakantie. Strakke vakken waarin je moest parkeren, aangeharkte grasveldjes en in het gelid neergelegde kiezelstenen. Een douche met het schoonste afvoerputje ever, waar je dan wel weer extra voor moest betalen en een eigenaar die ons vertelde dat het het komend weekend national banking holiday was en dat alle locals, zeker met dit weer, gingen kamperen. Ons stressniveau nam weer toe.