Onnatuurlijk

De vraag ‘Wat behelst opvoeden?’ kwam op in de groepsapp van de vier eerste liefdes. Twee mannen, twee vrouwen, halverwege de vijftig, met kinderen in leeftijden van een jaar of acht tot een jaar of dertig. Ervaring genoeg. Zou je zeggen.
De ene man die erover begonnen was, had het over de mythe van het ouderschap en dat ie van alles behelst. Tot nu toe had hij er weinig van gemerkt. De andere schreef dat ze hun eigen leven hebben en dat wij facilitaire dienstverleners zijn. De vrouw had het over diepgang, diepste dalen en hoogste bergen. En ook Lynn Anderson kwam nog langs met haar rozentuin die ze nooit beloofd had. Al snel ging het over het vallen van het kabinet, maar ik bleef hangen bij dat ouderschap en het behelzen.
Terwijl ik dit schrijf, luister ik naar het album Speak Now, Taylor’s Version uiteraard, want ik heb een deel van alle verhalen van mijn tienerdochter over de mastertapes van Swift goed onthouden. Sterker nog, ik heb me ingeschreven in de pre-pre-presale voor Swifts bezoek aan Amsterdam volgend jaar. Hoe ouder je kinderen worden, hoe meer ze je leren. Dat zou dat behelzen kunnen zijn.
Op een wezenlijker niveau blijf ik hangen bij het woord onnatuurlijk. Voordat ze geboren worden, zitten ze in je buik. Negen maanden lang kunnen ze geen kant op en kunnen ze alleen overleven als jij dat zelf ook doet. Als ze geboren zijn, gaat dat nog zo een tijdje door. Tot ze erachter komen dat ze een eigen wil, een eigen leven, een eigen identiteit hebben. Dat gaat stukje bij beetje, maar ja als moeder die van het begin af aan gewend is ze vast te houden, moet je dat allemaal maar laten gebeuren. Contra instinctief. Zo bezien behelst het ouderschap maar één ding:  loslaten. Het laatste wat je zelf wilt.
Opvoeden kan alles zijn, maar uiteindelijk kun je vrij weinig. En zou je ook niet te veel moeten proberen. Je kunt ze nergens voor behoeden, hun keuzes niet beïnvloeden, niet in hun hoofd kijken en erger nog, hun leven niet leiden, terwijl je dat vanaf het prille begin juist wel gedaan hebt. Maar ja, daar komt je zelf pas achter als ze volwassen zijn.
Goddank, kun je met één ding van het ouderschap doorgaan tot je er zelf niet meer bent: je kunt ze, zo vaak als zij dat willen, omhelzen. Of misschien beter nog, vasthouden.

Perspectief – de laatste dagen

De volgende dag moesten we de campervan weer inleveren. We namen niet meer de slow road langs de kust, maar raceten over snelwegen naar een camping in de buurt van de afleverplek. Onderweg stopten we in dé muziekstad van het land om te lunchen. Het was een combinatie van Volendam, de Wallen en een fashion outlet inclusief te veel vrijgezellenfeestjes.
De camping lag middenin een dorpje, op kruipafstand van twee pubs waar die avond livemuziek was en gegeten kon worden. Bij de ingang stond een bord van de ANWB, dat verklaarde het teveel aan Nederlanders.
Na de laatste rest wijn uit een limonadeglas, kon het uitmesten en inpakken beginnen. Man E voorspelde dat het niet zou lukken, omdat we meer spullen hadden dan op de heenweg – dat was de schuld van mijn shoptempo – maar ik liet me niet kennen en de koffers ook niet.
Het eten in de pub smaakte, het zwarte bier ook, de locals naast ons waren weer eens superaardig, de kwaliteit van de singer-songwriter liet te wensen over.
De volgende ochtend goot het van de regen en vroegen we ons af hoe deze hele vakantie in het land waar het 250 dagen per jaar regende ook had kunnen verlopen. Waar zouden we de natte kleding in de kleine campervan hebben moeten laten drogen? Hoe had het met koken gemoeten, als je door de striemende regen geen raam of deur open kon doen en toch de etenslucht kwijt wilde? Zouden we vaker gepoept hebben op het chemisch toilet? Hoe glad zouden de paden en stenen geweest zijn waar we op gewandeld hadden? Hoe hadden de foto’s eruitgezien? De natuur? De uitzichten? We hadden geen idee en zouden er ook niet achter komen.
Thuis wachtte ons een uitslag van een examen, een doodvermoeide tiener uit Split die nog achttien moest worden, een twintiger die in onze afwezigheid een goed ritme voor zichzelf had gecreëerd, een groot feest ter ere van de liefste zestig jarige, een groot feest ter ere van tachtig jarige moeder A, het opzeggen van een baan, het kopen van een nieuwe auto, het zoeken naar andere huizen, het ophalen van hond M, het schrijven van nieuwe stukjes.

Perspectief – dag 11

Ook de volgende dag konden we de rat goed zien, sterker nog, we reden er dwars overheen naar het meest westelijke puntje van West-Europa. Daar kwam natuurlijk weer de nodige discussie over, want IJsland, Canarische eilanden en ga zo maar door. We klommen een bergrug op en liepen over de kam. Rechts een vallei met schapen, rododendrons en meren, links diep-dieper-diepst onder ons de oceaan. De aangeschafte nieuwe wandelbroeken zaten nog steeds heerlijk, de schoenen ook. Het was een en al genieten. Toen was het tijd voor wat perspectief. Voorzichtig ging ik op mijn buik liggen, hoofd een stukje over de rand en keek dik vierhonderd meter (echt waar, opgezocht) de afgrond in. Ver, echt heel ver onder me vloog een meeuw. En nog dieper zag ik zeewater tegen de rotsen klotsen. Het gaf een hele andere kijk op de dingen. Op de tiener, de twintiger, op man E en op mezelf. In mijn hoofd ging het er filosofisch en spiritueel aan toe. Wie was ik nou helemaal? Met m’n meningen, m’n gelijkhebberij, m’n wil om te winnen, m’n aannames?
De afwezigheid van man E haalde me uit m’n gepeins. Hij was van het pad af verder gelopen, een soort van recht naar beneden de vallei met de schapen in, recht op een ruïne af. Ook hij voelde zich klein, nietig en vrij en ik voelde de hoop voor een huis samen in Groningen opkomen. En zo zweefde het net verkregen nieuwe perspectief alweer weg.
We deden nog een allerlaatste toeristisch rondje over het eiland wat geen eiland was en kwamen bij een uitzichtpunt met de onuitspreekbare naam: Cuan na hAisléime. Man E appte een Ierse collega en die spraakberichtte terug: ‘Koe-in nahash lahimme.’
Het was tijd om mijn badpak weer eens aan te trekken en daarna voor het eerst onze nette kleding. We aten uit: oesters, zalm en lam, het kon niet op.

Perspectief – dag 10

Het ritme ging er vandoor. We hadden nauwelijks oog en tijd voor het langste fjord van het land, zag ik toen ik later thuis de foto’s zat te bekijken. Het shop-tempo zat er wel goed in. We kochten schapenwollen sokken voor de twintiger, puffin handschoenen met zonder vingers voor de tiener en een zachte sjaal met bijen voor mij. Man E ondertussen, was bezig zijn zoommeeting voor die middag waar hij niet onder uit kon voor te bereiden.
We dronken vieze koffie in een klassieke pub, ik telde veertien taps en één barkeeper die nauwelijks te verstaan was. Net echte locals voelden we ons. Man E installeerde zich op een kampeerstoel voor de Joyce’s Garage en ik pakte mijn shop-tempo weer op: tandenborstels want lader kapot, een koffiemok, want stuk gevallen door het gehots en gebots van de campervan. Ik bestelde een kop thee en een scone met cream en jam. En voelde me een net echte local part two.
Nog een uur rijden en we waren bij de eindbestemming van vandaag. Het was een eiland, het heette ook eiland, maar we gingen er toch over een brug naartoe. We boekten een camping aan zee voor twee nachten en papten aan met buren die een geweldige kampeerkeuken hadden. In bed lag ik me af te vragen waarom we toch niet eerder twee nachten op één plek waren gebleven. Man E kon ik het niet vragen. Hij was een praatje met de campingeigenaar aan het maken die vertelde dat de berg in de verte, ten westen van de camping de vorm van een rat met een lange staart had. ‘When you can see the rat, it is a good day on Achill.’