Sjofel

Mokkend keek ik onder de kerstboom. Er lagen meer dan 25 pakjes onder. Samen met de dochter had ik ze stuk voor stuk ingepakt in rood-groen-zilver papier. Matchende vrolijkkerstfeest-rendier-sneeuwpop-glitter linten erom gewikkeld. En er strikken, sterren en man E-zoon-dochter-kaartjes opgeplakt. Er waren ook pakjes waarop vrouw I stond, die hadden man E en de zoon ingepakt. Nou ja, ingepakt. Ze konden het kerstpapier niet vinden (lag gewoon bij alle andere kerstversiering in de hoek van de woonkamer). En de linten al helemaal niet (zie tekst tussen de vorige haakjes). Dus toen hadden ze er maar gewoon, normaal inpakpapier omheen gedaan. En er één (!) alledaags lintje om geknoopt. Geen strik, geen ster, geen sier. Het cadeau was te groot, het papier was te weinig, dus je zag hier en daar stukken karton. Gelukkig zei de zoon (nou ja gelukkig) hadden ze na het inpakken van de grote doos het kerstpapier wel gevonden en konden de andere pakjes wel in het juiste papier worden gefrommeld. De linten hadden ze écht niet kunnen vinden (lagen zoals geschreven gewoon naast het kerstinpakpapier in een speciaal zakje) en de naamkaartjes ook niet (zie tekst tussen de vorige haakjes). Met een dikke zwarte marker (brrr) stond mijn naam of ‘mama’ op het feestelijke papier gekalkt. Scheef. En in een slordig handschrift. Ik had er geen goed woord voor over. Nou ja één: sjofel.
Toen ik ’s avonds van het sporten terugkwam, hadden de pakjes een metamorfose ondergaan. De mond van de dochter vormde een veelbetekenend glimlachje. Zij begreep waar het om ging. In de wedstrijd Vorm versus Inhoud stond het 2-2. (Altijd nog beter dan de uitslag van het potje tussen Ajax en een niet nader te noemen derde divisieploeg uit Utrecht).
Toch even zonder haakjes een kort mythologisch terzijde van Wikipedia: Hercules, de zoon van oppergod Zeus, was een held die door de combinatie van enorme kracht en een flinke dosis slimheid machtige daden kon verrichten. Tja, daar ga je al. De mythologie kent twee Ajaxen: de kleine en de grote. De kleine Ajax vocht in de Trojaanse oorlog als boogschutter en stond bekend om zijn snelheid. De grote was een van de meest vooraanstaande Griekse krijgers die in diezelfde oorlog vocht. Hij was deels onsterfelijk, maar overleed uiteindelijk toen hij zichzelf doorstak met een zwaard. De grote, de kleine, het is niet helemaal duidelijk naar wie de club Ajax is vernoemd, dus ik ga er hier gemakshalve maar vanuit dat het een combi is: snel en zo goed als onsterfelijk. De online encyclopedie informeerde verder dat de grote Ajax die gedeeltelijke onsterfelijkheid van Hercules had ontvangen. Als dank voor een of andere goede daad, maar dat leek mij de wereld op z’n kop.
De strijd bij ons thuis was nog niet beslist. Man E stortte zich op gerechten, recepten, groothandels en de juiste ingrediënten. Keukenmachines, hakmolens, messenslijpers en mandolines stonden klaar op het aanrecht. Ik kocht tafellakens met hulsttakjes, servetten met gembermannetjes en kaarsen in de vorm van dennenbomen, kerstmannen en sneeuwpoppen. Herschikte de rode bessentakken nog maar eens en gaf de kerststerren water.
Hoe de wedstrijd eindigde? Dat weet ik pas als de kerstdagen over, het eten op en de pakjes open zijn.

Steun

Ze vraagt me of we vandaag even kunnen bellen. Volgende week samen met de hond wandelen? Zijn we zondag thuis? Kan ik die nacht blijven slapen? En wie moet ze allemaal uitnodigen? Kerstcadeaus? Dat kan ze nauwelijks opbrengen. Ze heeft het zwaar. En ik ben haar toeverlaat.
Alles zou ik wel voor haar willen doen, zeg ik. Maar alles is wel wat veel. Een beetje te veel. Dat komt omdat ik dingen van vroeger en vandaag door elkaar haal. Voor de zoveelste keer komt het oude zeer naar boven. Gebrek aan aandacht, vechten om op de eerste plaats te komen, poten die onder stoelen vandaan gezaagd worden. Maar in het nu telt dat niet.
Ik gebruik man E, de zoon en de dochter als mijn verstand. Ze zeggen alle drie hetzelfde. En daar luister ik dan maar naar. Vertoon zelfs rationeel gedrag.
Maar als ik met hond M loop laat ik de boosheid toe, het onbegrip over de keuzes die gemaakt worden, de misplaatstheid van mijzelf in het geheel. Het laconieke gevoel, de opluchting en de hoop op makkelijkere tijden. Wat een slecht mens ben jij, straf ik mezelf.
Ik bel haar, en zeg dat ik alles wat ze heeft voorgesteld goed vind, dat ik overal in mee ga. Want het gaat nu even niet om mij. Dit is wel het laatste moment om te hameren op wat ik vind. Zegt het hoofd.
Tijdens de yin yoga klopt mijn hart. Traag. Trager. Traagst. Ik adem in en na een hele tijd weer uit. En in die pauze dringt het door. De open deur die alle geestelijke hulpverleners eindeloos herhalen. Dat je altijd een keuze hebt: blijven hangen in wat was of leven met wat is.

Armbandje

{Brieven aan mijn oma}

Lieve oma Barbertje,

Na 3,5 jaar heb ik het armbandje van je jongste dochter afgedaan. Met een knagend geweten, buikpijn en de niet te beantwoorden vraag: Waarom?
Ze gaf me het armbandje een paar weken voordat ze. Als ik het aan jou vertel oma, lukt het me niet het laatste woord uit m’n toetsenbord te krijgen. Terwijl, je bent zelf ook allang niet meer hier. Ik heb het even opgezocht, 11 december is het 33 jaar geleden.
Je dochter en ik, we zaten in haar achtertuin onder de parasol, het was meer dan warm. Er waren vissen in de vijver, loslopende kippen en bloembedden vol lelietjes-van-dalen. Ze haalde het bandje van haar pols en schoof ’m over de tafel naar me toe. Ik had me graag herinnerd wat ze er voor veelzeggends bij vertelde, maar ik weet alleen nog dat ze zei dat ze ’m elke dag om had en dat ie, ze lachte erbij, niet veel waard was. Ik deed ’m om en heb ’m al die tijd niet meer afgedaan. Tot vandaag dus. Omdat ik een nieuw sporthorloge met stappenteller, hartslagmeter en GPS heb. Dat ik niet links kan dragen vanwege die kutarm, maar dat kan ik tegen jou echt niet zeggen. Te dikke arm dan. Rechts zitten al vier armbandjes vol herinneringen en samen met het horloge is het gewoon teveel. Dus moet er een weg. Die van je dochter past er het minst goed bij en zo mooi is ie nou ook weer niet. Zo praat ik het goed voor mezelf.
Wat vind jij? Kan ik het maken? Of? Oh, je weet natuurlijk niet eens wat een stappenteller is, laat staan GPS. Nou, ik hoop maar dat je denkt: ’t Is der de tied veur.
Dankjewel oma, dikke smok.

De mooiste tijd van ’t jaar

Het was de dag van pakjesavond. Aan de vogelvoedersilo die aan het vogelvoederstation in onze postzegeltuin hangt, hing een specht. Een grote bonte. Ik bestudeerde ’m niet, maar pakte mijn telefoon om een foto te maken. Weg was ie al.
In de appgroep van de eerste liefdes werden foto’s uit het noorden gepost. Tuinen met sneeuw, kerstbomen vol lampjes. Onze boom stond nog buiten, dichtbij de gevel. Acclimatiseren noemde ik dat. Bloot en scheef hing ie in de kerstboomstandaard. Met druppels van de regen.
De decembermaand. ‘Ik vind het altijd zo’n gezellige periode’, schertste het in diezelfde appgroep. ‘In Spanje zijn veel te veel feestdagen en het is te warm voor kerst’, foeterde de ander. Ik dacht aan mijn kerstservies met de beker waarop een afbeelding staat van een meisje dat een sneeuwpop kust. Nog een dag wachten en ik zou er weer naar kunnen kijken en de zoon zou weer kunnen mopperen dat die beker echt veel te klein was. En om dat te voorkomen zou ik ook een kleinere versie van diezelfde beker voor hem op tafel zetten. Met een kleiner meisje erop, dat een kleinere sneeuwpop kust.
Morgen mocht ik pas de Merry Christmas lichtbak van de bovenste plank uit de berging halen. Nog een etmaal en dan zou ik ’m voor het raam naast de voordeur hangen. 71 Flikkerende lichtjes waarvan 12 stuk, in roodblauwgroengeel met negen verschillende standen, variërend van krijsend tot kalmerend. Ik keek toch even in de berging. In de doos onder de kerstlichtbak zag ik in een doorzichtig zakje de figuren uit de kerststal. Ik hield me in en liet baby Jezus, Maria, Jozef, de drie wijzen, de herder, de os, de ezel en de schapen in een janboel liggen. Nog even wachten en dan zou ik ze allemaal keurig in het gelid in de stal zetten – de dochter en de zoon zouden de traditionele indeling keer op keer ontwrichten – en op kerstavond pas, zou ik baby Jezus in de kribbe leggen. Tot 24 december zouden de zoon en de dochter ’m omstebeurt op de meest onmogelijke plekken in de woonkamer verstoppen. Onder de kerststalfiguren lag de onesie van hond M. Een roodwit fleece geval met rendieren erop. Ook dit jaar zou ik de hond erin persen en zou man E ’m weer bevrijden.
De zaden en noten in het vogelvoederstation waren bijna op. Dat was voornamelijk de schuld van de stadspapegaaien die schijt hadden aan de eetlust van de koolmezen, roodborstjes en vinkjes. Ik vulde het bij. Dat klusje mocht ik vandaag van mezelf wel doen.

Standpunt

Voor de boekenclub lees ik Onder buren van Juli Zeh. De hoofdpersoon, een copywriter, is van Berlijn naar het platteland verhuisd en ziet in elke vliegende Vlaamse gaai de geest van haar overleden moeder. Dat past fijn in mijn straatje, maar er is ook het nodige aan te merken op het boek, zoals de mislukte Nederlandse vertaling van Über Menschen, de oorspronkelijke titel.
Met de verkiezingsuitslag nog vers in het geheugen is het onderwerp, de kloof en de brug tussen links intellectuelen en nazi’s, interessant. [Even tussendoor, ik krijg buikpijn van zo’n cliché zinnetje als ‘met de verkiezingsuitslag nog vers in het geheugen’ en toch corrigeer ik het niet en blijf ik wachten op wat er gaat gebeuren als ik het laat staan.]
Er staat een mooie verhandeling in het boek over het concept standpunt. De hoofdpersoon woont naast een nazi met wie ze soms samen eet, die haar helpt met het opknappen van haar nieuwe huis en op wiens kind ze past. Gewoon, wat buren doen. Ze vraagt zich af of ze wel of niet naast de nazi moet blijven wonen. Maar het lukt haar niet om hierover een standpunt in te nemen. ‘Zonder standpunt is er geen orde. Zonder standpunt blijft de wereld chaotisch en onbegrijpelijk, en dat doet meer pijn dan ze hebben kan. Dus doet ze wat alle verwarde zielen doen in richtingloze tijden: ze zoekt waarheid in informatie. (…) Maar is informatie hetzelfde als waarheid? (…) Je kunt informatie wenden en keren. De waarheid blijft hetzelfde. De waarheid is dat het helemaal niet uitmaakt of ze vertrekt of blijft. Omdat nazi’s niet ophouden te bestaan alleen maar omdat je niet meer naast ze woont.’
Standpunten zijn moeilijk vind ik. Vaak heb ik ze niet eens. Overal is wel wat voor te zeggen, tegen in te brengen. Mensen die hun standpunt zelfverzekerd verkondigen – waar ik jaloers op ben – hebben meer kans op confrontaties – waar ik bang voor ben.
Standpunt is een statisch woord, een stilstaand begrip: daar sta je dan met je punt. Nou gefeliciteerd. Doe mij maar een komma.