Steun

Ze vraagt me of we vandaag even kunnen bellen. Volgende week samen met de hond wandelen? Zijn we zondag thuis? Kan ik die nacht blijven slapen? En wie moet ze allemaal uitnodigen? Kerstcadeaus? Dat kan ze nauwelijks opbrengen. Ze heeft het zwaar. En ik ben haar toeverlaat.
Alles zou ik wel voor haar willen doen, zeg ik. Maar alles is wel wat veel. Een beetje te veel. Dat komt omdat ik dingen van vroeger en vandaag door elkaar haal. Voor de zoveelste keer komt het oude zeer naar boven. Gebrek aan aandacht, vechten om op de eerste plaats te komen, poten die onder stoelen vandaan gezaagd worden. Maar in het nu telt dat niet.
Ik gebruik man E, de zoon en de dochter als mijn verstand. Ze zeggen alle drie hetzelfde. En daar luister ik dan maar naar. Vertoon zelfs rationeel gedrag.
Maar als ik met hond M loop laat ik de boosheid toe, het onbegrip over de keuzes die gemaakt worden, de misplaatstheid van mijzelf in het geheel. Het laconieke gevoel, de opluchting en de hoop op makkelijkere tijden. Wat een slecht mens ben jij, straf ik mezelf.
Ik bel haar, en zeg dat ik alles wat ze heeft voorgesteld goed vind, dat ik overal in mee ga. Want het gaat nu even niet om mij. Dit is wel het laatste moment om te hameren op wat ik vind. Zegt het hoofd.
Tijdens de yin yoga klopt mijn hart. Traag. Trager. Traagst. Ik adem in en na een hele tijd weer uit. En in die pauze dringt het door. De open deur die alle geestelijke hulpverleners eindeloos herhalen. Dat je altijd een keuze hebt: blijven hangen in wat was of leven met wat is.

Plaats een reactie