
Een paar dagen voor onze trip naar de Caribbean begon ik met stapeltjes maken. ‘Mooi weer’-stapeltjes. ‘Vermaak op het schip’-stapeltjes. ‘Officiële papieren’-stapeltjes. Maar voor een van die stapeltjes – mooi weer – bleek het nog te vroeg. De zoon was in contact geweest met iemand die schurft had en de kans bestond dat hij besmet was, ook al had hij geen klachten. Ik herhaal het woord dat qua klank, betekenis en spelling z’n naam de hoogst mogelijke eer aan doet nog maar even: schurft. Een soort luizen, maar dan voor studenten.
Als huisgenoten van stelden wij het schurft-protocol van het RIVM in werking. Het hele gezin moest pillen slikken, alle kleding die we de laatste drie dagen hadden aangeraakt moest gewassen op 60 graden (dat ging dus niet) of in vuilniszakken. 72 uur lang. Dus ook de winterjas, de pannenlappen en de warme laarzen. We mochten hond M drie dagen niet knuffelen, alleen met plastic handschoenen aan. Alles van stof wat niet in een vuilniszak kon moest gezogen: de bank, de stoelen, de hondenmand, de pianokruk. We moesten onze bedden verschonen, erin slapen met onaangetaste kleding aan en de volgende ochtend de bedden weer verschonen.
Tot zover de praktijk. Een gedoe, maar het ging best prima. Zelfs man E deed op Curaçao aan het protocol mee.
De emoties die de scabiësmijt in ons gezin veroorzaakte, tja dat was een heel ander verhaal. De zoon, de dochter en ik, we interpreteerden de regels alle drie toch net wat anders. Was het nou drie dagen of toch echt 72 uur? Mocht hond M nou wel of niet op de bank? Moest een leren jas nou wel of niet in de zak? Aloude triggers, mechanismen en gezinssystemen vlogen ons om de oren. Zo hield ik me niet aan de afspraken. Bleek weer eens dat ik niet stressbestendig ben, wat zich vooral uitte in ‘Ik weet het niet, ik weet het ook niet’ roepend, terwijl ik me toch de verantwoordelijke ouder voelde. De dochter was kwaad: Hoezo ging iedereen maar lekker naar het Caribisch gebied en bleef zij thuis met de meeste kans op schurft? En de zoon was alleen maar praktisch bezig en toonde weinig berouw. Ook hond M was over de kook, want alle kussens waar ze normaal gesproken ’s nachts op ligt waren weg. Toen wij naar bed gingen, bleef ze jankenpiepenblaffen in de huiskamer. Dat deed ze anders nooit.
Vanavond mogen we alle zakken weer openmaken. Maar voorbij is het dan nog niet. ‘Na zeven dagen doet iedereen de behandeling opnieuw. Dus zowel pillen slikken als kleding en beddengoed wassen.’ Aldus het RIVM. Over zeven dagen? Dan was man E net thuis met een jetlag, voeren de zoon en ik ergens voor de kust van Mexico en was de dochter net begonnen met haar nieuwe theatercafé-baantje. Hoe dan?! Gelukkig mocht de herhaling van de huisarts ook over veertien dagen. Dat interpreteerden we allemaal hetzelfde.