In de weg

In de mistige regen liep ik met hond M langs de Amstel. In mijn oren klonken de stemmen van Gijs Groenteman en Coen Verbraak. Vooral die laatste heb ik hoog zitten, maar een interviewer die een interviewer interviewt, mwah. Wel wist Verbraak de kern van het leven prachtig te definiëren: ‘Leven is jezelf in de weg zitten.’ Groenteman voegde daaraan toe: ‘En dat je probeert dat te overwinnen.’ Daar werd ik kriegelig van.
Een paar weken eerder had ik met het clubje van de eerste liefdes gegeten. De gesprekken van die avond – over Omtzigt en Wilders, ijshockeyclub GIJS, de liefdeslevens van onze kinderen, Ajax, gezinsopstellingen – kon je zo onder de noemer ‘jezelf in de weg zitten’ zetten. Maar waar het om ging was dat we daar alle vier enorm om konden lachen. Maar goed, dat was een avond uit, met een gedeeld verleden van zowat veertig jaar, wijn en sushi, of kloeten zoals ex R. deze Japanse delicatesse noemde.
In het dagelijks leven ligt het anders. Dan is het net alsof het makkelijker is om jezelf in de weg te zitten, dan om middenin het leven te staan. Op internet kwam ik erachter dat dat met zelfsabotage (ieks) te maken heeft. De hele therapeutische riedel werd afgedraaid: faalangst, uitstelgedrag, onzekerheid, perfectionisme zorgen er allemaal voor dat je jezelf in de wegstaat. Met direct de oplossingen-reut erachteraan: maak een plan, word je bewust, stap voor stap, praat erover, zoek een accountability partner (WTF?).
Deze theorie liet ik voor wat ie was, liever een goed voorbeeld uit de praktijk: in de herfst van vorig jaar heb ik een fotolijstje, bestaande uit twee glasplaatjes gekocht. Daartussen heb ik vijf veertjes van Vlaamse gaaien gestopt. Dat had ik uiteraard eerst uitgesteld, maar uiteindelijk ging ik met een pincet en handschoenen aan de slag om de veertjes in de juiste volgorde, op de juiste afstand van elkaar en op de juiste hoogte op het ene glasplaatje te leggen. Even niet te hard uitademen, een onverwachte beweging maken en of man E, de zoon en de dochter ook stil wilden zijn en zitten. Dat gebeurde natuurlijk allemaal niet. Daarna moest het andere glasplaatje er bovenop gelegd worden, waarbij alle vijf de veertjes zich niet mochten verroeren en moest het geheel in het frame worden geschoven.
Echt lang stond het lijstje met de perfect gepositioneerde veertjes te shinen in de woonkamer. Tot de zoon zei dat er vlekken op het glas zaten. Ik ging gelijk aan de poets en in minder dan geen tijd zaten de veertjes chaotisch achter het schone glas. Dat was met kerst denk ik. En sindsdien, iedere keer als ik het lijstje zie, en dat is zeker drie keer per dag, denk ik, maak het nou in orde. Maar ho maar. Dat kun je jezelf in de weg zitten noemen. Maar dat hele proces wat ik hierboven heb beschreven, hoe noem je dat dan?

Op het schip

{Brieven aan mijn vader}

Lieve pap,

Sinds eind november vorig jaar heb ik je niet meer geschreven. Het lijkt alsof de gaten tussen onze contactmomenten groter worden, dieper. Dat wil ik niet, maar dat is wat de tijd doet.
Net als zovele brieven, begint ook deze weer met je zegelring. Deze keer lag ie op een nachtkastje in downtown Miami. Je kleinzoon lag ernaast, zijn jetlag weg te slapen. Het was zover, het vage plan dat vriendin M en ik in het voorjaar vorig jaar hadden geopperd, was werkelijkheid. We gingen samen met haar dochter en jouw kleinzoon op bezoek bij de eend die al maanden aan het werk was op een cruiseschip. Weet je het verhaal van je kleinzoon en de eend nog? Ze hadden geen relatie, het was geen scharrel, of een date of geen idee hoe ik het moest/mocht noemen. Man E bleef maar roepen: ‘If it looks like a duck, swims like a duck, and quacks like a duck, then it probably is a duck.’ Dus vanaf dat moment was liefde J tot eend omgedoopt. En we zouden een hele week met dit bijzondere gezelschap van vijf van alles gaan beleven op het schip.
Ik kan je vertellen over de vrolijk gekleurde vissen die ik al snorkelend zag in Mexico of over de legu- en pelikanen, het azuurblauwe water aan het strand van Honduras, de fietstocht langs de kust van Cozumel, de harde muziek op alle decks en gelukkig het eigen balkon, het geschreeuw van de ongeveer 5500 Amerikanen die ook op het schip zaten en wederom gelukkig het eigen balkon, de man met het ‘Trump 2024 Make liberals cry again’-shirt, de groep bachelors met de ‘Blame it on the drinking package’-shirts en gelukkig het gezin met de shirts ‘I love my two mums family’. En over een boek waarover ik op de heenweg in het vliegtuig een recensie las (Stiff van Mary Roach) en waarvan de eerste zinnen luiden: ‘The way I see it being dead is not terribly far off from being on a cruise ship. Most of your time is spent lying on your back. The brain has shut down. The flesh begins to soften. Nothing much new happens, and nothing is expected of you.’ Over de jonge liefde die ik tussen de zoon en de eend zag, de mooie gesprekken die ik met vriendin M had en hoe ik genoten heb van haar dochters, hoe ik heb kunnen leren van de dynamiek binnen een ander gezin en hoe hard we alles wat we maar wilden hardop konden zeggen, want de enige Nederlanders op het schip.
Maar ik beperk me tot de dingen waarvan ik denk dat jij ze het leukst had gevonden. Daar gaan we.
We kregen crew family-passen en mochten een kijkje nemen in de crew bar waar alles de helft goedkoper was, we liepen door het crewrestaurant, langs de kleedkamers en ook hebben we de hut van de eend gezien. Ik voelde mij een VIP ook al was dat nergens op gebaseerd.
Elke show van de eend zaten we front row. Er lagen bordjes ‘reserved’ op de beste stoelen en medewerkers die we niet kenden riepen al van een afstand: ‘Family of the duck? Hi, how are you, sóó nice to see you.’ Na afloop van een van de shows spraken we ook even met zanger D, de beste vriend van de eend, zeker weten – knipoog – dat je hem leuk had gevonden, pap. Dat blijf ik magisch vinden, het ene moment staat zo iemand in vol ornaat te shinen op het podium, het andere zit ie zonder make-up en in een trainingspak tegenover je en zegt ie lachend ‘Oh my God, you are so tall. And hot’, tegen je kleinzoon.
En wat had jij gelachen om de glitterbroeken van vriendin M en mij. Tijdens de dansworkshop ‘Rolling on the river’, gegeven door de eend, hadden we ze aangetrokken. Van tevoren dachten we nog, mmm beetje overdressed wellicht, maar what little did we know.
Ook leuk, je kleinzoon werd 21 op het schip en mocht voor de tweede keer in zijn leven officieel alcohol drinken. Hij kreeg tijdens zijn verjaardagsdiner een extra toetje en de obers en serveersters gingen voor hem zingen. Weet je nog dat ze dat destijds op mijn verjaardag op ons schip in Noorwegen ook voor mij deden? Gênant maar toch leuk.
Af en toe zat ik alleen op het balkon, met een glas veel te dure Torresella, dan staarde ik naar de eindeloze zee, voelde de deining van de golven en snoof de geur van het zilte water op. Dat was fijn pap.
Sorry voor al het Engels, ik weet dat je kennis daarvan zozo is, maar ik denk dat je het allemaal wel ongeveer begrijpt. En ik beloof, volgende keer gewoon weer meer in het Gronings.
Oh ja, nog even snakken, je kleindochter heeft een baan bij een theatercafé, afgelopen weekend vroeg Alex Klaassen haar om een glas water.