Kinkermoeder

Lang, lang geleden was er eens een vrouw die mijn moeder ‘Kinkermoeder’ noemde. Daarmee doelde ze op de relatie die moeder A en ik hebben. De Kinkerstraat in Amsterdam Oud-West was een echte arbeidersbuurt met een sterk buurtgevoel. De huizen waren klein, stonden dicht bij elkaar en de sociale controle was groot. De zonen traden in het voetspoor van hun vaders, de dochters deden hun moeders na. Kinkermoeders en -dochters dronken vaak samen koffie, gingen samen naar de Ten Katemarkt, hadden dezelfde kledingsmaak, hun huizen lagen vlak bij elkaar en natuurlijk paste de Kinkeroma op de Kinkerkleinkinderen. Tenminste, ik denk dat het er in die buurt zo aan toe ging.
In dat verre, verre verleden voelde ik mij aangesproken en vroeg ik mij af of ik wel zelf keuzes maakte of gemakshalve maar alles kopieerde van moeder A?
In therapie leerde ik veel bij en weinig af. Ik kwam erachter dat ik moeder A op een voetstuk had geplaatst. En dat het gezonder zou zijn als ik haar daarvan af zou halen. Met de nodige ruzies, verwijten en het bijbehorende verdriet lukte dat. Ik schopte de pilaar omver, zette haar met beide benen op de grond en hield haar tegen als ze er weer op wilde klimmen. We gingen graag samen uit eten, dronken nog liever een borrel, koesterden allebei weinig ambitie, hadden dezelfde slappe lach, kregen allebei kanker (en nee, die grap ga ik niet maken) en verheugden ons op het gezamenlijk zomerleven in Frankrijk.
Jaren en jaren bij de psycholoog om erachter te komen dat ik nooit Kinkerdochter ben genoemd en toch blij ben dat ik er één ben.

Plaats een reactie