De Klassieker

‘Vanavond, klokslag 18.00 uur, bord op schoot’, appte ik ’s morgens vroeg naar man E. Ik was nou al zenuwachtig en hoopte, eerlijk is eerlijk, dat het verlies binnen de perken zou blijven. Niet al te veel pijn zou doen.
Het mediateam van m’n club had een prachtige sfeervideo gepost, die ik niet snapte, maar wel voelde. Iets met nummer 4, wind en regendruppels en de vlag met de drie kruisen. En een prachtlied van tante Leen, ‘Diep in mijn hart, is er maar één dat ben jij.’
Onderweg naar het Amsterdamse Bos met vriendin I, en hond M en hond B op de achterbank, probeerde ik mijn gespannenheid uit te leggen, maar dat lukte niet erg. Voetbal? Tegen wie? Uitleggen, dat moet ik ook niet willen.
De rest van de dag verliep overwegend kalm, tot een uur of vijf ging het best goed. Muur verven in de ontstane logeerkamer, kerstverlichting kopen bij de Aldi, de pony van hond M bijknippen en reageren in de groep van de eerste liefdes waarmee ik de volgende dag uit eten zou: de overstromingen rondom Valencia waar de één woonde, de stress over de Amerikaanse verkiezingen van de ander, maar toen begon de derde over de interessante opstelling van de in zijn ogen tegenstander en barstte de spanning in alle hevigheid los. Ik probeerde het eten nog op tijd klaar te hebben, maar ik haat koken en al helemaal als mijn club al in de catacomben staat om het veld op te lopen. Man E moest het weer eens afmaken.
Ineens was het 0-1. Ik wist niet wat ik zag. Weg buikpijn, de vuisten in de lucht en een hond die, hoewel ze naar de hoofdstad is vernoemd, niet tegen de ontlading kon. Toen het ook nog 0-2 werd, kon mijn hartslag weer normaal worden. En ook hond M keek vanuit haar mand ontspannen naar de grasmat.
In de rust legde de eerste liefde iets uit over een aanvallend wapen dat onschadelijk was gemaakt door de rechtsbuiten en dat had dan volgens de in Spanje wonende eerste liefde te maken met loopvermogen en duelkracht. Ik begreep het wel, maar het was te hoog gegrepen.
Ik vond de bodycheck van de aanvoerder mooi, de glimmende schoenen van de Italiaanse coach, het gesprekje na afloop op het veld van de man van de wedstrijd met de broer van en natuurlijk alles wat nummer 25 deed. En de keeper waarover ik nu echt nooit meer wil horen hoe oud ie wel niet is.
Na de wedstrijd keek ik de sfeervideo nog een keer terug: Ajacieden schuilen niet.

Buik vol

Oké. Dus er moest een nieuwe manier worden gevonden om de relatie met twee uit huis wonende kinderen vorm te geven. Dat kon natuurlijk van alles zijn, maar ik hou niet van koken, man E en ik hadden net de financiën doorgenomen (niks mis mee), hij was zelf ook uit eten met een vriend en waarom moest ik me sowieso verantwoorden?
De dochter had er al eens afgesproken om haar baas te vertellen dat ze ontslag wilde nemen. De zoon was er geweest toen hij voor het eerst z’n dispuut ontmoette. Ik vond Hesp gewoon een fijn bruin café.
Dus daar zaten we met z’n drieën in de iets van 120 jaar oude uitspanning aan de Amstel. Hond M was ook mee, omdat ik vond dat ze wel wat meer horeca-ervaring kon gebruiken. In mijn fantasie lag ze lekker onder de tafel. In het echt stond ze in de loop.
Er was saté en brood en gnocchi en parelgort en gesprekken over ADE, Halloween huisfeesten, Rijk Hofman die iets had met Love of Temptation Island of The Bachelor (ik ben hier echt te oud voor helaas). Het ging over compo-, club-, topc4- en wedstrijdroeien (nog steeds te oud, maar niet te beroerd om de betekenis van compo en topc4 op te zoeken op de sites van Orca en Skøll, de gezelligste roeiverenigingen van Utrecht en Amsterdam: competitie en beste competitie in een boot voor vier personen). Maar belangrijker, legden de zoon en de dochter uit, het ging om de verhouding roeien-bier. Van compo – veel bier niet roeien – tot wedstrijd – geen bier altijd roeien.
Ineens zei de dochter tegen haar broer: ‘Kijk, we krabben op hetzelfde moment op dezelfde manier aan onze pols.’
Ik zag het niet, maar zat ineens vol van de gedachte: die twee hebben allebei in m’n buik gezeten.
Toen we weer naar huis liepen en de zoon rechtdoor ging omdat dat zijn kortste weg was en de dochter en ik rechtsaf sloegen, vond ik dat niet eens vreemd. Hond M had er wel problemen mee dat de roedel niet meer compleet was. Ze piepte een paar minuten en keek om en om en om. Ondertussen luisterde ik naar de dochter die vertelde hoe leuk het wel niet was om in een studentenhuis te wonen.

Grobbeln en strovveln

Gisteren was ik met moeder A naar de Grunneger Dainst in d’Olle Lutherse Kerk aan t Spui. Met zo’n 150 Groningers zit je dan midden in Amsterdam te luisteren naar Groningse gebeden, lezingen en een preek waarbij je op de achtergrond het geratel van trams 2 en 12 hoort.
Het geloof in God neem ik, met de nodige moeite, op de koop toe. Ik kom voor de Groningse woorden die ik lang niet of nog nooit heb gehoord. Het thema was Wie goan veur t licht. Ja wie niet, maar goed. Er werd een stuk voorgelezen uit het boek Jesaja: As blinden grobbeln wie bie muren langs (…) wie strovveln op kloarlichten dag. Grobbeln en strovveln. Dat ging ik als ik thuis was in het Nieuw Groninger Woordenboek van K. ter Laan opzoeken. Grobbeln is rondtasten in het donker, strovveln betekent sloffen of struikelen.
Een van de organisatoren van de dienst droeg een gedicht voor waarin het woord kougaang voorkwam, vroeger het stuk van de schuur waar de koeien op een rij stonden met de kop naar de muur en de kont naar de deel, de gang. Achter de koeien liep een mestgoot die elke dag leeggeschept moest worden. De groupe wist oom M zich ter herinneren toen ik ‘m in een app vroeg hoe het precies zat. De kougaang van onze boerderij was niet meer in functie toen ik klein was, maar werd nog wel zo genoemd. Er stonden machines, gereedschap en hier en daar een hok met een kalf erin. Ik vloog bij het horen van dat woord het verleden in, de grote nieuwe schuur in. En zag de damp van de koeien afkomen, hoorde hun gebries, m’n broer rondlopen met toeven gras, oom M met een enorme trekker en opraapwagen achteruit de stal inrijden om de koeien te voeren en m’n vader de melkstal instappen.
Ook tuutjefloiten kwam nog langs. In een mooi lied van Arnold Veeman, een Groninger muzikant die te gast was. K. ter Laan verwijst mij door naar omtuutjen en diedeldaantjen: je tijd verdoen.
Toch een mooi thema, voor het licht gaan, maar dan wel graag tuutjefloitend.

Beter af

‘Je hebt al een tijd geen stukje meer geschreven’, zei de zoon. Dat hakte erin.
‘Waarom niet?’, hakte hij vrolijk verder.
Omdat ik niet weet waarover, de onderwerpen zijn te groot: kinderen het huis uit, nieuw leven opbouwen met man E, niet meer naar Groningen willen verhuizen, een zo veel makkelijker leven met moeder A nu ze alleen is, mijn arm die mijn tempo niet kan bijbenen… Op papier zou ik het daar allemaal over kunnen hebben, maar het ontbreekt me aan grip op de gebeurtenissen.
Ik schrijf ook weinig omdat het zo moeilijk is je ergens toe te zetten waarvan je weet dat dat het beste voor je is. Terwijl als je het wel doet… tja dan ben je beter af. ‘Beter af’, dat suist al een paar dagen door mijn hoofd.
Als je in een nieuwe situatie belandt, zoals het hebben van een leeg nest, ga je jezelf vertellen dat je beter af bent: Nou, het is ook wel fijn dat we nu een logeerkamer hebben. Dat het aanrecht niet meer overvol staat. Dat ik minder boodschappen hoef sjouwen, was op te hangen. Dat ik mij kan verheugen op Oogappels terugkijken of een dagje Utrecht met de dochter. Dat de zoon nog vaak komt koffiedrinken.
In plaats van slechter af zijn: wat is het huis stil en saai. Hoezo geen broodtrommels meer vullen? Geen paasdozen meer maken? Heen en weer fietsen van en naar hockeyvoetbalturnenzwemles. Waar zijn die afgelopen twintig jaar ineens gebleven?
Het is maar hoe je naar de situatie kijkt. Welk verhaal je vertelt.
Je omgeving verandert, je past je aan en praat het goed. Zal wel menselijk zijn. Maar ook goedkoop. Eerst met heug en meug naar Groningen willen verhuizen, erachter komen dat niemand mee wil, dat niet begrijpen, dat wel begrijpen om vervolgens te zeggen dat het huisje van moeder A in Frankrijk een prima alternatief is. Al helemaal omdat het huisje ondertussen van jezelf is.
Het is moeilijk te begrijpen vind ik, beter af zijn met iets. Liever is iets beter. Of af.

Het schilderij heet Green emptyness en is van Wassily Kandinsky, heeft verder niks met het stukje te maken, maar ja, er moest toch een plaatje bij.