
Nog een paar dagen en dan ben ik tweeëntwintig jaar moeder. Als de zoon of de dochter jarig is, koop ik altijd een te dure bos bloemen voor mezelf en pak het blauwe (de zoon) of het oranje (de dochter) geboortealbum erbij. In no time is het dan januari 2003 of juni 2005 en zit ik op de wc in de Lekstraat weeën op te vangen en man E uit te schelden omdat hij een stinkende boterham met pindakaas eet, (de zoon) of het bed nú nog op klossen moet zetten (de dochter).
Na dit tripje naar vroeger zette ik de kweepeertakken op een vaas en stelde de gang naar Aurora, sinds 1909 dé lampenwinkel van Amsterdam, nog langer uit. Die ellendige Merry Christmas lichtbak fixen, kon altijd nog. Liever keek ik naar aflevering 10 van het laatste seizoen van Parenthood (dank nog vriendin M voor de tip). 103 Afleveringen van 40 minuten lang gaat het over opvoeden. Maar dan op z’n Amerikaans, altijd maar doorzetten, presteren en te veel samendoen.
Wat had ik de zoon en de dochter eigenlijk bijgebracht? Nu ze beide het huis uit waren, was het niet zo gek m’n opvoeding te beoordelen.
Ze hebben geleerd met een brede blik naar de wereld te kijken. Ze hebben op voetbal, tennis, turnen, karate, roeien, hockey, zwem-, piano- programmeer- en debatles gezeten. Ze zijn naar Nemo, Artis, de Krakeling, het Concertgebouw, Tuschinski, Paradiso, Carré en het Rijksmuseum geweest. Ze zijn altijd goed verzorgd met koffie, geknipte nagels, nieuwe kleren en een overvolle snackla. Maar de confrontatie met ze aangaan? Duidelijk grenzen aangeven? Daar ben ik te vaak voor weggelopen. Ik heb te snel geoordeeld, me te weinig ingeleefd, was er soms niet terwijl ze me wel nodig hadden. En nog een dieptepunt, te weinig geluisterd. Terwijl ik me dat tweeëntwintig jaar geleden met m’n dikke buik nog zo had voorgenomen wél te doen. Net als mijn allerliefste oma Bab dat altijd en altijd en altijd maar deed.
Maar mijn grootste tekortkoming kwam van de week aan het licht toen de zoon vertelde dat ie de samenvatting van de koploper van de Duitse Bundesliga tegen 010 had gekeken. Op deze manier ging mijn opvoeding steeds meer lijken op de wanprestatie van Ajax in Riga.
Ik had op een fundamenteler niveau toch wel meer goed gedaan? Het was moeilijk om daar woorden voor te vinden, eerst maar eens met hond M de regen in. Misschien kreeg ik in die troosteloze grijze lucht nog wel een goede inval. Dat was zo: ik ging het ChatGPT vragen. De bot antwoordde van alles waar ik me niet in kon vinden, behalve: ‘Ik vond het belangrijk om zowel structuur als ruimte voor eigenheid te bieden.’ En ook ‘Mijn kinderen hebben geleerd door te kijken naar mijn eigen gedrag en keuzes.’ Daar wil ik nog wel even aan toevoegen dat ze door naar mij te kijken ook geleerd hebben hoe het niet moet. Minstens net zo belangrijk.
Ondertussen had ik genoeg moed verzameld om naar Aurora te gaan. Ik haalde net mijn fiets van het slot toen een meisje van een jaar of 11 de weg vroeg. De straat waar haar vriendin woonde kende ik niet en ze kon het ook niet checken op haar telefoon, want leeg. Wel had ze een oplader bij zich.
‘Nou’, zei ik, ‘kom maar even binnen, dan laad je je telefoon op en met een paar procent batterij kun je me het adres laten zien.’
Ze twijfelde een tijdje en vroeg toen: ‘Bent u een kidnapper?’
Ik dacht dat ik het niet goed had verstaan.
‘Bent u een kidnapper?’ vroeg ze nog een keer.
‘Nee’, zei ik, ‘ik ben een moeder.’