
Mijn eigen nest mocht dan wel leeg zijn, dat hoefde natuurlijk niet te betekenen dat anderen er geen konden bouwen. Dus haalde ik het grote stenen ei met gaten dat ik ooit bij de Welkoop in Dronten had gekocht tevoorschijn. Ik dacht nog even dat ik me had vergist en het een waterbakje voor vogels was, maar daarvoor zaten er te veel gaten in. Op verkeerde plekken ook, bleek toen ik ’m toch even onder de kraan probeerde te vullen.
De gebruiksaanwijzing drukte mijn eigenwijsheid de kop in, het ging hier om een Fiësta Nester, ‘de ideale plek voor vogels om materiaal voor hun nestje te vergaren.’ Het enige wat ik hoefde te doen was er nestmateriaal in stoppen. Ik ging op zoek naar het perfecte spul. Niks geen puntige takjes en prikkende blaadjes, lekker warm en pluizig moest het zijn. Dons? Wol?
Ha, de zachte vacht van hond M natuurlijk. Ik kamde en borstelde haar, trok de plukken haar uit de hondenverzorgingsbenodigheden en propte het in het ei. Het duurde maar even of daar kwam de eerste koolmees al aangefladderd. Hij of zij pikte in de gaten in het ei en vloog met een bekje vol vacht naar het nest in aanbouw. Af en aan ging het, met z’n tweeën nu. Allebei vlogen ze met een wolk van vacht, zowat nog groter dan hun lijfje, heen en neer.
Zeer met mezelf ingenomen zat ik ernaar te kijken. Dat was pas natuur! Dat was pas recyclen! Kon ik mooi weer een vlucht boeken.
Maar eerst dit stukje schrijven. Daarvoor kamde ik het internet nog even af op zoek naar meer info over mezennestmateriaal. Al gauw kwam ik op de site van de vogelbescherming terecht waar ik van alles las over dingen die je in zo’n ei kunt stoppen. En ook dingen die je er vooral niet moet instoppen zoals ‘haren van huisdieren die zijn behandeld met anti-vlooien- of -tekenmiddel.’ Oeps. Onderzoek naar doodsoorzaken van koolmezen had uitgewezen dat restanten van onder andere hondenharen ‘veelvuldig gevonden waren in de onderzochte mezen’. Bespoten haren kwamen met regelmaat in nesten terecht en drongen door de huid van de jonge meesjes.
Was ik zo-even nog de barmhartige Samaritaan, nu was ik de bruut verantwoordelijk voor het lege nest syndroom van twee koolmezen.