Vijfenvijftig

{Brieven aan mijn broer}

Hé broer,

‘Gefeliciflapsteert’, zou je zwager E zeggen. En ik sluit me daar van harte bij aan. Vijfenvijftig jaar, dat is toch niet te geloven. Jammer genoeg kunnen we het niet uitbundig vieren. Maar ik drink er wel een glas cola op. Proost.
Ik heb je nog niet verteld dat mama in het ziekenhuis ligt. Ze heeft last van haar hart en kan niet goed ademhalen. Het gaat in het ziekenhuis met slangetjes in haar neus wel een stuk beter gelukkig, maar ze weten nog niet precies hoe het komt. Op haar kamer liggen nog drie andere vrouwen en een ervan zit ons aldoor af te luisteren als ik op bezoek ben. Dus nu praten mama en ik Gronings met elkaar, zodat die vrouw dat niet verstaat. Lekker puh. Het lukt best goed met dat Gronings van mij, soms weet ik niet of het nu buuk of buik of boek is, maar dan zegt mama pokkel en pins en lachen we ons weer slap.
Af en toe kruip ik bij haar in bed en dan kijken we samen televisie of doen we een spelletje, dat is best gezellig. We weten niet hoelang ze daar nog moet blijven, maar we kunnen sowieso niet naar Frankrijk. R zou ook mee. Dus daar heb ik de smoor over in. Maar ik denk dat jou dat verder weinig kan schelen.
Mama heeft een nieuwe badjas, die ga ik vandaag ophalen. Blauwelucht-kleur met rozevarken-kleur takjes en bloemetjes erop. En ik geef haar aardbeien en chocola, maar dat laatste wil ze niet, omdat alle lekkeren er al uitgegeten zijn. Dat had ze trouwens zelf gedaan. Ze vermaakt zich wel goed in het ziekenhuis, met tennis kijken en puzzels maken. En het is ook wel beter dat ze geen port kan drinken of sigaren roken, maar ik hoop eigenlijk stiekem wel dat als ze weer thuis is, ze dat toch gewoon weer gaat doen. Dat snap je zeker wel?
Dus tja, die verjaardag van jou die valt wat in het water vandaag. Misschien moet je het maar samen met papa vieren in Bellingwolde. Met jullie prachtige uitzicht daar over het gruinlaand.

Dikke kus van je zus

Eén gedachte over “Vijfenvijftig”

Plaats een reactie