White Lies Party

In het Oeverbos naast de Amstel waar ik met hond M liep, lag een nat wit T-shirt op een boomstam. ‘Ik heb niet de broer-zus band verbroken (2x)’ stond erop. Vooral dat (2x) intrigeerde me. Was het een regel uit een lied, dat twee keer gezongen moest worden? Hoorde de zin in een gedicht thuis en werd het herhaald? Of was de zin gewoon te lang om twee keer op een shirt te schrijven? En wat bedoelde de schrijver er mee?
Thuis vroeg ik het aan Chat, die me vertelde dat het een regel was uit het gedicht ‘Aan mijn zus’ van ene Guus Houttuin. Het gedicht zou gaan over de bijzondere band tussen broers en zussen en hoe die band onverwoestbaar is, zelfs als ze elkaar lange tijd niet spreken. Chat, wars van emoties, vroeg ook nog of ik kon verduidelijken wat ik precies bedoelde met nat, wit shirt en broer-zus band. Maar dat kon ik niet. Wel was duidelijk dat ik hier iets mee moest. Maar wat?
Op internet zocht ik verder naar het gedicht en de schrijver, maar vond niks.
Misschien moest ik het meer op mezelf projecteren? Had ik de band met m’n broer niet verbroken of had hij dat niet gedaan? Nou, hij had ‘m wel verbroken, ook al was het niet expres. Eerst toen ie gehandicapt bleek en we dus geen normale broer-zus band konden ontwikkelen en later nog een keer toen ie dood ging en er helemaal geen relatie meer was. Of was dit te cru en had ik die band verbroken, door daar niet mee om te kunnen gaan? Twee keer.
Nee, dit sloeg allemaal nergens op, ik moest het eenvoudiger houden. Het shirt lag vlakbij roeivereniging Skøll, waarvan de zoon lid is. Misschien had een student het aan gehad tijdens een borrel waar ook broers en zussen van leden welkom waren? Het was een optie, maar wat een vreemde tekst voor een gezellig feestje.
Daar kwam de zoon al aan voor koffie. En ja hoor, hij wist meteen wat ik bedoelde. Het ging hier over een White Lies Party. Iedereen draagt tijdens zo’n feest een wit shirt waarop een leugen is geschreven. De tekst is vaak sarcastisch, je bedoelt het tegenovergestelde van de white lie die je draagt. Voorbeelden zijn ‘Ik ben niet dronken’, ‘Mijn telefoon is dood’, ‘Ik was het niet’ en dus ook ‘Ik heb de broer-zus band niet verbroken’. Wat dus gewoon betekent dat een jongen en een meid die vrienden waren toch seks met elkaar hebben gehad.
Wat een onderstreping van de generatiekloof was deze opheldering. En wat een deceptie. Het bleek maar weer dat de feiten een stuk saaier waren dan m’n fantasie. Gelukkig bleef er nog wel een mysterie over. Waarom had de drager het shirt uit gedaan? Had hij of zij de daad bij het woord gevoegd en meteen nog maar een derde keer de broer-zus band verbroken?
Wat er allemaal ’s avonds in dat Oeverbos gebeurde… ik kon er van alles over fantaseren, maar weten hoefde ik het niet.

Roze gras

Voordat ik erheen ging, liet ik hond M uit. We liepen langs de werklui die bezig waren met het herstellen van de kades langs de Amstel. Een van de keten stond open en mijn ogen vielen op een bijnablotevrouwen-kalender. Dat dat nog bestaat, ging het door me heen. Meteen gevolgd door, zou dit ook de sfeer zijn van de aandeelhoudersvergadering van Ajax van vanmiddag?
Een jaar geleden had man E – hij is een bèta, ik niet – 15 aandelen voor me gekocht. Daarmee had ik voor 0,0008% inspraak in m’n club. Er was een agenda met veel moeilijke punten – decharge, governance, gremia – waarover ik mocht stemmen. Ik vroeg ChatGPT om raad. Volgens Chat moest je tegen stemmen als je het niet eens was met de koers van de club, de prestaties op het veld, de transparantie van de organisatie of dat je een duidelijk signaal wilde afgeven. Nou dat was makkelijk.
De aandelen stonden op naam van man E – hij had ze tenslotte geregeld – en we waren vergeten om via de officiële kanalen de volmacht te regelen. Ik had een papier met z’n handtekening erop en een foto van z’n paspoort bij me. Best zenuwachtig stond ik op de roltrappen van de Johan Cruijff Arena die me naar de vierde verdieping brachten. Zou ik de vergadering mogen bijwonen?
Bij de aanmeldbalie werd meteen duidelijk dat ik niet in het systeem was opgenomen. Er moest een mannetje met een hogere functie aan te pas komen om mij binnen te laten. Ontspannen en tevreden hing ik het stemkastje om m’n nek. Voordat ik de zaal binnenliep, gluurde ik door de skybox deuren het stadion in. Direct boven het veld hingen talloze lampen. Het heilige gras lichtte roze op. Waarom die kleur? Was roze misschien goed voor het groeiproces? In de vitrines naast de ingangen van de skyboxen stonden bekers en schalen van afgelopen kampioenschappen tentoongesteld. Blinkend allemaal, maar ook veel te lang geleden.
Er zaten ongeveer 175 mensen in de zaal, bijna allemaal hadden ze een piemel. Waarmee ze ook nog eens ver konden plassen. Wat had ik ook anders verwacht?
Drie uur lang luisterde ik naar mannen die graag naar zichzelf luisterden en de meeste vragen niet beantwoordden.
Tijdens de toelichting van de financieel directeur, staarde ik naar het plafond. Er schenen witroodwitte spotjes. Ik schrok op toen hij zei dat er ook toekomstige financiële scenario’s waren opgenomen waarin Ajax geen Europees voetbal zou spelen. Ook verbazingwekkend: de huidige algemeen directeur, overigens nauwelijks zichtbaar in deze tijden van crisis, werd voor een periode van 1 jaar herbenoemd. Eén jaar maar? Hoezo continuïteit en stabiliteit van de club? Ook werd gemeld dat er meer seizoenkaarten waren verkocht dan in het jaar ervoor. Ik wilde nog iets vragen over de transparantie van de wachtlijst van die kaarten, maar ik had het lef niet. Ook niet toen ik na afloop per ongeluk naast de algemeen directeur stond die mij toch de ideale kruiwagen tot het verkrijgen van een vaste stoel leek. Algeheel dieptepunt was de opmerking van een van de aanwezigen dat dat toch geen punt was, die fotootjes van Overmars.
De vicevoorzitter van de RvC benadrukte in de rondvraag nog eens dat ze de toekomst met vertrouwen tegemoet zagen en tegen vuurwerk en voor gendergelijkheid waren. Misschien was dat gras daarom roze?
Ik sloeg de wijn, bitterballen en de gratis uitrijkaart over en liep bij de uitgang een cameraman van AT5 tegen het lijf. Wat ik van de vergadering vond? Ik probeerde iets van een intelligente mening te formuleren, maar hoorde mezelf later op het nieuws zeggen dat ik het allemaal heel erg vond. Dat sloeg op de aanstelling en prestaties van de ontslagen trainer, maar die vraag hadden ze eruit geknipt. Bleef de vraag waarom ik al met al naar zo’n vergadering toe ging?
Dat was logisch: het was mijn club, al was het maar voor 0,0008%.

Mismoedig

Daags na de vierde nederlaag in de Champions League verwoordde journalist Pot van het Parool ook mijn gevoel feilloos: ‘Dat veel hondstrouwe seizoenkaarthouders elkaar met droeve hartkramp toefluisteren wat je als supporter eigenlijk niet zeggen mag, namelijk dat het misschien wel beter is als er nog een paar keer verloren wordt?’
In een verververleden toen deze grijze breister nog supporter was van BV Veendam, was verliezen normaal. Je had er ook geen last van. Ex R heeft met z’n band Stad daarover nog het weemoedige lied Onderwegens noar Veendam gemaakt:
‘Onze club mout winnen, mor nait te voak
Aans is t net of ik der nait meer bie heur’
‘Onze club moet winnen, maar niet te vaak
Anders is het net of ik er niet meer bij hoor’
Bij Ajax is het precies andersom, daar is het adagium WZAWZDB. Maar winnen doen we niet, laat staan dat we de B zijn. We zijn de risee van Europa. Het lachertje van de Eredivisie en de beker is nog niet eens begonnen…
Waarom gaat het zo slecht? Dat is gelukkig eenvoudig. Omdat de club geleid wordt door een stelletje holbewoners die maar één ding belangrijk vinden: Ajax DNA. Oh pardon, twee, je moet ook nog een jongen van de club zijn. Maar mannen – en nee ik schrijf dit niet omdat ik nooit zo’n jongen zal worden – ik heb nieuws, het Ajax DNA is uitgestorven. De wereld is veranderd, het voetbal is veranderd. Dus probeer nieuw DNA te kweken en doe dat met creatieve, slimme en vooruitstrevende bestuurders en (technische) directie.
Vorig jaar lukte dat overigens wel, met de aanstelling van het Italiaanse lichtpunt, wiens naam ik zonder overvallen te worden door heimwee niet kan uitspreken. Maar hoe kan het dat diezelfde TD dit jaar heeft gekozen voor Heitinga, wiens belangrijkste kwalificatie ‘een jongen van de club’ is. En hoe kan het dat ik voor aanvang van Ajax-Heerenveen uitgebreid word gefouilleerd, terwijl stewards op zuid vrolijk toekijken als F-Siders onder een grote vlag hun vuurwerk in stelling brengen? Dit even geheel, maar wel totaal gefrustreerd terzijde.
Waar moet ik het als Ajax-liefhebber nog zoeken? In het spandoek ‘Form is temporary, greatness is forever’? In Youri Baas? Dat het nu best prima is dat ik nog steeds geen seizoenkaart heb? Op de aandeelhoudersvergadering volgende week, om m’n stem te laten horen tijdens de rondvraag? Of dat het nog maar een maand is en ik m’n Ajax kerstbal weer in de boom kan hangen?
Laat het eerst maar weer eens zondag worden. Utrecht uit. Altijd lastig.

Golden raand

Twee keer in één week stond ik in een Amsterdamse kerk uit volle borst het Gronings volkslied mee te zingen. Eergisteren in Paradiso en de zondag ervoor aan het einde van de Grunneger Dainst in de kerk op het Spui. Daar was ik zoals elk jaar samen met moeder A. Deze keer was het thema Nij begun en ging de preek over de genezing van een verlamde man. Jezus vergaf ’m niet alleen z’n zonden, maar zorgde er wonder boven wonder ook nog voor dat ie weer kon lopen. De dominee las voor: ‘Goa stoan! (…) en goa noar hoes tou. Loat e nou stoan goan en noar hoes tou lopen!’
Groningse grammatica op z’n best. Het mooiste woord dat ik hoorde was aanpittjen, dat het paard (pittje) aanzetten betekent, figuurlijk: aanvuren.
M’n Gronings hart was lekker gesmolten, m’n maag gevuld met kovvie en kouke van – wie anders – Knols Koek en ik had er weer een fijne herinnering met moeder A bij. Tevree snelde ik op de elektrische fiets van man E naar huis.
Afgelopen zondag ging ‘t weer heer. In de rij voor Paradiso bulkten vijftigers met noordelijke wortels om ons heen ‘Psst, psst, Hoornse plas’. En eenmaal binnen stond nog voordat Pé Daalemmer en Rooie Rinus waren begonnen, de hele kerk al op de kop. Spandoeken van de Spar, Groningse vlaggen en dansende mensen op klompen. Vrienden M en Y (geboren in Stad en Noordhörn) die met ons mee waren, hadden op weg van Brabant naar Amsterdam al uitgebreid meegezongen met onder andere Zundagoavend Blues met daarin de geweldige zinnen:
de papieren puut mit poepetonen dai ik van mien moeke
oet de vraizer mitkregen had
was al hailendaal deurwaaikt deur dai röttege regen

Ja, ja, ja! Poepetonen, Waalse bonen.
Het concert begon. ‘Bie d’olle Lopster toren, doar is het leven goud’, schalde het door de speakers, we blèrden Carnaval in t noorden mee, liepen de polonaise in Paradiso en natuurlijk mocht het Grunneger volkslaid niet ontbreken, deze keer niet stemmig uitgevoerd op een orgel, maar op gitaar, een snelle rock-’n-roll versie.
Zo ver zo goed.
Toen werd het lied over de FC ingezet en doken er ineens tientallen boeren in foeilelijke groen-witte shirts op. Wat moest die provincie ineens in mijn stad? In dé poptempel van Nederland de trots van het noorden aanbidden?! Heiligschennis was het.
Thuis moest daar over nagedacht: hoe Gronings was ik, als ik nog dieper in m’n hart van Ajax hield? Wat was belangrijker? De wortels uit je jeugd of je liefde voor een club? Of was het geen keuze en mocht het naast elkaar bestaan? Ik kwam er weer eens niet uit en werd gelukkig afgeleid door whatsapp. Een bericht van onze GroningseBrabantseFranse vrienden M en Y: Volgende keer bie ons!