Perspectief – dag 3

Het was de eerste keer dat we weer samen op vakantie waren. De laatste keer, zochten we onze herinnering af, was iets meer dan twintig jaar geleden naar een camping in midden-Frankrijk. Waar het de nacht voor mijn verjaardag heftig onweerde, de tent het niet droog hield, baby Emar zich voor het eerst flink roerde in mijn buik en ik een spaghetti-machine van man E cadeau kreeg. Speaking of perspectief. Ik had nu ook iets cadeau gekregen trouwens, 7 cm beenruimte. Als verrassing had ie met zijn flying bluemiles onze vliegtuigstoelen geüpgrade.

We trokken onze wandelschoenen aan en liepen door een van de smalste kloven van het land. Links en rechts ingehaald door elektrische fietsers en jaunting cars, zoals ze paard en wagen daar noemen. Maar dat mocht het natuurschoon niet drukken. Purple mountain was met recht paars te noemen, vanwege een zee aan rododendrons. En nee, dit woord heb ik van mijn leven nog niet eerder gebruikt. Het ene pittoreske meertje met weerspiegelingen van bergen erin volgde vloeide naadloos over in de andere, ruïnes van oude huizen en schuren gaven de boel nog wat extra cachet. Aan de rand van de weg lagen onnoemlijk veel stenen, eentje had precies dezelfde vorm als de steen die op mijn vaders graf staat en dat was fijn. Toen we aan het einde van de kloof pauzeerden met een boterham met kaas met ei met ham met tomaat, zei man E dat het vandaag de geboortedag van mijn broer was en stond ik stil bij 53 jaar, de steen en de bijna teveelheid natuur.
Na de wandeling dronken we thee – nee tuurlijk niet – in The Coffee Pot Café, ik at een scone en kocht een koelkastmagneet, maar voordat dit toch een saai reisverslag gaat worden diende de volgende stresssituatie zich aan: op het dashboard ging een lichtje brandden. Man E belde de campervan guy en als we wilden konden we als we in de buurt waren langskomen bij z’n shop en het laten maken. ‘No worries.’ Wij hadden wel wat beters te doen vond ik. Man E vond het wel een goed idee. Na wat gehakketak besloten we over een paar dagen, als we toch in de buurt waren, de camper te laten nakijken.
We kwamen, in retrospectief, aan op de stomste en ook nog duurste camping van de vakantie. Strakke vakken waarin je moest parkeren, aangeharkte grasveldjes en in het gelid neergelegde kiezelstenen. Een douche met het schoonste afvoerputje ever, waar je dan wel weer extra voor moest betalen en een eigenaar die ons vertelde dat het het komend weekend national banking holiday was en dat alle locals, zeker met dit weer, gingen kamperen. Ons stressniveau nam weer toe.

Perspectief – dag 1 en 2

Voor het plassen had ik mijn telefoon uit m’n kontzak gehaald en op de prullenbak gelegd, zodat ie niet in de wc zou glijden. Het toilet spoelde automatisch door, ik pakte mijn beide rugzakken. Man E stond in een van de lange hallen te wachten. We liepen langs weer een security check, een paar trappen af, nog een gang met heel veel winkels, toen waren we bij de gate. Omdat we met een Cityhopper gingen, moesten we met de bus naar het vliegtuig. Man E checkte in, ik niet. Want, niks om mee in te checken. Paniek. De gate sloot over tien minuten. Trappen op, hallen door, tegen de stroom winkelende mensen in. Met bergschoenen.
De wc was bezet. ‘No’, zei de vrouw die erop zat. Er lag niks. Ik kon het niet geloven en bleef wachten tot ze klaar was. Ze had gelijk.
Bij de security tegenover de wc stonden officiële mannetjes. Of ze een telefoon gevonden hadden? ‘Met een hondje?’, zei een van de twee. Ik was nog nooit zo blij met hond M geweest. De telefoon rinkelde, het was man E, dat ik moest opschieten. De trappen, de hallen, de winkels, de gate, het zweet, de opluchting, de bus, de steward met een verfrissingsdoekje. Ik kwam pas weer op adem toen de daling werd ingezet.

De taxichauffeur reed spook, maar toen ik beter keek bleek iedereen dat te doen.
Op het eerste het beste pubterras tegenover ons hotel, legde man E uit dat Guinness bier vlak onder het schuimlaagje eerst donkerbruin is en dat je het kunt drinken als het zwart is opgetrokken. De witte wijn smaakte mij ondertussen prima. En ja, dat is een Groningse zinsconstructie. Na het eten gingen we nog een wijnbar binnen, ik voornamelijk vanwege het logo: een mannetje dat in de stromende regen een glas wijn dronk onder een paraplu. Je kon er allerlei flessen kopen om mee te nemen of daar op te drinken. Koos je voor dat laatste, dan betaalde je 15 euro kurkgeld, oftewel corkage. Omdat we in Cork waren, vond ik dat leuk.
De volgende ochtend keek ik uit het raam van het hotel en zag aan de overkant een zwerver in een slaapzak onder de overkapping van het Everyman Palace liggen. Wij hadden precies dezelfde nacht op bijna precies dezelfde plek in een viersterrenhotel liggen slapen. Perspectief.
In de supermarkt waar we eten en drinken voor de treinreis naar het ophaalpunt van de campervan haalden, waren de Irish Times, The Irish Independent en de Irish Examiner te koop. Ze leken op drie varianten van de Telegraaf. We stapten in een trein van Irish Rail (Iarnród Éireann) richting Ennis waar net een witte bouwvakkersbus aan kwam rijden. Het bleek de camper. En behalve het stuur, dat aan de verkeerde kant zat, was ie perfect: een wc, twee gaspitten, een koelkast, als je het ruim nam een tweepersoonsbed, veel opbergruimte en zelfs een douche. We reden ermee naar de supermarkt waar we in ons gezamenlijke stramien boodschappen deden, man E het warm eten, ik de rest, samen de alcohol. En toen door naar een camping onderaan de hoogste berg van Ierland die we niet gingen beklimmen en waar ze bloempotten in de vorm van wandelschoenen op de picknicktafels hadden staan. Het gras was er groen en hoog. De vogels floten, de schapen op de heuvelhelling waarop we uitzicht hadden blaatten en wij vielen opgepropt in slaap.

Geslaagd

Ook al wist ik wel dat ze het gehaald had, toch arriveerden de zenuwen een uur voordat ze gebeld zou worden. De aardbeienslof stond in de koelkast, inclusief een marsepeinen ‘geslaagd’ afbeelding erop. De cava was koud, de vlag gestreken en samen met de tas aan de stok geknoopt en de ‘hoera-geslaagd-feestje’ slinger zat al aan de regenpijp vast.
Toen de tijd bijna daar was ging ik stilletjes op de grond in de gang naast haar slaapkamerdeur wachten. Misschien hield ik van die fase van verwachting wel het meest. ‘Dank u… zeker… tot straks’, hoorde ik zachtjes door de deur.
Er was toch opluchting en blijdschap en ook al was ze nog net geen achttien, ze ontkurkte de fles en dronk mee. Foto’s, filmpjes, likes, felicitaties en stilstaan bij een campingvriendin die het niet had gehaald.
Hond M werd onrustig van deze ongebruikelijke taferelen. Dus ik lijnde haar aan en liep met haar in en uit de metro-onderdoorgang om haar te laten zwemmen in de Weespertrekvaart. Ineens was het verdriet daar. En ik vertelde mijn vader dat ze geslaagd was en dat man E en ik zo trots op haar waren. Hoe ze als mens gegroeid is. Wat ze allemaal geleerd heeft over zichzelf. Ik zag opa trots lachen en was kwaad dat hij er niet was. Toen de zoon slaagde was ie er ook al niet, waarom kon ik er niet aan wennen? Ik plukte een korenbloem en zette ‘m in het vaasje bij zijn foto. Het hielp niet, want het leven ging door.
Er moesten boodschappen en op social media was het druk. De juf van de basisschool dm’de dat de tienerdochter nog steeds een speciaal plekje bij haar heeft, moeder A danste met een Franse vlag gedrapeerd om haar lichaam op haar terras en mijn middelbare schoolvriendin stuurde bloemen.
‘s Avonds had de tienerdochter een feestje bij een ook geslaagde vriend. De ouders mochten mee, ik twijfelde maar ging toch. We kwamen aan bij een boot in de Prinsengracht. De boot lag als een soort voortuin aangemeerd voor een pand aan diezelfde gracht. Of alle vier verdiepingen van hen waren?
Er was Chardonnay in een grote ijsemmer, spareribs van de Green Egg, taart van Holtkamp. Er waren geslaagde zonen en dochters. Cum laude, een paar, en ze gingen naar Laos en Vietnam en met oma naar de Great Barrier Reef. Ze hadden een notenallergie, zongen mee met Smooth Operator van Sade en vonden mijn Ajax samba’s mooi. Hun ouders hadden alvast een studentenhuis voor ze gekocht, al hun kinderen op een categoraal gymnasium gedaan en leken elkaar te begrijpen. Ik wilde erbij horen, terwijl dat het laatste was wat ik wilde. Ik deed mijn best mezelf te zijn en te genieten van de ongelooflijke plek waar ik op zo’n mooie zomeravond zomaar zat en dat lukte een uur. In dat uur had ik verteld dat ik terug wilde naar Groningen, opgebiecht dat ik geen betaald werk had, gezegd dat ik het best spannend vond dat er bij ons met twee kinderen-klaar-met-de-middelbare-school een nieuwe fase aanbrak, maar geen sjoege gehad. Waarom wilde ik gezien worden door mensen die mij niet wilden zien?
De volgende ochtend wilde ik het aan de geslaagde dochter vragen maar ze zat net achter haar keyboard en zong ‘Proosten’ van Meau: ‘En ik stel iets minder vragen, want ik zie wel wat er komt.’

Bedoeling

Haar huid werd bleker, haar wallen donkerder, maar haar kledingstijl was overal tegen bestand. Na het laatste examen, biologie, kwam ze niet naar huis. Ik had gebakjes gekocht bij een decadente patisserie in Buitenveldert. Onaangeroerd stonden ze in de koelkast. Dit is dus precies de bedoeling dacht ik. Ik wil weten hoe het is gegaan en voor haar zorgen, ook al hoeft het niet meer, maar zij heeft een eigen leven.
Toen ik ’s avonds terugkwam van het sporten, waar ik en passant nog de juiste mening over het wel of niet huldigen van de Ajax vrouwen op het Leidseplein overnam, zat de tienerdochter op de bank. Ze kon zich met geen mogelijkheid voorstellen dat het nu echt allemaal achter de rug was. We deelden onze mening over de handtasjes in Selling Sunset (poedeltje, zeemeermin en vagina). Bio was moeilijk geweest, hopelijk net een voldoende. Ik gunde het mezelf om de laatste keer niet de opgaven te bekijken.
De twintiger ondertussen, had ook tentamens: lineaire algebra, databases en probability theory. Hij appte dat ik op de site van de VU die tentamens van vorig jaar kon opzoeken. Zo gek was ik niet, wel liet ik hem de geheime plek zien waar ik gedurende de CE-weken de mueslirepen voor de tienerdochter had verstopt. Er waren nog drie.
In de krant stond een duidelijke uitleg over de N-term. Het is een getal tussen de 0.0 en 2.0 en symboliseert de moeilijkheidsgraad van het examen. Hoe hoger de N-term hoe moeilijker het examen (vergeleken met andere jaren) en hoe minder goede antwoorden nodig zijn voor een voldoende.
Oh ja, de Ajax vrouwen: alleen de allerbeste sportploeg van Amsterdam moet worden gehuldigd op het Leidseplein. Dus niet de honkballers (m/v), niet de handballers (m/v) en de hockeyers (m/v) ook niet. Alleen de heren van Ajax 1. Tenminste, als de aanhang de boel niet afbreekt.
Half juni de vlag uit.

Niets blijft, niets vergaat

Er stond een artikel in het Parool over een klasgenoot van de tienerdochter. Zij was zes jaar geleden uitgeloot voor alle gymnasia van Amsterdam, terwijl ze toen al wist dat ze ‘iets’ met klassieke talen wilde gaan doen. Het meisje kon trouwens wel gewoon naar het vwo of naar een gymnasium in Velsen, maar dat was anderhalf uur fietsen.
De vader vertelde: ‘Ik zeg altijd tegen mijn kinderen dat ze hun best moeten doen. Als je dat doet, wordt dat beloond.’ En nu moest hij dat verhaal veranderen, omdat in Amsterdam het lot van kinderen met een dobbelsteen wordt bepaald. Andere ouders zeiden destijds tegen hem dat de taak van een ouder toch ook is om je kind met teleurstellingen te leren omgaan en dat uitloting dus een levensles is. Maar de vader vond het minstens zo belangrijk om aan je kind te laten zien dat je in een rechtsstaat woont en als je onrecht is aangedaan dat je dan je gelijk kunt gaan halen. ‘Entitlement’, zei de tienerdochter, die zelf, dat moet ook gezegd, mazzel met de loting had gehad.
En dus gingen ze naar de rechter waar ze verloren, maar toen was er ineens toch plek op een gymnasium. De directeur die verantwoordelijk was voor de centrale loting en matching liet ze wel beloven er niet mee naar de pers te stappen, anders zou het aanbod worden ingetrokken. De vader had hem een jaar later een foto van de cijferlijst (alleen maar achten en negens) van zijn dochter gemaild, met de tekst: ‘Zie je wel.’ En nee, ik verzin dit niet.
Ondertussen joeg in de plaats waar ik mijn diploma had gehaald de McDonald’s hangjongeren weg met klassieke muziek.
In de Volkskrant een tip van tienerdochters docent klassieke talen – ja ja het Amsterdamse categorale gymnasium liet ook landelijk van zich horen – over het eindexamen Latijn. Bij de proefvertaling was het verstandig een zin eerst tot het volgende leesteken te vertalen en dan het volgende stuk tot het volgende leesteken, tot je de hele zin had. Dat vertaalde makkelijker.
‘Suffe tips die je in de derde al krijgt.’
Alle teksten in het examen kwamen uit Metamorphosen, een dichtwerk van ongeveer 12.000 regels van de Romeinse dichter Ovidius. Niets blijft en niets vergaat is de grondgedachte van dit gedicht. Tekst 4 van het examen moest helemaal vertaald worden. Ik bleef hangen bij de vertaling van ‘Res ait arcana est’: het onderwerp is geheim. Morgen biologie.