Ergens is er iets misgegaan met tellen. Want vandaag is de een na laatste dag van de thuisquarantaine. Dan is het tien dagen geleden dat tienerdochter klachtenvrij was en heeft covid bij ons dus nauwelijks – gekruiste vingers – huisgehouden. Al die tijd komen schoonmakers L en E niet meer bij ons thuis en maak ik zelf het huis, of althans een deel ervan, schoon. Ik was vergeten dat dat best een bevredigend gevoel geeft. Maar die tevredenheid is slechts de helft van het verhaal. Die andere 50% is een kwestie van te beroerd zijn om het elke week zelf te doen. Ook al heb ik tijd genoeg. Dat levert dan weer opspelend geweten op en zo hou ik mezelf lekker bezig.
’s Middags haalde ik met de fiets de kettlebell op. Ik kwam in een stukje Amsterdam waar ik nog nooit was geweest, ineens stond er een paard in een weilandje naast de Schinkel (een kleine gekanaliseerde rivier leerde ik op Wikipedia) en fietste ik tot mijn grote genoegen door het Spijttellaantje. Toen bleek dat ik één L te weinig had gelezen, viel het toch een beetje tegen.
Op de terugweg reed ik een tijdje tegen het verkeer in en op de stoep, gewoon omdat mij dat beter uitkwam. Ik passeerde toch zeker vier verboden-te-fietsen borden en nog meer stoepsjablonen van kinderwagens en spelende kinderen. En toch gewoon stug doorfietsen, ook al voelde ik het knagen. Wat is dat toch? Een idee van ‘moet kunnen’? Als andere mensen precies hetzelfde doen, word ik boos. Sowieso was mijn geweten de hele fietstocht flink aanwezig; ik zat toch in thuisquarantaine, wat deed ik daar op die fiets?
Met een plakkerige rug kwam ik thuis. Dat kwam vooral van die 8 kilo ballast in mijn fietskrat. Kon ik mij wel mooi beperken tot het zoeken van kettlebell-oefeningen op internet. Dat mocht zowaar van mijn geweten.
Woord van de dag: Spijtelaantje, ook al is het een verzinsel.
Niemand heeft klachten, hond M gelukkig ook niet meer.
Auteur: Ingrid Haan
CQ 2020, dag 11 heeft niet echt een thema
Met dank aan vriendin B een mooi interview gelezen met Karl Ove Knausgård: ‘Juist als het stom en belachelijk voelt, begeef je je op onbeschermd, onveilig terrein. En dat is precies waar je met schrijven moet komen.’ Vooruit dan maar.
In de ochtend liep ik met hond M 5 kilometer op een behoorlijk snel tempo in het Amsterdamse Bos. Daarna deed ik nog wat anti-kipfilet oefeningen en dronken we samen water bij een van de fonteintjes. Het klimrek was bezet. Een gespierde twintiger, korte broek, bruine benen, strak sportshirt, trok zich moeiteloos op aan de bovenste sporten. Toen hij klaar was, rekte ik mezelf langdurig uit aan het rek. Dat komt zo, mijn okselkliertoilet zit mij na het sporten in de weg en als ik me zover mogelijk uitrek, zit het daar allemaal lekkerder. Mijn shirt kroop omhoog. De twintiger keek op zijn telefoon. Ik trok het shirt weer naar beneden om de vorm van mijn kont te verbloemen. Alsof zo’n knappe twintiger mij en m’n okselkliertoilet – ik vind dit zo’n mooi woord, ik moet het wel twee keer gebruiken – überhaupt zou nakijken.
Tijdens de lunch, midden in een telefoongesprek met moeder A, waarin het voornamelijk over corona, antidepressiva, staar, dermatologie, nierfalen en de dag die het vandaag ook twintig jaar later nu eenmaal is ging, begon hond M als een malloot te niezen. Omdat ze niet ophield liep ik halsoverkop naar de dierenarts een straat verderop. Spoedconsult.
€ 61,35 lichter. Precies de prijs van het kaartje voor de geannuleerde show van Danny Vera. Ik liet hond M, die stijf van de dierenarts-stress vergat te niezen, uit in het Watertorenpark achter ons huis. Terwijl zij de spanning van zich afschudde in het gras, vroeg ik mij af of ik dit corona technisch nou wel of niet had moeten doen.
Tienerdochter kwam thuis van de hockeyclub met een nieuw trainingspak. TRAINER stond er op de achterkant van het jack. Hoewel ik zelf nauwelijks weet wat ‘shoot’ is, vervulde mij dat met trots.
In een lege Johan Cruijff ArenA had de F-Side een prachtig spandoek opgehangen: 1 club 1 stad 1 vak. Het hielp niet. Ook zoiets in de dynamiek van een gezin met opgroeiende kinderen, het samen voetbal kijken is ineens passé. Man E keek vanaf zijn bureau met een scheef oog naar de wedstrijd en met een recht oog naar z’n deck over agile supercircles. Tienerdochter en ik zaten samen op de bank, tienerzoon zat boven, hij wilde alleen kijken. ‘Waarom?’ vroeg ik en man E antwoordde dat hij gewoon niet meer met zijn ouders tv wilde kijken. Weer iets om aan te wennen. Toen de wedstrijd was afgelopen en tienerzoon onder de douche stond, deed ik zijn slaapkamerraam wagenwijd open.
Woord van de dag: lijkt me duidelijk. En nog steeds geen klachten.
CQ 2020, dag 10 gaat over gedrag
Ik dacht eerst nog even dat het aan mijn huisgenoten lag of aan hond M die de laatste tijd echt veel te veel blaft, maar het bleek allemaal weer in mijn eigen hoofd te zitten. Dat hoofd of die kop kan ik beter zeggen die elke keer weer tegen dezelfde shit stoot. Elke keer dat onbegrip over dat mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen. En al dat gedrag dan elke keer weer te moeten loslaten. En nu met die CQ, nu iedereen steeds maar binnen dezelfde vierkante meters beweegt, is loslaten nog ondoenlijker. Ik vond wel wat troost bij Gerbrand Bakker, mijn papieren gay best friend. In zijn dagboek ‘Jasper en zijn knecht’ schrijft hij over alles en over niks, de enige rode draad die ik kan ontwaren is zijn relatie met hond Jasper. Toch een kleine passage, ook al is het makkelijke vulling.
‘Falls Du deinen Chef suchst, der rennt da bei Max herum,’ riep deeltijdbuurman Willi. Sinds ik hem verteld heb dat hij – zonder zich daarvan bewust te zijn – de titel van dit boek bedacht heeft, refereert hij daar graag aan. Zo zelfs, dat hij zich regelmatig vergist en mij over de schutting aan spreekt met ‘Jasper’.
Aan tafel hadden we het over mijn dagboekstukjes. Puberzoon vertelde dat vriendin J een paar had gelezen. Gelezen door een 18e-jarige student Nederlands, ik voelde me vereerd. Toen ik 18 was, wist ik niet eens dat 50plus vrouwen bestonden, laat staan dat ze later mijn grootste groep lezers zouden worden. Ik overlegde met puberzoon en -dochter of het niet beter was ze tienerzoon en -dochter te noemen. Puber is, vind ik, een woord met te veel lading. Precies wat pubers zijn eigenlijk, te weinig bagage, te veel lading. Beide tieners vonden het een goed idee.
De kruidenier uit Oostzaan kwam een half uur buiten het timeslot – ik stikte van de honger – de boodschappen brengen. Ik schold man E de huid vol dat hij vergeten was tomaten te bestellen. Daar ging ik alweer met mijn gedrag. Toen hij hond M aanlijnde voor het avondrondje, riep hij vanuit de gang wat die tomaten daar op de grond deden.
Wat nog wel leuk was vandaag, was de kennismaking tussen hond M en pup B in het Martin Luther King park. Het is maar goed dat pup B zich als een olijke goedzak gedroeg, want hond M stelde zich nogal dominant en kritisch op.
Ook heb ik nog even gefantaseerd over wat de twee prinsessen A allemaal in het huis in de Peloponnesos hebben uitgespookt.
Woord van de dag: twinset. Ook al leverde het me te weinig punten op.
Laatste CQ-update: niemand van ons heeft klachten, tenminste niet corona gerelateerd.
CQ 2020, dag 9 gaat over perspectief
Een dag zoals vele andere. Het enige dat me opviel was dat mijn kijk op de dingen verschilde met die van de rest van de wereld. Maar dat had niets met het verplichte thuiszitten te maken.
Man E had een nieuw kookboek besteld, als een blij ei liet hij mij een recept van bao buns met buikspek zien. Ingemaakt mosterdblad, Shaoxing rijstwijn, vijfkruidenpoeder… En dat waren nog maar drie ingrediënten.
Hond M kwam in het Darwinplantsoen een bekende hond tegen, ze rende er vrolijk op los, maar werd compleet genegeerd. Ik zei ‘Goedemorgen’, tegen de bazin. De bazin zei ‘Gewoon lekker je eigen ding doen, Nero’, tegen haar hond. Bij thuiskomst bleek dat de pallet met geïmporteerde wijn uit Italië was zoekgeraakt. Daar dachten man E en ik dan wel weer hetzelfde over.
Morgen is het 20 jaar geleden dat broer B overleed. Dat schreef ik gisteren ook al, dus dat houdt me waarschijnlijk nogal bezig. Met zo’n gebeurtenis kun je alle emotionele kanten op. Het kwam in me op dat het voor hem de eerste sterfdag is, dat hij daar niet alleen ligt. Ik hoop dat volgende week de steen klaar is, die we voor mijn vader hebben uitgezocht. Een grote kei uit de Oostenrijkse Alpen. Taurus groen, ruw type stond er op de order. Misschien dat het plaatsen van een steen op het graf weer een stap een emotionele kant op is. Wel gek dat ik in deze stukjes iedereen benoem met de relatie ik met hem of haar heb, plus een initiaal, maar dat dat bij mijn vader niet lukt. Vader K. Nee, dat is hem niet.
Dat buikspek had mij aan het denken gezet en ik typte de zoekterm ‘50plus buikje oefening’ op google in. Voor ik het weet had ik op Marktplaats een kettlebell op de kop getikt. Jammer dat ik ’m volgende week pas mag ophalen.
Aan het begin van de avond belde puberdochter dat ze wat later thuiskwam van de hockeytraining. Puberzoon had die middag geappt dat hij nog langer op school bleef om Spaans te doen. Zie je wel, dacht ik, ze kunnen het wel, de dingen vanuit mijn perspectief zien. Tevreden ging ik op de bank onderuit en zag dat Martien Meiland een opgezette zwijnenkop van zijn dochters kreeg.
Woord van de dag: amuse of misschien toch tabak.
CQ 2020, dag 8 gaat over worsteling
Het was een slechte dag. Ik worstelde met het uitstelgedrag van puberdochter. Moest ik haar juist helpen met het knutselen van een last minute verjaardagscadeau, het uitlezen van ‘Der Richter und sein Henker’ en het nakijken van een literatuurverslag voor Nederlands of gewoon laten stikken omdat ze het zelf allemaal zo ver had laten komen?
Ik was boos op puberzoon omdat hij, terwijl ik nota bene een appeltaart had gebakken, vond dat ik te dicht op zijn huid zat. ‘Hoe laat ben je thuis, wat heb je gedaan, wie waren er allemaal, hoe is het met je huiswerk, heb je je profielwerkstuk al af…’ Nog kwader was ik op man E die riep toen ik de koelkast nog niet eens opengemaakt had: ‘De slagroom is voor in de pasta!’ Terwijl, dat had hij al eerder gezegd en ik had al nieuwe gekocht tijdens mijn twijfelachtige bezoek aan de supermarkt.
Een van de lezers had commentaar op het quarantaine gedrag van ons gezin. Daar was ik eigenlijk nog het meest chagrijnig van. Wat dat met me deed en nog doet. Het liefst zou ik me willen verdedigen, het uitleggen en bewijzen dat we het best goed doen, terwijl en dat is het grootste geworstel, dat is het enige wat ik juist niet moet doen. Het is ongelooflijk moeilijk om nu niet even expliciet op te schrijven wat mijn bedoeling met deze stukjes is. ‘Alsof dat ook zou helpen’, voegde man E daaraan toe. Mijn boosheid over de slagroom zakte een beetje in.
Die corona en dat thuisblijven, het kwam me de keel uit. Geen uitzicht op wat dan ook, geen vakanties, geen theaters, geen restaurant, geen geklets met vriendinnen. Ik ben nu alweer bang voor een reactie in de trant van: ‘Nou, wees blij dat je niet op de IC ligt’.
Wel bladeren die van de bomen vallen. Wel de meest waardeloze week van het jaar, met broer B die 20 jaar geleden is overleden en mijn eigen kutziekte die ik 11 jaar geleden kreeg. ‘Nou, wees blij dat je het overleefd hebt.’
Ik dronk een fles wijn leeg en nam een te groot stuk appeltaart. Met slagroom. Nog zeven dagen en de thuisquarantaine kon geruisloos overgaan in de lockdown.