Het is 25 jaar geleden dat m’n broer overleden is. Omdat ik m’n liefde voor hem wil laten leven en de herinnering aan hem koester, post ik de komende dagen fragmenten uit m’n dagboek uit die tijd.
Thuis bij m’n vader in De Groeve viel E in slaap en al luisterend naar z’n ademhaling ik wonder boven wonder ook. M’n moeder had vannacht in datzelfde huis geslapen, in de slaapkamer van m’n broer in het bed van m’n broer onder de dekens van m’n broer. Bizar: na zoveel jaar weer in hetzelfde huis als m’n vader. Wat een doodzieke broer wel niet teweeg kan brengen. Na het ontbijt rijden we naar het ziekenhuis in Emmen. M’n broer ziet er beter uit dan gisteren. Z’n rare kleur is weg en hij is niet epileptisch. Komt het misschien van de medicatie? Hij is bij, maar zegt niks. E kust ’m op z’n voorhoofd. Vindt hem onrustig. De verpleegkundige vertelt dat hij vis heeft gegeten. Vis?! Hij lust helemaal geen vis. Omdat het iets beter lijkt te gaan, gaan E en ik terug naar Amsterdam. Van m’n ouders moet dat ook, ‘omdat dat beter voor me is’. Ineens zorgen ze weer samen voor me. Ongelooflijk is het en compleet normaal. We doen boodschappen en ’s avonds bel ik met m’n moeder. Ze hebben een gesprek met de neuroloog gehad. Hij heeft hersenvliesontsteking en lijkt goed te reageren op de nieuwe antibiotica. Ik heb zo m’n twijfels. Pak een groen fotolijstje en stop er een foto van mezelf en m’n broer in, gemaakt in mei op z’n 30e verjaardag. Een waxinelichtje in een groene houder ernaast. Groen is gras. Gras is koeien. Koeien is m’n broer. Als we naar bed gaan doe ik zoals altijd de voordeur op slot. Alleen barst ik er nu in huilen bij uit. Elke dag is de deur op slot een automatisme en nu begrijp ik nergens meer wat van.
‘Hoezo volg jij haar?!’, vroegen de twee twintigers zich af. ‘Ik volg allerlei voetbalvrouwen, omdat ik er zo achter kan komen of hun partner misschien een transfer van Ajax naar een buitenlandse club of andersom gaat maken.’ Die jadeanna bijvoorbeeld was mij iets te enthousiast over Portugal en specifieker Porto geweest. Oh FC Porto, met onze oude coach, wat gun ik het die man, maar wat doet het pijn. Acht wedstrijden gespeeld nu, 22 punten. 19 doelpunten voor, 1 tegen… en wij maar doorploeteren met die Heitinga. En nee, nu even niet lollig doen met die laatste twee letters van z’n naam in kapitalen. Hé 57-jarige vrouw, dwaal nou niet teveel af. De voetbalvrouwen. laura.benschop, is druk met haar nieuwe baby en haar haar. Die baby trouwens is een meisje en ik vraag me af of die voetbalvaders daar niet van balen, hadden ze echt niet liever een jongen gehad? Mijn favoriete plaatjes van haar zijn die van Davy met z’n Franse Buldog. Dan heb je nog carocalvagni, ook met honden, zij post exotische oorden, talrijke billen, en af en toe man Nicolás die de wereldbeker vast heeft. Ze hebben nog steeds een appartement in Amsterdam, maar het ziet er op insta nog niet naar uit dat Nicóóó hier weer komt voetballen. Mijn favo vrouwvan is jadeanna. Hé 57-jarige vrouw, doe eens niet zo ouderwets, ze is heus wel meer dan voetbalvrouw. Zij laat veel gezond voedsel zien en ingewikkelde matcha’s, beauty producten, workouts en outfits. Heb ik niet veel mee. Hé 57-jarige vrouw, je mag dan wel een helix hebben, je bent niet haar doelgroep. Wel heel interessant aan haar is dat ze vaak foto’s van zichzelf in de lift post. Ik begrijp alleen niet waarom? Hoezo fotografeer je jezelf in zo’n lelijk hokje met een telefoon voor je hoofd? De twintigers boden uitkomst. De zoon legde uit: ‘Met al die spiegels om je heen kun je precies zien hoe je eruit ziet.’ De dochter die de lift emoji vrouwonvriendelijk vond (eens, eens, eens) vulde aan: ‘Je staat vaak alleen in de lift, dus je kunt zonder voor schut te staan allerlei selfies nemen en dan de mooiste uitkiezen.’ Dat beschouwde ik als een tip, want ik wil ook beter worden in selfies maken. Oefenen in de lift dus. Maar ja, ik leid een leven zonder liften. En die enkele keer dat ik erin sta, is het een hele grote, zonder spiegels. Bovendien ben ik dan altijd samen met moeder A en vaak moeten we er ook nog uit, omdat patiënten in bedden voorrang hebben. Hé 57-jarige vrouw, als je nou slim bezig wilt zijn, gebruik je hashtag jadeanna als je dit stukje deelt.
Trillend probeerde ik m’n fiets van het slot te halen. De middelste Ajax buurjongen (er zijn er drie) was al bezig de Amsterdamse vlag voor het raam te hangen. Wat helaas niet lukte, iets met een touwtje en een knop en een haakje die niet pasten. ‘Ik ga naar Eindhoven,’ zei ik. ‘Naar de wedstrijd?!’ vroeg ie enigszins ontzet. Ontzet was ik zelf ook, al een week misschien wel. Goede vriend V van de dochter had gevraagd of ik met ’m mee wilde naar de wedstrijd. Op de seizoenkaart van z’n moeder die met vakantie was. Het leek me een angstaanjagend topidee. Twee fanatieke supporters, samen bij een topper, die in alles hetzelfde zijn: het belang van, de liefde voor, de emotionele band met de club. Man E maakte zich wat zorgen, maar ik bezwoer ’m dat ik me koest zou houden en geen witroodwitte kleding aan zou doen. Alleen de Ajax sleutelhanger nam ik mee, waarin ik overigens gedurende de wedstrijd twee keer keihard kneep. Ik hulde me als een undercover in het donker- en lichtblauw, even vergetende dat onze spelers natuurlijk hun uitshirt aan zouden hebben. Al bij Utrecht stapten er vijf PSV-supporters de trein in. Omdat de tweede klas vol zat, gingen ze in de eerste zitten. Ik voelde me gelijk geïntimideerd. In Den Bosch kwamen er nog meer Brainport aanhangers bij. Dat Brainport zocht ik ff op. Het is een innovatieve high tech regio in het zuiden die toonaangevend is in bijvoorbeeld energietransitie, slimme mobiliteit en gezondheid. Waarom die fans zich dan zelf boeren noemen is me een raadsel. Het station en de weg naar het stadion waren vergeven van de rood-wit gestreepte mensen. Zoveel verkeerde supporters had ik echt nog nooit gezien. Er stond hier en daar wat politie, er was security, de 1600 Ajaxsupporters zaten allang in hun vak, maar toch zou ik blij zijn als ik in het gezelschap van V zou zijn. De enige van al die duizenden PSV’ers in het stadion die ik trok. Nou vooruit, z’n zus was natuurlijk ook oké en dat gold voor meer mensen die om ons heen zaten. Zelfs toen ze erachter kwamen dat ik niet z’n schoonmoeder, maar wel een Ajacied was, kreeg ik nog wat te drinken! Eentje wilde van alles weten over de wedstrijd tegen Inter, de grootte van de JCA en wat de kaarten bij ons kosten (echt veel en veel meer). Hij viel me om de hals bij de 2-1, dat was wel wat minder. Maar overall, de sfeer was gemoedelijk. De steward die van V had gehoord dat ik daar niet thuishoorde lachte vrolijk naar me toen ik twee keer diep weggedoken in m’n jas zat. Wel was het jammer dat de supporters alles fout deden. Ze schreeuwden als je stil moest zijn, sprongen op als je rustig moest blijven zitten, floten als er niks te fluiten viel en scholden als je juist blij moest zijn. Alhoewel fout… Het was maar hoe je ernaar keek. Zij en ik, we leken ook op elkaar. Als zij juichten voor een enorme kans, juichte ik voor een knappe redding. Stonden zij strak van de spanning in de aanloop naar de penalty van Taylor, stond ik net zo strak. En hun chagrijn na het fluitsignaal zat even diep als mijn vreugde. Het was clubliefde, jammer genoeg hadden ze alle 32.800 de verkeerde club gekozen. Beetje flauw dit, maar ik heb het aantal wel geverifieerd. De stadionspeaker bedankte de supporters voor hun aanwezigheid met een zachte g. En in de PSV-zee terug naar het station, dacht ik met een grijns op m’n gezicht bij iedereen die voor, achter en naast me liep: ‘En jij hebt twee punten verloren, en jij hebt twee punten verloren, en jij, en jij, en jij…’ Weer flauw, maar je kunt nou eenmaal niet altijd serieus zijn. Nog ruim 7 maanden, dan is het Ajax-PSV en neem ik V hopelijk mee. Kan hij weer overal verkeerd op reageren. Of zou dat dan juist goed zijn?
Afgelopen weekend sprak ik op een feestje een ontwikkelingspsycholoog die geïnteresseerd was in nietoverpraten. Ik hoorde mezelf vertellen dat het volgende stukje over popelen zou gaan. Iemand had dat woord genoemd en het was blijven hangen. Dat moet je dus nooit doen, zeggen waar een volgend stukje over gaat. Dan zit je ermee en heb je geen idee. Stond de dochter, net als de zoon nu ook een twintiger, te popelen om weer in Utrecht te gaan wonen? Stond ik te popelen dat ze nu echt – want geen onderhuur maar een eigen vaste kamer – het huis uit ging? De eerste vraag kon ik niet eenduidig beantwoorden, ik denk dat het antwoord ja en nee was. De tweede was zeker een nee. Het was fijn geweest de afgelopen twee maanden dat ze weer in het nest woonde. Als ik even ergens over mag schrijven – en ja dat mag – ik had ook een keer geroepen dat er een stukje over vangnest zou gaan. Het vangnest zou de opvolger zijn van het nest dat de kinderen hadden verlaten. Dat nest hadden ze niet meer nodig, maar man E en ik hadden nog wel een vangnet in de aanbieding. Was misschien best een mooi stukje geworden, maar helaas. Terug naar toen de dochter nog in het nest woonde. Met heel veel koffie, schoteltjes met lekkers en verhalen, gedoe, geklets over the Dallas Cowboys Cheerleaders, de Stuurboord Bokaal, Down the Rabbit Hole, crispy chili olie, het Louis Hartlooper Complex (ik dacht nog even dat dat een zeldzame psychische afwijking was) en nog veel meer woorden waar ik zonder haar nooit van gehoord zou hebben. Tuurlijk, man E en de zoon brachten ook de nodige reuring met zich mee. Maar met haar was het anders. Anders hoe? Ik wist het niet. Ik wist het wel. Het had alles te maken met mijn verlangen om ook moeder van een dochter te worden. En nu was ze weg, haar eigen wereld weer in en keek ik naar het koffiekopje van DeLaMar dat ze me had gegeven toen ze daar nog werkte omdat ze wist wat een sucker ik voor de zogeheten betere kringen ben. Het kopje staat op het bureau van voorheen opa B en papa. Man E heeft het gedemonteerd, geschuurd, geolied, gelakt, ge-elektraad, geplakt, geschroefd en gerepareerd en nu schrijf ik er m’n eerste stukje aan. Het volgende gaat denk ik over ontmantelen: of je als mantelzorger ook kunt stoppen met zorgen voor en over. Ik kan niet wachten.
Zeven weken was ik in training geweest om de 7,5 km lange Run op de Ring van Amsterdam te kunnen volbrengen binnen het uur. Dat was de limiet, had de wedstrijdorganisatie besloten. Zes intervaltrainingen, zeven duurlopen, twee lange wandelingen en twaalf keer fitnessen hadden mij ver gebracht. Er was dik drie kilo van me af en de generale-repetitie-loop ging superslecht, want te warm. Oftewel ik was er klaar voor. Maar spelde voor de zekerheid nog een keer alle e-mails die de organisatie me had gestuurd. Je moest om 8 uur bij de RAI in de pendelbus stappen (moest ik eerst 2,5 km fietsen) die je naar de start in de Watergraafsmeer zou brengen. Dan over de A10 met een lus via de A2 in 7,5 km teruglopen naar de RAI (en dan weer naar huis fietsen). Er zouden veel waterpunten zijn, ook veel muziek en een medaille. M’n Ajax shirt dat witroodwit met m’n startnummer erop gespeld lag te wachten, verheugde zich enorm. Een dag van tevoren besloot burgemeester F in al haar wijsheid de run te halveren. Met asfalt van 40 graden, nergens schaduw en geluidswallen die alle warmte ook nog eens binnenhielden was dat wellicht een goed idee. Er kwamen nog meer waterpunten en de tijdslimiet gold nog steeds, maar dan voor de helft van de afstand. Ik kon wandelen! En foto’s maken! Misschien wel genieten! Alhoewel mijn Groningse ik ook dacht, kist wel gek wezen, lopen op de snelweg, wat ja hait ja. Tot zover de aanloop. Nadat diezelfde F op de startknop had gedrukt, startte ik veel te snel, finishte live op AT5 en na afloop bekeek ik nahijgend op de vangrail samen met vriendin I de foto’s van onszelf bij de hectometerpaaltjes, het maximumsnelheid bord van 100, de afslagen OLVG Oost (speciaal voor moeder A), Overamstel en Rivierenbuurt en de 750 jaar Amsterdam-medaille. Tevergeefs zocht ik naar de extra waterpunten en op de fiets terug naar huis dacht ik aan die ene dj die door z’n microfoon ‘Volgend jaar pakken we de schaal’ had geroepen, hoe bizar het was dat de pendelbussen spookreden en hoe lang in- en uitvoegstroken eigenlijk waren. Thuis kleedde ik me snel om en toog met man E weer naar het asfalt waarop wij nog zo’n 15 kilometer liepen. We zagen 750 bomen en nog meer dixies, Amsterdamse raketjes, schaakborden, mensen op skeelers, bruiden, blazers, festivalgangers die bokje sprongen en tegen de vangrail aan plasten, bingokaarten, een zwaar katholieke F-Sider, een beachvolleybal veld, een kruk met Peter Beense erop en duizenden plakkerige en vrolijke mensen.