‘Huilende bruiden’ was de prachtige titel van een lijzige documentaire over vervallen herenboerderijen in het Oldambt die ik terugkeek. De voice-over was niet te harden, een zijige stem die deed alsof de boerderijen personen waren. ‘Ik ben een graanpaleis, ik ben een boerenkathedraal.’ Brr. Wat wel mooi was: ‘We worden gebouwd en storten in elkaar.’ Ik krabde voorzichtig aan mijn nieuwe oogleden – herstel, jeuk.
Tot mijn grote genoegen kwamen er twee oud-klasgenoten van de middelbare school in beeld. B was de zesde generatie die op een boerderij, gebouwd in 1824, in Drieborg woonde. Hij zat in een spagaat: slopen mocht niet, want erfgoed, opknappen kon niet, want te duur. Uit wanhoop had ie de gevel van z’n boerderij roze geschilderd. Het zou pas weer wit worden als alles was hersteld.
Klasgenoot W – of zat ie een jaar hoger, ik wist het niet meer – zat bij B aan tafel. Ze hadden het over renovatie, planning, demarkering… ik haakte alweer af. Maar las op de site van Erfvrienden waarvoor W werkte, dat B een nieuwe fundering, hout-, stuc- en metselwerk en nog veel meer zou krijgen. Het laatste shot van de docu was een kwast met witte verf die over de roze gevel streek. Dat leek me hoopvol.
Nog een tijdje bleven mijn gedachten Gronings kleuren. Op de bank in mijn vaders huis waar hij nooit had gewoond en waar ik met diepvrieserwten op de ogen lag, vertelde familie R me dat de plaatselijke drogisterij – daar had ik als kind naast gewoond – na ruim 100 jaar zou sluiten. Drie generaties hadden er gedrogist. Nicht E, ja die van de ingreep, was ook nicht van de drogist en had een oude advertentie in haar praktijk hangen:
Verzekert u tegen griep!
Neem elke dag één tablet Davitamon 10, Halitran capsule,
pure Levertraan, Vitamine C en u kunt er weer tegen.
Vraagt het bij uw drogist in Bellingwolde.
Telefoon 224
Ik kon de neiging om te bellen nog net onderdrukken en klikte maar weer eens op Insta. Daar trof ik een post van ex R, die met z’n band op de middenstip van de Langeleegte in Veendam stond, het stadion waar mijn clubliefde was geboren. Ze hadden daar een videoclip opgenomen, Onderwegens noar Veendam, in december op Spotify, maar hier al een paar regels:
Onze club mout winnen, mor nait te voak
Aans is t net of ik der nait meer bie heur
Het kon mij dan wel ontroeren, het ging mij ook te ver. Ik verfde mijn Groninger gedachten met grote streken over. Met een witroodwitte kwast.
Auteur: Ingrid Haan
Panda

Over een paar dagen zouden de hechtingen eruit mogen. Daar had ik zin in.
Al met al was ik er nogal naïef ingestapt, in die hele ooglidcorrectie. Ook al was het nicht E die het deed en kwam er geen operatiekamer aan te pas, het was toch een kwestie van snijden-branden-hechten geweest. Op mijn verzoek hadden nicht E en haar assistente K de huid die was weggehaald bewaard. Dat was best veel. Twee reepjes vel lagen op een groen doekje met daaronder twee rode draadjes waarvan ik maar niet meer heb gevraagd wat dat dan waren. Hier stoppen dan ook de kille, klinische woorden.
Het mentale aspect was, zoals viel te verwachten, ingewikkelder. Ik vond het zelf wat overdreven, maar er kwamen toch herinneringen van mijn borstoperatie boven. En tijdens de ingreep vroeg ik mij een paar keer af waar ik geheel en al vrijwillig en totaal overbodig aan begonnen was. Maar goed, alles is altijd een momentopname. Zo ook de rit in de bus en de trein naar Bellingwolde. Nicht E bracht me naar P+R Hoogkerk en dat was alweer maar goed, want ik had moeite met focussen, voelde me suf en was onder de indruk van wat er met me gebeurd was. Ik was blij dat de computerstem in de bus ‘Hoofdstation’ omriep, ik de weg van bus naar trein in Stad al duizend keer had gelopen en familie R me op het station van Winschoten opving.
De eerste dag op de bank koelde ik m’n oogleden elk uur vijf minuten met diepvriesdoperwten. Lang naar een scherm kijken was vermoeiend. Toch bleven mijn ogen hangen op een uitspraak van de nieuwe Amerikaanse minister van Justitie: ‘Waarom zijn de vrouwen die het minste kans maken om zwanger te worden – want, en ik verzin dit niet, dik en lelijk – degenen die zich de meeste zorgen maken over het verliezen van abortusrechten?’
In de dagen die volgden zwol de heleboel onder m’n ogen op en werd het blauwpaarsgeel, maar gelukkig voelde m’n gezicht ook steeds meer als dat van mezelf.
De zoon stuurde een emoji van een panda, de dochter reageerde blij op mijn emoji’s van één oog en twee appels en man E vond het fijn dat ik de hele nacht op m’n rug moest liggen (want veiliger voor de hechtingen). Ook kocht hij 15 aandelen Ajax voor me. Zodat ik in december naar de aandeelhoudersvergadering kon.
Nicht E was meer dan tevreden tijdens de nacontrole en appte me foto’s van ons op de schommel van de galerij waar ze begin jaren zeventig woonde. Zij drie, ik zes jaar oud. Ik zoomde in op m’n oogleden.
Ingreepje

Vandaag zou het gaan gebeuren. Ik had er nogal luchtig over gedaan, over de ooglidcorrectie die mij te wachten stond, maar had toch slecht geslapen. Dat had ook te maken met man E die voor z’n werk in Canada was en terwijl ik sliep, een binnenlandse vlucht van Toronto naar Halifax maakte. Middenin de nacht emojiede hij me Canadese vlag-vliegtuig-Canadese vlag. Drie uur later gevolgd door ‘Veilig geland’.
De operatie zou plaatsvinden in Roden. ‘Roden?’, vroeg sportmaatje G mij na de les. ‘Daar komt de dichteres Vasalis vandaan.’ Vrijwel automatisch lepelde hij een paar mooie regels op van een gedicht over haar dementerende moeder, waaronder: Is het vandaag of gistren, vraagt mijn moeder.
Ik zocht de rest thuis op:
Is het vandaag of gistren, vraagt mijn moeder,
bladstil, gewichtloos drijvend op haar witte bed.
Altijd vandaag, zeg ik. Ze glimlacht vaag
en zegt: zijn we in Roden of Den Haag?
De chirurg zou mijn bloedeigen nicht E zijn. Chirurg was wat overdreven wellicht, huisarts gespecialiseerd in ooglidcorrecties van de bovenste oogleden stond er op haar website.
Ik herinner me dat ik vijftig jaar geleden bij haar ging logeren. Ze woonde met haar ouders en broer in een flat in Stadskanaal, ik was onder de indruk, want nog nooit in een flat geweest. Met ook nog een schommel op de galerij. Dat logeren was ook wat overdreven, want ’s avonds laat moesten mijn ouders me ophalen, omdat ik niet in de flat durfde slapen.
In de aanloop naar de correctie ontving ik per app vaak de emoji van twee verbaasde ogen. Vriendinnen bleken iemand te kennen die het ook had gedaan, hadden zelf plannen in die richting, hadden het al gedaan of vonden het helemaal niks. Ik vond het ook lastig, qua snijden in een gezond lichaam. Geen borstreconstructie hoeven, rondlopen met een dikke oedeemarm en dan wel een wat wakkerdere blik willen. Tja. Uitleggen kon ik het niet goed, het was meer een gevoel. En, ‘tegen emoties valt niet op te lullen’, aldus man E’s nieuwste oneliner. Wat mij nog bracht op de gedachte van een oogbesnijdenis. En toen was het nog maar één stap naar de Volkskrantcolumn van Sylvia Witteman afgelopen maandag, waarin ze de aannemer citeert die bij haar een wasbakje in de wc kwam aanleggen: ‘Onderkant zak is bovenkant bak.’
Ik dwaal af, zullen de zenuwen wel zijn.
Broer, zus, kaarsje, hartje

Dat heerlijke gevoel als je ’s ochtends wakker wordt en denkt wat is er ook weer voor fijns gebeurd, hield na de Klassieker nog een tijdje aan. En langer dan ik had gehoopt, tot lang na de ook nog overwinning op het tot dan toe ongeslagen clubje uit de lichtstad. De branie en de grote bek waren weer terug. Hoera. Maar genoeg daarover.
Ik schreef al eerder over hoe de relatie met de zoon en de dochter opnieuw vorm te geven, maar wat ook gaande is: de relatie tussen de zoon en de dochter zien veranderen nu ze allebei het huis uit zijn. Zo ging de dochter gisteren bij de zoon eten. Hij heeft de pannen, zij de skills. Dus terwijl man E en ik samen aan een heerlijke pasta met spinazie, dat moet gezegd, zaten, had ik toch liever 100 meter verderop in een studio op de derde verdieping gezeten. Oh, wat had ik er veel voor over gehad om doodstil in een hoekje te zitten en alles af te luisteren. Zien hoefde niet eens.
Waar hadden ze het over? Verliefd, drugs, drank, vrienden, over man E, over mij, en alles wat ik verder niet begreep? Maar ja, het ging mij natuurlijk allemaal weer eens helemaal niks aan. Hoe kon ik ervoor zorgen dat het mij wel aanging? Ik zou de zieligheidskaart kunnen spelen, dat ik nooit zo’n relatie met m’n eigen broer had gehad. Of dat ik ineens een werkstuk moest schrijven voor een studie die ik plotseling was begonnen over de verhouding broer-zus in de eerste maanden nadat ze het huis uit waren. Of dat ik info nodig had voor een stukje…
Toen de dochter terugkwam omdat ze hier nog een nachtje bleef slapen zei ze: ‘Ja, was leuk.’ Toen de zoon even langskwam om iets klusserigs op te halen zei hij: ‘Ja, was leuk.’
Gelukkig was daar Instagram. De dochter had een foto van het etentje bij haar broer gepost en de zoon repostte het verhaal van z’n zus. Ik zag kaarsjes, hartjes en het servies wat man E en ik in een ver verleden samen hadden gekocht.
De Klassieker

‘Vanavond, klokslag 18.00 uur, bord op schoot’, appte ik ’s morgens vroeg naar man E. Ik was nou al zenuwachtig en hoopte, eerlijk is eerlijk, dat het verlies binnen de perken zou blijven. Niet al te veel pijn zou doen.
Het mediateam van m’n club had een prachtige sfeervideo gepost, die ik niet snapte, maar wel voelde. Iets met nummer 4, wind en regendruppels en de vlag met de drie kruisen. En een prachtlied van tante Leen, ‘Diep in mijn hart, is er maar één dat ben jij.’
Onderweg naar het Amsterdamse Bos met vriendin I, en hond M en hond B op de achterbank, probeerde ik mijn gespannenheid uit te leggen, maar dat lukte niet erg. Voetbal? Tegen wie? Uitleggen, dat moet ik ook niet willen.
De rest van de dag verliep overwegend kalm, tot een uur of vijf ging het best goed. Muur verven in de ontstane logeerkamer, kerstverlichting kopen bij de Aldi, de pony van hond M bijknippen en reageren in de groep van de eerste liefdes waarmee ik de volgende dag uit eten zou: de overstromingen rondom Valencia waar de één woonde, de stress over de Amerikaanse verkiezingen van de ander, maar toen begon de derde over de interessante opstelling van de in zijn ogen tegenstander en barstte de spanning in alle hevigheid los. Ik probeerde het eten nog op tijd klaar te hebben, maar ik haat koken en al helemaal als mijn club al in de catacomben staat om het veld op te lopen. Man E moest het weer eens afmaken.
Ineens was het 0-1. Ik wist niet wat ik zag. Weg buikpijn, de vuisten in de lucht en een hond die, hoewel ze naar de hoofdstad is vernoemd, niet tegen de ontlading kon. Toen het ook nog 0-2 werd, kon mijn hartslag weer normaal worden. En ook hond M keek vanuit haar mand ontspannen naar de grasmat.
In de rust legde de eerste liefde iets uit over een aanvallend wapen dat onschadelijk was gemaakt door de rechtsbuiten en dat had dan volgens de in Spanje wonende eerste liefde te maken met loopvermogen en duelkracht. Ik begreep het wel, maar het was te hoog gegrepen.
Ik vond de bodycheck van de aanvoerder mooi, de glimmende schoenen van de Italiaanse coach, het gesprekje na afloop op het veld van de man van de wedstrijd met de broer van en natuurlijk alles wat nummer 25 deed. En de keeper waarover ik nu echt nooit meer wil horen hoe oud ie wel niet is.
Na de wedstrijd keek ik de sfeervideo nog een keer terug: Ajacieden schuilen niet.