Meemaken

Dit stukje had eigenlijk over rituelen moeten gaan. Dat woord dook op in de appgroep van de vier eerste liefdes en bracht iets teweeg. Maar zoals dat gaat met dingen die gaan moeten, die gaan niet. Mensen trouwens ook niet. Alhoewel. De mensen in de kleine kring om mij heen renden zichzelf voorbij. Ze sprongen als hordelopers over zichzelf heen met tentamens, resits, papers, het vormen van roeiploegjes, gala’s, ontgroeningen, het regelen van nieuwe kamers, afscheids-, kerst- en verjaardagsborrels, rijlessen, eindejaarsparty’s, extra ingelaste vergaderingen over laadpalen en het wel of niet verhogen van de eigen bezoldiging, ellenlange discussies over tegelijk speler én coach zijn of juist niet…
Ondertussen maakte ik in de dagen die bekend staan als de logistieke hel voor de kerst niks mee. De dingen die in mijn agenda stonden gingen niet door wegens van alles. De dingen die wel doorgingen, waaronder de kerstshow van Brigitte Kaandorp, waren slecht, saai en of slurpten m’n fut weg. Ajax speelde steeds belabberder, verloor zelfs en zakte naar de derde plek. Ik las: ‘Het gebrek aan gratie ook. Nooit eens iets moois doen of iets onverwachts.’ En was blij dat het nog geen donderdag was en ik naar de wedstrijd tegen SS Lazio moest.
Ik onderging de sleur van alledag en wende aan het gevoel van drie keer per dag natgeregend zijn, te veel bagger kijken op Netflix (absolute afrader: Christmas on Windmill Way met die enge gladjakker van een Chad Michael Murray) en uit de diepvries eten, want alleen thuis en geen zin in koken.
In het Parool vond ik mijn gelijk: ‘Druk zijn is een vorm van verdoving.’ Anderzijds, verdoofd zijn is een fijn gevoel. Maar hoe? Doorjakkeren was geen optie voor mij.
De zoon had de manier waarop paraat: day drinking. Ik was meteen enthousiast: het klonk net zo lekker als dagdromen. En had volgens de zoon vele voordelen: je ging eerder naar bed, was eerder wakker, de volgende dag een stuk minder brak. Klein minpuntje, ik was wellicht te oud om dat de hele dag vol te houden.

Papieren verleden

Behalve het trouwboekje en het echtscheidingsconvenant van mijn ouders vond ik in het bureaulaatje dat ik aan het opruimen was, ook het diploma van de Christelijke Middelbare Landbouwschool van mijn vader. Hij had het onderwijs aan voornoemde school met vrucht gevolgd en op 15 april 1959 z’n diploma gehaald, achttien was ie nog maar. Iemand had z’n initialen kunstig getekend met rode en zwarte inkt.
Toen ik z’n levensverhaal opschreef, vertelde hij mij dat het een tweejarige studie was, waar hij en z’n broer na elkaar naartoe gingen. Als de ene op de opleiding zat hielp de andere op de boerderij en andersom. Mijn vader was bij een familie aan het Hoge der A tegenover het Vissersbrugje in Groningen in de kost. Iedere maandagochtend ging hij met de trein van Winschoten regelrecht naar station Noord waar de school stond. Daar kreeg ie les in landbouw, veeteelt, economie en boekhouden. Tussen de middag warm eten in het huis bij het Vissersbrugje en dan tot een uur of vier weer naar school en flink wat huiswerk maken. Heel soms ging hij uit, met andere aanstaande boeren naar een boerenkroegje in de buurt. Ik weet nog dat ie daarom lachte en zei: ‘Zaten wie hail degelk te wezen mit aal die boeren.’ Nu lach ik daar ook om, want later zat ie in allesbehalve degelijke kroegen aan het Hoge der A.
Mijn vader had liever naar de HBS gewild en dan diergeneeskunde studeren in Utrecht. Oma Barbertje had er wel begrip voor, maar opa Bertus dacht er anders over: ‘ULO en de landbouwschool, dat is genog.’ M’n vader legde zich daarbij neer, want ja, zo ging dat vroeger.
Een vriendin van de dochter studeert dat en daar nu, diergeneeskunde in Utrecht. Altijd als ik daar iets over hoor, denk ik aan mijn vader en wie weet had mijn broer dat ook wel gestudeerd als ie.
Om mijzelf niet weer te verliezen in het verleden en wat-als vragen, ging ik verder met opruimen. Oude foto’s, mijn inentingsboekje uit 1968, een A4tje met uitspraken van opa Bertus – verzameld door de kippenoom – waaronder ik bin gloeiend vergreld (ik ben loeikwaad) en as hoar op n hond (als iets heel dichtbegroeid is, bijvoorbeeld gras).
Maar waar moest ik dat papieren verleden laten? Weggooien kon niet. Terug stoppen in het laatje, maar dan netjes?
Binnenkort zouden man E en ik het oude cilinderbureau dat van mijn vader en opa was geweest ophalen bij familie R. Ooit had ik daar de foto’s en papieren uitgehaald, kon ik ze er straks mooi weer instoppen.

Neven en nichten

{Brieven aan mijn broer}

Ha broer,

Ik blijf je maar brieven schrijven, ook al kun je na al die jaren nog steeds niet lezen. Nou ja, dat is dan maar zo. Wat ik wilde vertellen, volgend jaar hebben we een neven- en nichtendag. Van papa’s kant van de familie. Dus dat zijn er tien. Tenminste dat zei ik tegen mama toen ze ernaar vroeg. Bij papa thuis waren ze vroeger met z’n vijven en die hebben allemaal twee kinderen gekregen, dus tien neven en nichten. Ik was even vergeten dat je niet kunt komen. Maar goed, er kunnen misschien wel meer niet komen. De neef die vroeger vlakbij de boerderij woonde, woont inmiddels in Griekenland waar hij vakantievilla’s verhuurt en we hebben ook een neef in Zweden, die schijnt een heel eigen bos te hebben, met dieren erin. Ik weet ook niet of hij komt.
De anderen wonen gewoon hier hoor. Ik weet zeker dat je ze allemaal nog kent. Ik denk de laatste keer dat de neven en nichten bij elkaar waren, was toen opa Bertus nog leefde en oma Barbertje niet meer. Halverwege de jaren negentig denk ik. Opa had ons bij hem thuis in Bellingwolde uitgenodigd en gaf ons allemaal een briefje van honderd gulden. Toen hij jou dat geld gaf, gaf je het direct aan mij om het te bewaren. Weet je nog wat je met dat geld gedaan hebt? Misschien wel ons getrakteerd in de kroeg.
Maar goed, nu zijn we dus nog met negen en is de jongste ook al ouder dan veertig. We zijn getrouwd, een paar gescheiden, hebben een stuk of twintig kinderen gekregen. Waarom vertel ik je al die cijfers en getallen? Dat zegt je helemaal niks. Wat zou je willen weten over onze neven en nichten? Nee, er is niemand boer geworden, dus dat is saai. En wat voor auto’s ze hebben? Ik weet het niet. De meesten heb ik lang niet gezien. Ik hoop gewoon dat we gezellig gaan bijpraten, eten en drinken. Saté, patat, een colaatje, pudding…
Tenminste dat zou jij bestellen, want je zwager en ik zouden je ophalen met de auto, tuurlijk mocht je voorin. En als we dan met z’n allen in het restaurant zouden zitten, zou je in je handen wrijven van plezier, alleen iets korts zeggen als je wat gevraagd werd, af en toe een slok nemen en om je heen kijken met een grote grijns op je gezicht. Zeker weten!

Dikke kus van je zus

Hebbedingstress

M’n nieuwe iPhone lag al een paar dagen donkergroen te shinen op het aanrecht. Ik mocht ‘m van mezelf pas installeren als ik eerst alle foto’s vanaf 2020 netjes had gearchiveerd op de computer. En ik vond dat ik daarna ook nog alle foto’s op m’n oude telefoon één voor één langs moest, met als vraag: Prullenbak of niet? Zodat ik alleen de echt mooie foto’s en herinneringen op de nieuwe zou hebben. En zou kunnen bekijken als, ja wanneer doe je dat eigenlijk?
Zoals dat gaat met foto’s kijken, zak je onmiddellijk weg in het verleden. In plaats van te beginnen bij 1 januari 2020 klikte ik op de map kerst 2010, toen man E echt nog lang geen 50 was, de zoon zeven en de dochter vijf. We waren op La Palma, dat hadden we een jaar eerder moeten annuleren vanwege dat we toen wel andere dingen aan ons hoofd (in mijn geval kaal) hadden. Deze kerst gaan we weer, man E wilde graag eenzelfde wandeling van toen opnieuw doen, maar dan nu zonder mist met uitzicht en ik verheugde mij op lunches met vis en wijn aan de kust. De kinderen hadden er ook zin in en niet alleen omdat het een gratis vakantie ver weg was.
Het vliegen zat ons qua bewustzijn niet in de weg en dat gold ook voor Black Friday. Vandaar mijn iPhone, een groter beeldscherm met tig pixels voor man E en de zoon had een Whoop besteld. Wat? Een Whoop ja. Een fitness tracker die je 24/7 draagt en je dagelijkse activiteit en herstel meet door honderd keer per seconde informatie te verzamelen. Ik kreeg het er helemaal benauwd van. ‘Hij kent me nog niet helemaal’, zei de zoon, ‘maar hij zegt dat ik vannacht negen-en-een-half uur moet slapen.’ Ik bedoel maar.
De dochter was als enige niet echt bezig met Black Friday. Zij focuste zich op sociale psychologie en gala’s. Wat misschien wel hetzelfde is.
Eindelijk had ik me door ikweetniethoeveel foto’s geworsteld en kon ik met de iPhone aan de gang, maar weer stelde ik het uit. De echte aap kwam uit de mouw: mijn angst voor nieuwe dingen. In het algemeen, maar technologische in het bijzonder. Wat als je iets verkeerd instelt? De synchronisatie mislukt? Ik al mijn app geschiedenissen verlies (wat altijd zo is)? Tja, wat als? Wat is daar een goed antwoord op?

Erfgoed

‘Huilende bruiden’ was de prachtige titel van een lijzige documentaire over vervallen herenboerderijen in het Oldambt die ik terugkeek. De voice-over was niet te harden, een zijige stem die deed alsof de boerderijen personen waren. ‘Ik ben een graanpaleis, ik ben een boerenkathedraal.’ Brr. Wat wel mooi was: ‘We worden gebouwd en storten in elkaar.’ Ik krabde voorzichtig aan mijn nieuwe oogleden – herstel, jeuk.
Tot mijn grote genoegen kwamen er twee oud-klasgenoten van de middelbare school in beeld. B was de zesde generatie die op een boerderij, gebouwd in 1824, in Drieborg woonde. Hij zat in een spagaat: slopen mocht niet, want erfgoed, opknappen kon niet, want te duur. Uit wanhoop had ie de gevel van z’n boerderij roze geschilderd. Het zou pas weer wit worden als alles was hersteld.
Klasgenoot W – of zat ie een jaar hoger, ik wist het niet meer – zat bij B aan tafel. Ze hadden het over renovatie, planning, demarkering… ik haakte alweer af. Maar las op de site van Erfvrienden waarvoor W werkte, dat B een nieuwe fundering, hout-, stuc- en metselwerk en nog veel meer zou krijgen. Het laatste shot van de docu was een kwast met witte verf die over de roze gevel streek. Dat leek me hoopvol.
Nog een tijdje bleven mijn gedachten Gronings kleuren. Op de bank in mijn vaders huis waar hij nooit had gewoond en waar ik met diepvrieserwten op de ogen lag, vertelde familie R me dat de plaatselijke drogisterij – daar had ik als kind naast gewoond – na ruim 100 jaar zou sluiten. Drie generaties hadden er gedrogist. Nicht E, ja die van de ingreep, was ook nicht van de drogist en had een oude advertentie in haar praktijk hangen:
Verzekert u tegen griep!
Neem elke dag één tablet Davitamon 10, Halitran capsule,
pure Levertraan, Vitamine C en u kunt er weer tegen.
Vraagt het bij uw drogist in Bellingwolde.
Telefoon 224
Ik kon de neiging om te bellen nog net onderdrukken en klikte maar weer eens op Insta. Daar trof ik een post van ex R, die met z’n band op de middenstip van de Langeleegte in Veendam stond, het stadion waar mijn clubliefde was geboren. Ze hadden daar een videoclip opgenomen, Onderwegens noar Veendam, in december op Spotify, maar hier al een paar regels:
Onze club mout winnen, mor nait te voak
Aans is t net of ik der nait meer bie heur
Het kon mij dan wel ontroeren, het ging mij ook te ver. Ik verfde mijn Groninger gedachten met grote streken over. Met een witroodwitte kwast.