Op-slot-boek-7 De elite

Hadden we net een hoopvolle email ontvangen van de rector van tienerzoon – geen medewerkers, geen leerlingen positief getest – bleek er twee dagen later toch weer een leerling met covid. In de klas van tienerzoon, ‘Nee, mam ik heb nog nooit naast haar gezeten!’ De halve klas ging in quarantaine, wat wel weer goed uitkwam met de anderhalve meter afstandseis op middelbare scholen die Rutte ineens uitvaardigde.
Ikzelf verdeed mijn tijd ondertussen met Bridgerton, natuurhuisje.nl en de podcast van Teun van der Keuken en Gijs Groenteman, een soort René van der Gijp en Johan Derksen. Maar dan elitair. Alleen de leader al: ‘Dit is de stem van de elite. Om lekker links, lekker rijk in je witte wijk van te genieten.’ En dat deed ik. Maar hoor je erbij, bij de elite als je links, wit en rijk bent? Dat vroeg ik mij af. Mag je jezelf elitair noemen als je een boerendochter bent? Als je zelf geen geld verdient? Antidepressiva slikt? Aan de andere kant, ik heb een labradoodle, een kind op een hoofdstedelijk categoraal gymnasium, een personal trainer… En wie bepaalt wie er wel of niet bij hoort? Teun en Gijs zelf misschien wel. Ik heb het ze via Instagram gevraagd, maar geen reactie. Dat kan ook komen door mijn moeizame relatie met dit sociale medium. Tienerdochter heeft gelukkig een briefje voor mij gemaakt, hoe dit stukje op Insta te posten. Als ik Insta zeg, lacht ze me uit.
1 maak screenshot van je stukje
2 ga naar verhalen, swipe omhoog en kies
3 klik op de t van tekst en schrijf waar je wilt + link in bio
Vooral dat link in bio, professioneel!
Man E kan Gijs Groenteman niet verdragen. En nu is ie ook nog wekelijks op tv, samen met Marcel van Roosmalen in het programma Media Inside. En Gijs kwam ook nog langs bij Jinek, met Teun en Marc-Marie en Aaf om te praten over hun podcasts. Heerlijk, ik bleef ervoor op. Ik hou van sterren. Zijn het wel sterren eigenlijk? Nou ja. Toen ik tijdens een dagje Amsterdam in 1985 Jenny Arean (!) op straat had gezien, noemde ex R mij al starfucker. Speaking of which, Álvarez woont bij ons in de straat, hij heeft een mintgroene Porsche en afgelopen week was Haller bij hem op bezoek, aldus buurvrouw J.
Ja, zo word ik natuurlijk nooit toegelaten tot de elite.

Op-slot-boek 2020-6 De brilstand

Voor het uitzoeken, laten maken en plaatsen van een grafsteen heb je een lange adem nodig. Ja, heel grappig ja. Grote broer R en ik stelden het een tijdje uit, maar aan het einde van de zomer zochten we een mooie steen uit. Ik heb het er hier al eerder over gehad, een steen uit hetzelfde Oostenrijkse gebergte als die van mijn broer. Natuursteenbedrijf T had alle gegevens uit 2001 nog, ook het lettertype dat destijds was gebruikt. Een bronsgieter ging aan de slag, maar na een dikke maand hadden we nog niks gehoord. Na wat aandringen kregen we een mail. Daarin stond onder andere dat de letters bij dezelfde bronsgieterij gemaakt waren, maar totaal afwijkend bleken van ‘de inscriptie van de bestaande steen’. Natuursteenbedrijf T maakte vervolgens ‘detailfoto’s ter plaatse’ en belde en mailde alle Nederlandse bronsgieterijen met de vraag of zij dit lettertype wel konden leveren. Dat lukte en broer R en ik waren blij met alle moeite die ze erin staken. Vorige week was het eindelijk zo ver. Ik kreeg foto’s per mail, grote broer R ging direct kijken. Resultaat? De steen was verkeerd geplaatst en de letters zaten niet goed vast. KOOS lag op de grond. R heeft de letters mee naar huis genomen en liet mij ze al face timend zien. Om de moed erin te houden, zette hij de letters op zijn neus. Precies op dat moment kwam man E binnen en vroeg hem: ‘Heb je een nieuwe bril?’
Excuses van natuursteenbedrijf T, ze kwamen KOOS direct ophalen en opnieuw vastlijmen en ook alle andere letters checken.
En die verkeerde plek? De steen van mijn vader staat te ver naar voren en niet één lijn met alle andere graven in de rij, ook niet met die van mijn broer. Natuursteenbedrijf T zei dat ze op de plek waar de piketpaal was geslagen zijn gaan graven. Beheerder A van de begraafplaats speelde de bal terug en wist zich ineens ook nog te herinneren dat de steen van mijn broer 20 jaar geleden te ver naar achteren was geplaatst en dat hij dat toen ook tegen mijn vader had gezegd. Nou, beheerder A, ik zal het mijn vader wel even vragen. Of nee, beter moeder A, die kan zich het misschien nog wél herinneren. Je kunt huilen om de liefdeloosheid van dit hele gebeuren en je kunt hard lachen dat de steen van mijn vader het verst vooraan staat van de hele rij. Haantje de voorste, ja, toch grappig ja. Het laatste nieuws is dat beheerder A het probleem afgelopen week met het bestuur heeft overlegd. Grote broer R en ik doen ondertussen net of we daar alle vertrouwen in hebben.
Wat dit allemaal met de lockdown, toch het onderwerp van deze stukjesreeks te maken heeft? Nou, niks.

Op-slot-boek 2020-5 Nieuwe armen

Ik heb warme chocolademelk voor personal trainer D meegenomen. De wereld op zijn kop, ja. Maar dat staat ie al langer. Tergend langzaam vaart er in de mist die boven de Amstel hangt een vrachtschip voorbij, alsof de schipper het tempo heeft aangepast aan de duur van een van de ergste oefeningen: in een squat staan, rechte rug, ontspannen schouders, tenen omhoog, beetje op de zijkant van de voeten, in elke hand een gewicht van 2,5 kilo (denk ik, het kan minder zijn, maar zo voelt het niet) en dan de armen zijwaarts heffen.
Toch blijf ik lachen. Ik lach als ik de battle rope (trainingstouw) op en neer zwaai en denk aan mijn middelbare leeftijd. Ik lach als ik mij met een suspension trainer (koord met handvaten dat aan een boom hangt) opdruk en denk aan borstkanker. Ik lach als ik drie sets van 15 deadlifts (stang met gewichten vanaf de grond optillen) doe en mijn vader hoor zeggen, ‘t kost een poar centen, moar din hest ook wat. En ik lach wat besmuikt als hij in mijn andere oor zegt: ‘Peerdje het veul stro neudeg.’ Mijn vader heeft al dat stro ook nog betaald… en als je het zo bekijkt, mij die nieuwe armen gegeven. Voor de kerst.
Al dat gesport kan natuurlijk niet alleen maar goed zijn. En inderdaad. Om dat uit te leggen, eerst wat voorkennis. Lelijke woorden, goede afloop. Bij mijn borstamputatie dik tien jaar geleden zijn ook okselklieren weggenomen. Dit heeft mij een arm die gevoelig is voor oedeemophoping bezorgd. Regelmatig naar fysio A en zo vaak mogelijk armkousen aan. Huidkleurig. Ik heb een aparte voor ’s nachts, ook huidkleurig, maar nog dikker en strakker. Zo’n nachtkous, daarvan heb ik net een nieuwe op maat ontvangen, na veel gezeur vergoed door de verzekering. Guess what? Door al dat getrain zijn mijn armen geslonken en is de kous veel te wijd.
Ondertussen thuis gaat het over Quincy Promes met z’n losse handjes en Thomas Acda met z’n sterrenstof. Vage vrienden van tienerzoon roepen op Insta op om te stemmen op Van Haga van het Forum. Een vriend van tienerdochter wordt preventief getest in verband met de aanstaande kerstvakantie naar familie in het buitenland en op FB staan een paar duimen omhoog voor het fluitconcert naast het torentje van Rutte. Gelukkig hebben we Michael Bublé nog. De hele dag. Op repeat. Mis deseos/Feliz Navidad is mijn lievelings.
I wanna wish you a Merry Christmas
Celebremos juntos la vida
I wanna wish you a Merry Christmas
Y que viva la alegría

Man E is er helemaal klaar mee.
Nog even wat filosofie om de komende dagen op te kauwen. Cabaretier en filosoof Tim Fransen schrijft in het artikel ‘De stoïcijn als medicijn’ in de Volkskant: ‘Een gedachte die alle stoïcijnen met elkaar gemeen hadden: wijsheid gaat over de verhouding tot jezelf. De wereld om ons heen ligt grotendeels buiten onze macht; het is dus zaak in elk geval heerser over onszelf te worden.’
Ben ik toch goed bezig met mijn nieuwe armen, maar eerst gaan ze even plat. Op de bank. Netflix. The Prom.

Op-slot-boek 2020-4 Een maat groter

Vorige week ging ik met moeder A per tram naar de Bijenkorf om een verlaat verjaardagscadeau uit te zoeken. Met zijn tweeën hingen we boven de sieradenvitrines te wijzen. Het glas werd gleersk, zou mijn vader zeggen. Van hem leerde ik overigens ook dat een iPad een gleerbret is. De jonge man die ons hielp, begon een praatje over zo-gezellig-ondanks-alles-moeder-en-dochter-lekker-dagje-stadten. Moeder A en ik keken elkaar aan. Dwars door de mondkapjes heen, zagen we elkaars grote grijns. Dit verdient uitleg: als wij samen zijn, wordt ons Gronings accent steeds zwaarder, logisch dat de mensen dan denken dat we n dag oet zijn. Terwijl, we wonen beide al tientallen jaren in de hoofdstad. Ze gaf mij mooie oorbellen en de jonge man achter de vitrine deed er nog twee tegoedbonnen voor een kop thee bij. Die leverden wij in, in de Warmoesstraat waar de patisserie-afdeling van de Bijenkorf nu blijkbaar zit. Moeder A wilde graag even uitrusten, maar mocht beslist niet op het rode bankje zitten. Ook niet een paar minuten terwijl we wachtten op de thee. In de miezer vertrokken we naar de vochtige stoep van een gesloten café tegenover het Nationaal Monument, gelukkig had moeder A haar opblaaskussen mee. We maakten er wat van. Echt. Maar de stad deed niet mee.
Weer moet ik terugkomen op die middelbare leeftijd. Na lang weigeren en kop diep-dieper-diepst in het zand, heb ik nieuwe spijkerbroek besteld. Een maat groter. Hij paste. Toen kwam ik aan de oever van de Amstel een personal trainer tegen. We maakten een praatje, de haren in zijn baard waren een tikje grijs en hij had pretogen. Ik dacht aan de erfenis van mijn vader en aan al die mogelijkheden die daar schuilen. Ik ben bang voor mogelijkheden. Toch belde ik voor een proefles.
Tienerzoon heeft weer de hele week online les, ik heb er net eentje bijgewoond. Spaans. Docent V is een digitale kluns, niet alle leerlingen komen opdagen en zoon liet me zien hoe eenvoudig het is ondertussen een spelletje Brawl Stars te spelen. Van schrik ging ik zelf het eindexamen Spaans van 2019 maken. Toen werd ik nog banger. Om gerustgesteld te worden liep ik weer naar boven. Scheikunde. Het scherm stond vol met vakjes met leerlingen erin, docent B, OMG wat was ze jong, had het over colorimetrie. Dat moest ik even opzoeken, hielp niks, maar ik voelde me wel beter.
Tot slot, nog even over de bladspiegel van de roman Mijn lieve gunsteling van Marieke Lucas Rijneveld. Geen witregels, geen dialogen, nauwelijks punten. Geen lucht, geen adem. Middels de lay-out bepaalt de schrijfster hoe ik dit boek moet ervaren. En toch doorlezen.

Op-slot-boek 2020-3 Schoorsteen

Onderweg met hond M kwam ik vandaag het tafereel hierboven tegen, onder een van de viaducten van de Gooiseweg in de Watergraafsmeer. Wie het weet mag het zeggen. Alhoewel, iets weten, daar gaat het helemaal niet om. Misschien is het van Streetart Frankey, van wie op de raarste plekken in de stad de vrolijkste kunst opduikt.
Er kwamen twee pakjes uit Groningen. De LP van Benjamin B, waar ik abusievelijk de B-sticker van heb weggegooid, maar fijne kennis M was gelukkig zo vriendelijk de sticker alsnog op te sturen. En eindelijk het groen-witte nummer 10 shirt van de FC. Ik ging er gelijk in hardlopen. Ook al ging het een stukje sneller op de 5 km, met lopen bezig was ik niet. Te druk met tegelijk de triomf van ‘Zie mij nou eens’ en de angst datzelfde statement te maken, vooral toen ik in de verte de JC ArenA zag opdoemen. Alsof je als hardcore F-Sider een vrouw van middelbare leeftijd die in een T-shirt van een boerenclubje langs de Amstel draaft in elkaar gaat beuken. Ik kwam een racefietser tegen. Hij stak zijn duim op en riep ‘Groningeuh!’
Qua corona: geen vuurwerk dit jaar. De ‘hockeytraining over hockeytraining’-avond van tienerdochter ging niet door. Ik mag toch weer fitnessen in de gymzaal. Bij gebrek aan horeca-inkomen is tienerzoon een handel in de Jordan-collectie van Nike begonnen. Man E mag buiten wel en binnen niet jeu de boulen.
Het moeilijkst om te schrijven vind ik dit. In het weekend werd er hard met de brievenbus geklepperd. ‘Zwarte Piet’, lachte man E, nooit te beroerd een foute grap te maken. Ik liep naar de voordeur. De bel bleek het niet te doen, iets met een kapotte afwasmachine, stoppengroep er voor de zekerheid uit, deurbel ook op die groep, al twee weken afwassen, maar daar gaat het nu even niet om. Het was een bezorger van de kruidenier uit Oostzaan. Hij had een donkere huid en een afrokapsel. Mijn mond ging open, nog net kon ik de zin ‘Het is echt Zwarte Piet’ inslikken. Ja, niet alleen Piet, ook nog Zwart. Wat maakt mij dit? Een racist? Een Oost-Groningse boerendochter van middelbare leeftijd die gewoon niet beter weet? Iemand die niet los kan komen van de kaders waarin ze is opgegroeid ook al doet ze echt haar best? Wat ik nu wel beter snap is waar het begrip politiek correct vandaan komt. Als je instinct zo duidelijk opspeelt, dan is je verstand verplicht om zich correct te gedragen. Beetje kromme zin, maar het zegt veel over mijn gehaspel met dit onderwerp.
Oh ja en over die middelbare leeftijd van mij, daar heb ik ook veel moeite mee. Het enige wat nog ontbreekt is een kort pittig kapsel zou ex R zeggen. Maandag maar naar de kapper.