Laatste stralen

{Brieven aan mijn broer}

Hé broer,

Ja, dat werd wel weer eens tijd dat je wat van me hoort. Ik wilde het even met je hebben over tante A. Want ze is nu bij jou. Ja dat is verdrietig, maar voor jou misschien wel niet.
Weet je nog dat je vroeger toen we in Bellingwolde woonden bij papa en mama, dat je dan zelf naar haar en oom M liep? Zij waren de enige mensen waar je helemaal alleen naartoe mocht. Ze woonden drie huizen verderop, aan dezelfde kant van de straat en als je netjes naast de weg bleef lopen, was het veilig. Eerst langs de wei waarin de schapen graasden, dan langs het huis van bakker A, dan nog een huis en dan was je er al.
‘Op het zand blijven’, riep papa je altijd na.
Ik denk, je kreeg daar vast wat lekkers elke keer als je langs ging. Want tante A was altijd superlief. Misschien kreeg je bojo of kokostaart of anijskoekjes. Vast iets Surinaams, want daar kwam ze vandaan. Bij ons in het dorp was dat toen nieuw, mensen die een andere kleur hadden dan wij. Ik weet nog dat toen je voor het eerst nicht S zag, je haar zachtjes over haar wang wreef om te voelen aan haar kleur. Dat kan je natuurlijk niet doen, maar dat kon jij niet weten.
Toen we ouder waren praatte ik vaak op familieverjaardagen met tante A. Dan luisterde ze vooral en door niks te zeggen begreep ze alles. Ook toen papa net was overleden en ik begon te huilen toen oom M binnenkwam. Met net zo’n motoriek en net zulke armen als papa. Toen zag ze dat. Oh, je weet natuurlijk niet wat motoriek betekent, het is iets met bewegen.
Vandaag appte R een foto waarop ze met neef D en oom M op een bankje in Griekenland zat. Oh, je weet natuurlijk ook niet wat appen is, nou ja laat maar, dat is nu echt even te lastig om uit te leggen. Die foto was kortgeleden gemaakt, ze waren op bezoek bij neef D en z’n vrouw die daar nu wonen. De zon ging net onder en de laatste stralen schenen nog uitbundig op de achterkant van haar hoofd. Het leek wel of ze licht gaf.
Nou broer, ik hoop dat je haar snel ziet. Je kunt gewoon alleen naar haar toe lopen, ze maakt zeker weten een kop koffie voor je. Wel op het zand blijven hè?

Dikke kus van je zus

*afbeelding is een uitsnede uit een schilderij van David Hockney

Muur- en muurvast

Het is 25 jaar geleden dat m’n broer overleden is. Omdat ik m’n liefde voor hem wil laten leven en de herinnering aan hem koester, post ik de komende dagen fragmenten uit m’n dagboek uit die tijd. Dit is het laatste.

De mensen van de begrafenisonderneming schuiven m’n broer de auto in. Achterin. Hij had vast liever voorin gewild. M’n ouders, hun partners, E en ik rijden achter de auto aan. In de tussentijd past er een mevrouw op het huis. Het schijnt dat inbrekers rouwadvertenties lezen en tijdens de uitvaart hun slag slaan. Om dat te voorkomen kun je iemand inhuren die op je huis past. Op aanraden van E heeft mijn vader deze ‘service’ er gratis bij bedongen.
In het rouwcentrum doen we voor de dienst begint de kist dicht. De begrafenisondernemer pakt de deksel en legt ’m op de kist. Waarschijnlijk neemt iedereen nu echt voor het laatst afscheid, maar daarvan herinner ik me niks. We mogen de schroeven in de kist draaien en ik draai als een bezetene. Dat is nu van het allergrootste belang. De twee schroeven bij mij in de buurt moeten muur- en muurvast. Omdat dat het laatste is wat ik voor hem kan doen misschien?
R leest het verhaal van hem en m’n vader voor, Heleentje Gereed zingt, ik doe m’n verhaal, ex R zingt Lekkerroek en m’n moeder en A speechen ook. Ergens in de menigte gaat een telefoon. Met een stem als m’n broer roep ik keihard: ‘Telefoon!’ Iets wat ik in het echte leven nooit zou durven.
Dan rijden we van Zuidlaren, via Veendam, Nieuwe Pekela, Oude Pekela naar de Hoofdweg van Bellingwolde. Extra langzaam gaat het bij nummer 104 waar we allebei zijn geboren en nummer 98 waar we lang op de boerderij hebben gewoond. Achterin het dorp bij de kerk luiden de klokken al. Als we bij het graf zijn aangekomen, kan wie wil aarde op de kist gooien. De bewoners van het tehuis krijgen daar geen genoeg van. Ze blijven maar met aarde smijten.
Na afloop proosten we met port, cola en cassis op z’n leven. De familie en vrienden zijn lief. Er wordt getroost, gelachen en vastgehouden. Als alles alles alles voorbij is stappen E en ik in de auto. We gaan samen naar huis.

*Het schilderij is van Rita Dokter Wolf

Vier-uur-bezoek

Het is 25 jaar geleden dat m’n broer overleden is. Omdat ik m’n liefde voor hem wil laten leven en de herinnering aan hem koester, post ik de komende dagen fragmenten uit m’n dagboek uit die tijd.

E en ik gaan voor een nachtje terug naar Amsterdam. Op de deurmat ligt post van S. Hij heeft prachtige vakantiefoto’s van afgelopen zomer in Branceilles gestuurd. De levensvreugde spat er vanaf.
Ik wil naar ‘As the world turns’ kijken, maar vind er niks aan. Dit is de eerste keer in al die jaren dat ik naar de soap kijk dat ik denk: waar maken die mensen zich aldoor zo druk over?
De volgende ochtend gaan we weer terug naar De Groeve. We verwachten veel mensen die op condoleance komen. Om 16.00 uur komt het eerste bezoek: alle bewoners en de leiding van het tehuis. De bewoners zijn nogal druk en confronteren mij met het feit dat m’n broer ook ‘zo’ was. Als je dood bent, zie je dat gelukkig niet meer. Ik vlucht een tijdje weg naar boven.
Terug bij het bezoek drinkt een meisje cola. Dat doet ze expres zegt ze, omdat m’n broer dat ook altijd dronk. In kleine groepjes gaan alle bewoners bij m’n broer kijken. De drukke sfeer slaat om. De bewoners die hebben gekeken, zijn nu stil of moeten huilen. Er is één man met een pet op die bij het zien van m’n broer de pet direct voor hem afneemt. Als ze klaar zijn met huilen en stil zijn, beginnen ze moeiteloos weer met de dagelijkse routine: ‘Wat eten we vanavond?’ Om die eenvoud begin ik te huilen en meteen komt een bewoner me troosten.
Vanaf 17.00 uur komt de familie, vrienden, buren. M’n opa is er ook, samen met hem en m’n vader ga ik naar de kist. Drie generaties. Ik kan me niet voorstellen hoe het voor een opa moet zijn. Hij reageert precies zoals m’n vader: ‘Wat ligt e d’r mooi bie.’ De vrouw van een van m’n neven is ontroostbaar. Ze houdt niet op met huilen. R zegt dat ze eigenlijk tegelijk met het bezoek van 16.00 uur had moeten komen. En zo is er een nieuwe term geboren: ‘vier-uur-bezoek’.
Het stoort me dat m’n ouders zich nu ineens weer als twee-eenheid op mij richten. Er kunnen dan wel allerlei positieve kanten aan deze verzoening zitten, ik moet er ook erg aan wennen. Ze zijn heel stellig en overtuigend in hun manier van communiceren en nu moet ik daar ineens 1 tegen 2 tegenop boksen. Dat was makkelijker toen ze nog niet on speaking terms waren. Boos en geïrriteerd ga ik bij m’n broer zitten. Ook al is hij verstandelijk gehandicapt en nu ook nog dood, hij is de enige die me begrijpt. Onze verhouding als zus en broer is gelijkwaardig. Hele verhalen vertel ik hem: dat onze ouders gek zijn, dat ik een boek over hem ga schrijven en dat ik het zo niet langer kan volhouden en dat we hem daarom morgen naar Bellingwolde gaan wegbrengen. Hij begrijpt alles.

Heleentje Gereed

Het is 25 jaar geleden dat m’n broer overleden is. Omdat ik m’n liefde voor hem wil laten leven en de herinnering aan hem koester, post ik de komende dagen fragmenten uit m’n dagboek uit die tijd.

Als ik beneden kom, zitten m’n ouders al aan tafel met de begrafenis-ondernemer. Hij ziet er zelf uit als een lijk: een grauw gezicht, grote wallen en kringen onder z’n ogen. Welke kist, wat voor bloemen, welke kaart, advertenties in het Groninger Dagblad, Nieuwsblad van het Noorden, moeten de klokken geluid? Eens zijn we het. Overal over. M’n vader wil een dubbel graf, ook alvast voor zichzelf. In Bellingwolde is dat eeuwigdurend en kost het 1600 gulden.
E en ik gaan boodschappen doen in Zuidlaren (AH – rijst vergeten -, drankenzaak en sigarenboer) en op een terras bel ik ex R om te vragen of hij tijdens de dienst wil zingen. Dat wil ie.
Als we weer thuis komen, is m’n broer dat ook. Hij ziet er mooi uit. Hij is het echt. Ik zet z’n horloge op de juiste datum en tijd. Ik ben blij dat dat ding gewoon doortikt.
Voor de rest gaan veel dingen langs me heen. Alles voelt als een waas. Alsof je er zelf niet echt bij bent.
’s Avonds na het eten – nasi, R is nog rijst gaan halen – gaat het nog weer even over de muziek. Ik wil in ieder geval een nummer van Helen Reddy waar we vroeger op de boerderij altijd naar luisterden. Heleentje Gereed.

Scherven brengen geluk

Het is 25 jaar geleden dat m’n broer overleden is. Omdat ik m’n liefde voor hem wil laten leven en de herinnering aan hem koester, post ik de komende dagen fragmenten uit m’n dagboek uit die tijd.

Eén piepkleine glimp maar. Eén fractie van één seconde. Die kleur. Die vreselijke kleur van de dood. Die snoeiharde stilte. En dan komt E de ziekenhuiskamer binnen en doet z’n armen om me heen.
M’n vader, m’n moeder, hun partners, E en ik. Met z’n zessen zitten we een tijdje rond het bed. Dan komt er een arts langs die, ja wat moet die eigenlijk nog? Ons wordt gevraagd even naar de familiekamer te gaan. Maar dat wil niemand. Mijn ouders willen port en roken. Het oude gezinsgevoel komt boven: wij bepalen zelf wel hoe we de boel aanpakken. En dus gaan m’n ouders naar buiten te roken en halen E en ik glazen uit de ziekenhuiskantine. Als we geen colaglas meenemen, stromen m’n tranen alweer.
En toch is het mooi, met z’n allen zitten we om z’n bed en proosten we.
M’n vader vraagt m’n moeder waar we m’n broer nu heen brengen. Zij stelt voor dat hij bij ons in De Groeve komt. Dat vindt m’n vader geweldig en ook zijn ze het gelijk eens dat hij in Bellingwolde begraven moet worden.
M’n moeder en ik zoeken in de kleding die hij mee heeft naar het ziekenhuis of er iets geschikts in zit. Maar helaas. Ik ruim z’n spullen uit de badkamer op: douchegel, scheerschuim, lekkerroek. En ga weer plassen. Heel gek om nog geen twee meter van iemand die er niet meer is, op de wc te zitten.
Dan is het tijd om te gaan. E slaat met z’n jas een glas van tafel en m’n vader zegt: ‘Scherven brengen geluk.’
M’n broer blijft bij de scherven, m’n vader en R gaan een begrafenisondernemer regelen en wij gaan naar het tehuis om kleding uit te zoeken: een blauw spijkeroverhemd, een T-shirt uit Sint Maarten wat ie nog van papa heeft gekregen, een striepkoorn boxem, een best wel hippe onderbroek, en sokken waarop ‘Hi I’m 30’ staat.
In De Groeve heeft m’n vader al een foto op de schoorsteenmantel gezet, twee kaarsen branden ernaast. Morgen komt m’n broer thuis.