Armbandje

{Brieven aan mijn oma}

Lieve oma Barbertje,

Na 3,5 jaar heb ik het armbandje van je jongste dochter afgedaan. Met een knagend geweten, buikpijn en de niet te beantwoorden vraag: Waarom?
Ze gaf me het armbandje een paar weken voordat ze. Als ik het aan jou vertel oma, lukt het me niet het laatste woord uit m’n toetsenbord te krijgen. Terwijl, je bent zelf ook allang niet meer hier. Ik heb het even opgezocht, 11 december is het 33 jaar geleden.
Je dochter en ik, we zaten in haar achtertuin onder de parasol, het was meer dan warm. Er waren vissen in de vijver, loslopende kippen en bloembedden vol lelietjes-van-dalen. Ze haalde het bandje van haar pols en schoof ’m over de tafel naar me toe. Ik had me graag herinnerd wat ze er voor veelzeggends bij vertelde, maar ik weet alleen nog dat ze zei dat ze ’m elke dag om had en dat ie, ze lachte erbij, niet veel waard was. Ik deed ’m om en heb ’m al die tijd niet meer afgedaan. Tot vandaag dus. Omdat ik een nieuw sporthorloge met stappenteller, hartslagmeter en GPS heb. Dat ik niet links kan dragen vanwege die kutarm, maar dat kan ik tegen jou echt niet zeggen. Te dikke arm dan. Rechts zitten al vier armbandjes vol herinneringen en samen met het horloge is het gewoon teveel. Dus moet er een weg. Die van je dochter past er het minst goed bij en zo mooi is ie nou ook weer niet. Zo praat ik het goed voor mezelf.
Wat vind jij? Kan ik het maken? Of? Oh, je weet natuurlijk niet eens wat een stappenteller is, laat staan GPS. Nou, ik hoop maar dat je denkt: ’t Is der de tied veur.
Dankjewel oma, dikke smok.

Vleugeltjes

{Brieven aan mijn vader en oma}

Ha pap, oma,

Toen ze nog geen week weg was, was het voor mij al tijd om mijn heil bij jullie te zoeken. Bovendien, ik was toch in de buurt en moest hond M uitlaten.
Zijspoor: het is maar welk narratief je voor je verhaal gebruikt. Narratief is sowieso een ongrijpbaar iets. Want hoe vertel je een verhaal, vanuit welke invalshoek schrijf je iets op? Zeg je: de ouders namen hun kinderen mee naar de demonstratie om ze te laten zien hoe belangrijk het is dat de overheid met fossiele subsidies stopt. Of: de politie pakte de ouders van de kinderen die bij de demonstratie waren op, omdat ze hun kinderen in gevaar brachten in verband met de waterkanonnen en schakelde Veilig Thuis in. Wie het weet mag het zeggen.
Ondertussen liep ik op de paadjes en rende hond M over de graven. Ik vond dat eigenlijk niet kunnen, maar niemand die het zag. Alhoewel ik me afvraag, pap, oma, of jullie dat wel oké vinden? Ik denk het niet.
Tegenover je, pap, ligt ene J. Ik vraag altijd of ik even op zijn steen mag zitten. En dan zegt J ja. Ik had een heel verhaal voor je klaar over je kleindochter. Gemis, loslaten, maar er kwam niks van. Ik zat alleen maar. Zag het maisveld, de zonnestralen tussen de oude eiken, van die vleugeltjes die uit de bomen naar beneden cirkelen. Ik hoorde insecten zoemen, vogels fladderden. En hond M lag lekker op het mos. Jij zei ook niks. Lag alleen maar.
Op weg naar jou, oma, liep ik om de grote, rode beuk die in het midden staat. Bovenin begon de herfst al te komen. Voor jou had ik geen verhaal, maar ik was nog niet bij je en ik wist: jij let op haar. Op je achterkleindochter. Net zoals je vroeger op mij lette.
Ik lijnde hond M toch maar aan en kriskraste tussen de stenen door jullie leven uit. Op naar Amsterdam, naar man E, naar de zoon en het bureau van de dochter. Maar eerst nog even langs de kaasautomaat. Ik weet niet of je weet wat dat is pap, oma jij zeker niet. Aan de Tweekarspelenweg, jullie wel bekend, is een boerderij met kaasmakerij. In een grote muur met allemaal kleine hokjes liggen achter deurtjes stukken kaas. Je kiest een stuk, tikt het nummer van het hokje in, betaalt en dan gaat het deurtje open. De kaas smaakt heel lekker en is niet duur. Net wat voor jullie.
Het was fijn pap, oma, tot de volgende keer, smok.

Gras

{Brieven aan mijn oma}

Ze speelde vroeger graag in de kwelders bij Zoutkamp, herinner je je dat nog oma? Dat je jongste dochter rond haar tiende jaar in de zomer bij je oudste zus ging logeren? Wat deed ze daar in die kwelders? Wat vond ze daar? Ik zou het haar graag vragen, maar ja. Vorig jaar ging ze er voor het laatst een kijkje nemen. Gras had de kwelders overwoekerd. Maar haar gevoel was hetzelfde. Tenminste dat wil ik graag geloven. Misschien iets van veiligheid, thuis zijn?
De grond, de aarde was sowieso belangrijk in jullie gezinsleven. En gras helemaal. Ik hoef mijn ogen maar even dicht te doen – jij toch ook oma? –  en ik zie opa de ellenlange grasvelden voor en achter jullie huis maaien, de elektriciteitskabel losjes over zijn schouder. En maar heen en weer. Heen en weer.
Maar vergeleken met de stukken gras die voor de koeien geoogst moesten worden, was opa’s gemaai natuurlijk kinderspel. Je jongste zoon maaide zich ’s zomers een slag in de rondte, zodat je oudste het ook ’s winters kon voeren.
Je oudste heeft nog steeds wat met gras. Maar dat had jij al veel eerder gezien dan ik. Vorige week was ik op de begraafplaats waar jullie allebei wonen. In de ene hand twee witte gerbera’s, in de andere een grasschaar. Bij je oudste zoon en een van je kleinzonen groeiden lange, lichtgroene plukken. Zo goed en zo kwaad als het ging, knipte ik ze kort. Toen het te kwaad ging nam je aangetrouwde kleinzoon het van me over. En daarna liepen we nog even bij je langs. Je zweefde net naar de grote rode beuk die midden op het kerkhof staat.
Tja, dat gemis van je oudste en je jongste dat gaat niet weg. Misschien daarom wel, en ook om het boerenland en het gras te koesteren, kochten je schoonzoon – je weet wel, die met de meeste humor – en ik allebei een schilderij. Gemaakt door de schilderjuf van je jongste. Er is geen sprietje te zien, het gras is gehuld in nevelen.

De jongste en de oudste

Ha oma, ik weet wel zeker dat je toekijkt. Dan zie je ons zitten, je jongste dochter en je oudste kleindochter. In een tuin met vijf makke kippen, een vijver met waterlelies en een border vol witte chrysanten. Je dochter, almaar brozer, zet een doosje op de tuintafel. Ze vindt het fijn om alles weg te geven, zegt ze en haalt het deksel eraf. Brede armbanden, losse kralen, sieraden met een verhaal, in goud en nep goud. Je kleindochter hapert. Wat doet het ertoe welke ze krijgt, welke ze mooi vindt. Het gaat om het gebaar.
Ondertussen maakt je schoonzoon thee en spoort zijn vrouw aan een slok te nemen. Hij plukt een biscuitkruimel van haar t-shirt. Zijn de kippen ook weer blij. Eén kip is vernoemd naar je jongste achterkleinzoon, spierwit is ie. Het zou mooi zijn als ie zich als haantje zou gedragen, maar dat doet ie niet.
Je kleindochter is eruit, ze kiest een dunne armband die goed past bij de laatste armband die ze samen met haar vader kocht. Een tijdje houden tante en nicht elkaars handen vast. Het is stil. Het is goed zo. Dat vind jij toch ook, oma?