Op de dag dat

{Brieven aan mijn vader}

Lieve pap,

Half mei was het vijf jaar geleden dat. Maar ik had tijd noch aandacht voor je, het was precies de week dat Ajax misschien nog. Mijn emoties waren bij Lang, Blokzijl en die godvergeten groen-witte keeper. Zeldzaam ziek was ik ervan. Bleef mezelf maar afvragen waarom ik het niet een beetje kon relativeren. Waarom ik me niet druk maakte om de écht belangrijke dingen in het leven. De clubliefde nam, vond ik, te veel plaats in. Ik denk dat je erom had gelachen en je had afgevraagd ‘Woar ze nou wel mit bezig is’.
Natuurlijk was ik wel bij R, op de dag dat. We regelden met de beheerder van de begraafplaats dat de aarde bij jou en broer B zou worden opgehoogd, kochten een blauwpaarse petunia voor je en barbecueden à la papa (hamburger, huzarensalade, stokbrood) in R’s achtertuin. Het was allemaal fijn en goed.
Een dag later rende ik met hond M langs het B.L. Tijdenskanaal, tot de Rhederbrug en weer terug, hemelsbreed lag er maar twee kilometer tussen de plek waar ik nu intervalde, waar ik was geboren, opgegroeid en waar jij met oom M de boerderij runde. Zo dichtbij, maar ook zo ver.
Het is net als met die vijf jaar. Je kunt er niks mee, met tijd. Niet achteraf, niet in de toekomst en in het nu al helemaal niet.
Toen ik na m’n training – ja training, want ik ga weer eens meedoen met een wedstrijd, 7,5 km op de Ring van Amsterdam – terugreed over de Kerkweg, stopte ik bij jullie plek. Ze waren flink aan het snoeien geweest, er was veel meer zicht vanaf de weg. Mooi. En andersom konden jullie nu ook beter naar het land aan de andere kant van de weg kijken. Er werd beregend, er reed een trekker en een of ander gewas kwam net boven het maaiveld uit. Rogge? Tarwe? Haver? Jij zou het vast herkennen. Mijn emoties waren daar waar ik vond dat ze moesten zijn. Even.
Toen vertrok de trainer, vond ik een bierdop in de auto, moest ik te vaak naar de apotheek, was de sla op, het gras te hoog, m’n paspoort niet meer geldig en natuurlijk het aanrecht vol en de afwasmachine leeg. M’n leven ging blijkbaar gewoon weer door. Ik denk dat je dat wel had begrepen, behalve die clubliefde dan.

Waalze bonen

{Gesprek met mijn vader}
Aardappelen, bieten, rogge, maar dit? Wat is dit? Jij weet vast wel hoe dit heet. Oh, het zijn tuinbonen. Dat heb ik nog nooit gezien, hier in Westerwolde. Een hele akker vol. Sowieso prachtig deze omgeving. Ik vraag me af of we hier ooit wel eens samen zijn geweest. Die theetuin, ken je die? Vanuit Bellingwolde rij je langs het hertenkamp – dat is er nog steeds! -helemaal door Vriescheloo en dan nog een klein stukje en dan ben je d’r. Net alsof je thuis op vakantie bent.
Het was zo’n mooie dag vandaag pap, daar was ik ook wel aan toe. Na dat feest van je schoonzoon. Met 35 mensen over de vloer en alles zelf gedaan en geregeld (je schoonzoon hoestend en ik herstellend van een griep) en geen afwasmachine en een verstopte gootsteen en ook niet echt mooi weer.
We hadden die zangeres weer gevraagd die er ook was met ons 1-jarig huwelijk. Smartlappen leren, met glijers en een snik. Was echt superleuk. Had jij toen ook uit volle borst meegedaan of stond je lekker achteraf te roken? Ik herinner me het niet meer.
Het was een mooi feest, met een speech, heerlijke pulled pork, een winnend Nederlands elftal, blije gasten, je kleindochter die meer dan tientallen cocktails maakte en een lachende kleinzoon. Gelukkig.
En nu zit ik hier bij je steen met je te praten. Tuinbonen zijn het dus. Hoe zeg je dat in het Gronings? Waikschilde bonen of Waalze bonen? En had ik je al verteld dat ze er niet meer is? Ja inderdaad, dat maakt mijn leven een stuk gemakkelijker. Ook al trek ik nu vaker de zorgmantel voor mama aan. Maar af en toe hang ik ‘m ook aan de kapstok hoor.
Het is gek, zo laat ‘s avonds ben ik hier op het kerkhof nog nooit geweest. Dus dan liggen jullie hier ook gewoon? Ook als het donker wordt?
Je man en ik zagen net een ree, hij leek wel oranje. Hij liep op z’n dooie gemak door het weiland dat achter de tuin ligt. Wij keken en barbecueden, zaten bij de houtkachel, lachten en praatten. En ook over jou.

Op het schip

{Brieven aan mijn vader}

Lieve pap,

Sinds eind november vorig jaar heb ik je niet meer geschreven. Het lijkt alsof de gaten tussen onze contactmomenten groter worden, dieper. Dat wil ik niet, maar dat is wat de tijd doet.
Net als zovele brieven, begint ook deze weer met je zegelring. Deze keer lag ie op een nachtkastje in downtown Miami. Je kleinzoon lag ernaast, zijn jetlag weg te slapen. Het was zover, het vage plan dat vriendin M en ik in het voorjaar vorig jaar hadden geopperd, was werkelijkheid. We gingen samen met haar dochter en jouw kleinzoon op bezoek bij de eend die al maanden aan het werk was op een cruiseschip. Weet je het verhaal van je kleinzoon en de eend nog? Ze hadden geen relatie, het was geen scharrel, of een date of geen idee hoe ik het moest/mocht noemen. Man E bleef maar roepen: ‘If it looks like a duck, swims like a duck, and quacks like a duck, then it probably is a duck.’ Dus vanaf dat moment was liefde J tot eend omgedoopt. En we zouden een hele week met dit bijzondere gezelschap van vijf van alles gaan beleven op het schip.
Ik kan je vertellen over de vrolijk gekleurde vissen die ik al snorkelend zag in Mexico of over de legu- en pelikanen, het azuurblauwe water aan het strand van Honduras, de fietstocht langs de kust van Cozumel, de harde muziek op alle decks en gelukkig het eigen balkon, het geschreeuw van de ongeveer 5500 Amerikanen die ook op het schip zaten en wederom gelukkig het eigen balkon, de man met het ‘Trump 2024 Make liberals cry again’-shirt, de groep bachelors met de ‘Blame it on the drinking package’-shirts en gelukkig het gezin met de shirts ‘I love my two mums family’. En over een boek waarover ik op de heenweg in het vliegtuig een recensie las (Stiff van Mary Roach) en waarvan de eerste zinnen luiden: ‘The way I see it being dead is not terribly far off from being on a cruise ship. Most of your time is spent lying on your back. The brain has shut down. The flesh begins to soften. Nothing much new happens, and nothing is expected of you.’ Over de jonge liefde die ik tussen de zoon en de eend zag, de mooie gesprekken die ik met vriendin M had en hoe ik genoten heb van haar dochters, hoe ik heb kunnen leren van de dynamiek binnen een ander gezin en hoe hard we alles wat we maar wilden hardop konden zeggen, want de enige Nederlanders op het schip.
Maar ik beperk me tot de dingen waarvan ik denk dat jij ze het leukst had gevonden. Daar gaan we.
We kregen crew family-passen en mochten een kijkje nemen in de crew bar waar alles de helft goedkoper was, we liepen door het crewrestaurant, langs de kleedkamers en ook hebben we de hut van de eend gezien. Ik voelde mij een VIP ook al was dat nergens op gebaseerd.
Elke show van de eend zaten we front row. Er lagen bordjes ‘reserved’ op de beste stoelen en medewerkers die we niet kenden riepen al van een afstand: ‘Family of the duck? Hi, how are you, sóó nice to see you.’ Na afloop van een van de shows spraken we ook even met zanger D, de beste vriend van de eend, zeker weten – knipoog – dat je hem leuk had gevonden, pap. Dat blijf ik magisch vinden, het ene moment staat zo iemand in vol ornaat te shinen op het podium, het andere zit ie zonder make-up en in een trainingspak tegenover je en zegt ie lachend ‘Oh my God, you are so tall. And hot’, tegen je kleinzoon.
En wat had jij gelachen om de glitterbroeken van vriendin M en mij. Tijdens de dansworkshop ‘Rolling on the river’, gegeven door de eend, hadden we ze aangetrokken. Van tevoren dachten we nog, mmm beetje overdressed wellicht, maar what little did we know.
Ook leuk, je kleinzoon werd 21 op het schip en mocht voor de tweede keer in zijn leven officieel alcohol drinken. Hij kreeg tijdens zijn verjaardagsdiner een extra toetje en de obers en serveersters gingen voor hem zingen. Weet je nog dat ze dat destijds op mijn verjaardag op ons schip in Noorwegen ook voor mij deden? Gênant maar toch leuk.
Af en toe zat ik alleen op het balkon, met een glas veel te dure Torresella, dan staarde ik naar de eindeloze zee, voelde de deining van de golven en snoof de geur van het zilte water op. Dat was fijn pap.
Sorry voor al het Engels, ik weet dat je kennis daarvan zozo is, maar ik denk dat je het allemaal wel ongeveer begrijpt. En ik beloof, volgende keer gewoon weer meer in het Gronings.
Oh ja, nog even snakken, je kleindochter heeft een baan bij een theatercafé, afgelopen weekend vroeg Alex Klaassen haar om een glas water.

Stekje

{Brieven aan mijn vader}

Ha pap,

Je ring lag op het bureau van je kleinzoon. Daar ligt ie veel vaker – altijd als hij aan het sporten is, maar nu zag ik ’m ineens. De binnenkant spiegelglad omdat jij ’m jarenlang – wat is het ook alweer, iets van 50 jaar? – hebt gedragen. De ring is zelfs zo glad geworden, dat ie een tijdje terug is gebroken en je kleinzoon naar de juwelier is geweest om ’m weer dicht te laten smelten.
Ja pap, ik heb je te lang niet gesproken. Die kleinzoon is allang een jonge man met een brede rug, die nog veel te leren heeft en een hart vol liefde te geven heeft.
Op de dag dat ik je ring zag, zag ik ook de kamperfoelie achter in onze postzegeltuin. Toen we hier net kwamen wonen, kreeg ik ’m van jou als stekje. Meer dan twee meter hoog is ie, royaal over de pergola hangend. Zelfs zonder blaadjes en kletsnat is ie prachtig.
Ondertussen spreekt je kleindochter ook Spaans. Weet je nog dat jij ook een cursus deed omdat jullie altijd naar de Canarische Eilanden op vakantie gingen? Op zich kun je je daar in het Duits prima redden, maar toch. Ook zij is gegroeid. Steeds meer zichzelf en aan het kiezen om te studeren in Utrecht of Groningen. Drie keer raden wat jouw voorkeur heeft.
En ik? Ik schrijf door. Al best een tijdje. Vandaag typ ik alleen met rechts. Mijn linkerarm is dikker vanwege het lymfoedeem. Ik heb ’m ingezwachteld en dan wordt het wel weer wat beter, maar toch. Het maakt me verdrietig, eenzaam ook. Wat zou jij zeggen? Niet zo veel denk ik. Je kunt ook moeilijk zeggen dat het wel goed komt, want dat komt het niet. Of dat het gaat wennen, want doet het alsmaar niet. Soms als ik voor de spiegel sta zie ik een vrouw van middelbare leeftijd met best iets leuks aan, maar alles wordt verpest door een olifantenarm. Ja, ik zal het wel onnodig erger maken dan het is. Maar ik ben blij dat je even naar me wilt luisteren. Dat is genoeg.
Ik was nog naar een toneelstuk over de slavernij. Een blanke en een zwarte vrouw gaan op zoek naar hun voorouders. De zwarte blijkt een nazaat van tot slaaf gemaakten die op een plantage in Suriname moesten werken en de witte bleek een nazaat van een van de eigenaren. Ik dacht aan onze familie. Je broer die getrouwd is met een vrouw die lang geleden met haar dochtertje vanuit Suriname naar Nederland kwam. Je zoon wilde de kleur van de wang van het nichtje vegen. Dat werd ’m vergeven omdat ie verstandelijk gehandicapt was, wat je tegenwoordig denk ik niet meer zo mag noemen. En ik, die er nooit bij stil heeft gestaan hoe anders hun achtergrond, hun wortels wel niet zijn.
En weer wordt het een serieus en verdrietig stukje. Terwijl vanavond pap, ga ik met vriendin I naar de Grote Bingo Diner Show in Paradiso. Met Amsterdamse meezingers, zuur van Kesbeke, Hazes én Kerst én Guilty Pleasure Bingo, patat van de FEBO en biefstuk van Loetje. Ik doe m’n Ajax vest aan, het shirt met de drie rode Andreas kruizen van je schoonzoon en m’n Ajax samba’s. Zin om mee te gaan? Smok!

Sfeer

{Brieven aan mijn vader}

Ha pap,

Ik was van plan dit stukje te schrijven achter je oude bureau. Maar dat kan niet, er ligt te veel troep op, onder en in. Dan maar vlak ernaast aan de tafel die je ooit wit hebt geverfd en die hier en daar butsen vertoont, afgebladderde stukjes verf. Op weg in de auto hiernaartoe, had ik daar een nostalgisch idee bij, bij je bureau. De plek waar jij altijd de administratie van de boerderij deed, ‘gebroeders’ stond er op alle afschriften van de ABN. De plek waar jouw vader altijd de administratie van de boerderij deed.
Uit het raam naast de erker zie ik vanuit een ander perspectief de grote witte boerderij waar ik ook altijd op uitkeek als ik bij oma Barbertje was. Ik denk, de bomen die eromheen staan zijn meters hoger geworden. Gek toch, pap, dat alles zich een soort van herhaalt? Jij hebt hier nooit gewoond, maar ik vind van wel. Overal staan je spullen. Het luiliggende bankstel waar hond M nu wel op mag liggen, de marmeren tafel met de keiharde punten, oh wat vond ik dat eng toen de nestblijver en -verlater nog klein waren, het Perzische kleed, de foto van de Japanse esdoorn. Natuurlijk zijn er ook andere dingen bijgekomen, maar de sfeer is van jou.
Nu je kleindochter in Spanje zit, je kleinzoon alweer derdejaars is – een eend heeft, dat heb ik je nog helemaal niet verteld?! En die eend gaat ook nog op een cruiseschip werken en drie keer raden wie er een week op dat schip gaat zitten. Zal ook wel nostalgie zijn, denk ik. Dat geloof je toch niet, pap. Dat ik toch nog een keer weer een cruise ga maken. Wat? Tuurlijk gaat de nestblijver ook mee. En drie keer raden wie dit tripje gaat betalen? Ik zie je lachen en ook een beetje met je hoofd schudden, een combinatie tussen trots en mot dat nou.
Ja, je kleindochter, ze doet het goed pap. Ze kookt, ze leert het verschil tussen de imperfecto en de indefinido, verslaapt zich, sport, eet tapas, bezoekt musea, hangt in de stad, zoekt, kan het niet vinden, maar vaak ook wel. Als ik me ongerust maak, maak ik mezelf wijs dat oma Barbertje op haar past.
Maar goed, nu mijn nestwerk erop zit, zit ik hier, in ons noorden. Nog wat onwennig en eigenlijk geen idee. Te doen wat goed voor me is? Weet jij het?Dikke smok van je dochter.