Grachtstraat 2, Zoutkamp

{Brieven aan mijn vader}

Overmorgen, op je sterfdag, ga ik met nieuwe grote broer R naar je geboortegrond. Dat heb ik een kleine tien jaar geleden met jou ook gedaan, een tripje door Het Hogeland. Zoutkamp, Ulrum, Zuurdijk… Hoogtepunt was het huis waar je geboren bent. Je vertelde me dat het een dubbele woning was. Jouw ouders woonden aan de ene kant, opa en oma van vaders kant aan de andere. Grachtstraat 2 in Zoutkamp. Gebouwd in 1939, een jaar voor je geboorte. ‘Mijn vader en opa hebben er toen beide 4.500 gulden voor betaald, wat toen best veel geld was.’
De quote hierboven komt uit het boekje met het levensverhaal dat ik over je heb geschreven. Ik vertel mezelf dat het helpt daar af en toe wat in te bladeren. Ik vertel mezelf dat het helpt, herinneringen aan je op te halen, over je te praten, naar foto’s te kijken, naar Danny Vera te luisteren…
Ik blijf mezelf vertellen dat het helpt. Maar na bijna een jaar is het nog niet gelukt. Ik kan jouw niet-bestaan niet integreren in mijn wel-bestaan. Vandaag begrijp ik ineens dat het nooit niet gaat lukken ook. Bestaan is de essentie van mijn leven, niet-bestaan de essentie van jouw dood. En ik denk dat daarom het enige dat echt troost biedt is, dat je nu voor eeuwig naast je laive jong woont. Overmorgen kom ik even bij jullie langs, gek genoeg verheug ik me erop.

Hoera!

{Brieven aan mijn vader}

Afgelopen vrijdag stond ik voor je graf te dansen. Nieuwe broer R en ik hebben het geflikt. We hebben op de begraafplaats geluisterd naar de vierman sterke afvaardiging van de kerk, onze poot heel erg stijf gehouden, gezegd dat we niet voor de kosten van het verplaatsen van de steen wilden opdraaien, excuses afgedwongen, dat laatste was zinloos, maar nou ja, het moest. Na de zakelijke kant van het verhaal, liepen we terug naar de plek waar je lichaam ligt en deze keer was je ziel er ook. Je was trots op me, omdat het me gelukt was. Ik stond voor je graf te springen van plezier. Alsof ik gescoord had in een voetbalwedstrijd. ‘Papa, papa, kijk eens, wat ik kan!’
Gisteren kregen we ter bevestiging een lieve mail van de kerk. Het ging over betreuren, sterkte, dierbaren, en er stond in dat de steen verplaatst gaat worden en de plek van jou en je zoon één mooi geheel gaat worden. Kan ik binnenkort fijn de tulpenbollen poten en wat gras inzaaien.
Morgen heb je een jarige kleinzoon. Eentje die de volwassen leeftijd bereikt in een week vol schoolexamens, in een lockdown, met een mondkap op. Eentje die een doos vol Holtkamp gebak krijgt, een memorabel cadeau, een stapel pannenkoeken en twee metershoge folieballonnen: een 1 en een 8.
Nee, deze keer kom je niet op zijn verjaardag, maar dat zou sowieso lastig zijn geweest met die avondklok.

Zou het?

{Brieven aan mijn vader}
Je zou het een goede keus gevonden hebben. Een degelijke auto van Duitse makelij, zoals je zelf ook had. Een automaat, rijdt zoveel makkelijker. En ook nog deels elektrisch? Dat zou nieuw voor je zijn, maar daarover zou je dan vanaf nu alles lezen in de krant en mij er de voor- en nadelen over vertellen en waar we vooral op moesten letten. En je zou diep van binnen blij zijn, dat ik destijds zo’n man als E had uitgekozen, met een stabiele baan en een goed inkomen. Dij vent, doar kist wat mit.
Je zou me bellen om te vragen wat je kleinzoon voor z’n verjaardag wilde. Volgende week 18 alweer, je zou het je niet kunnen voorstellen. Wat gaat het leven toch snel voorbij. Geld zouden we afspreken, een flink bedrag zou je storten op zijn spaarrekening, zoals je elk jaar deed, en misschien deze keer nog wat meer. Kon ie mooi besteden aan zijn studie of z’n reis komende zomer naar Japan. ‘Hou komt e doar wel bie?‘, zou je je verbaasd afvragen en ondertussen zou je naar Reizen Waes kijken om meer over dat verre land te weten te komen.
Je zou giftig zijn. Over de plek waar je grafsteen is geplaatst. Dat je niet netjes naast je zoon ligt, zoals je 20 jaar geleden al had geregeld. Din koop ik n dubbel graf en goa noast m liggen. Schande spreken over beheerder A van de begraafplaats in Bellingwolde die niet eens de moeite neemt om te reageren, om samen een oplossing te zoeken. Je zou trots zijn op mijn vastberadenheid om het toch voor elkaar te krijgen. We zouden lachen om de onderste steen boven, de rockdown, haantje de voorste en alle grappen die ons zouden helpen deze klus wat lichter te maken. En nog harder lachen dat ik weer een pakket van 24 lessen bij personal trainer D heb afgenomen. Om als het echt moet, hoogstpersoonlijk die steen van 800 kilo te verschuiven.

Einde verhoal

Pap, hoe kijk jij eigenlijk terug op het afgelopen jaar? Het begon direct eigenlijk al slecht-slechter-slechtst. ‘Einde verhoal’, zei je begin januari al. Ik zou een ellendige opsomming kunnen maken die tot half mei zou duren met allemaal spuuglelijke woorden: MRI, chemokuur, coronatest, rollator, palliatieve sedatie, sterfbed. En na mei was het nog lang niet over, je laive zuske ging ook nog. En de hele wereld ging op slot.
Maar jij denkt, wil ik denken, liever terug aan wat er wel fijn was. Je zegelring die kleinzoon E elke dag draagt. Mijn spierballen, mede gekweekt door jouw inbreng. De kleine veranderingen die man R langzaam durft door te voeren in wat nu zijn huis is. De warme knuffels van kleindochter L, bij elke huilbui opnieuw. Ex A waar ik keer op keer mijn verhaal over jou kan doen. En schoonzoon E die maar liefde blijft geven.
En je ziet me ook nog vaak genoeg. Als ik door de polders naast de JC ArenA ren en na 10 kilometer doodmoe thuiskom. Eem zitten. Of veel te hard op M&M’s kauw. Kist die de koezen wel kapot houwen. Als ik de verwarming wat hoger draai. Eem tikje hoger. Zo hard train met PT D dat ik er duizelig van word. Most d’r nou wel mit stoppen. Of voor de zoveelste keer naar de foto van ons in Venetië tuur, het verdriet weer op zoek bij Ede Staal of bij de begrafenisfoto’s die vriendin I maakte. t Is goud, mien wicht, t is goud.
Goede voornemens voor volgend jaar, heb je die nog? Ik zie je nadenken, nee flauwekul allemaal. En bovendien, je bent al gestopt met roken. Je blijft het hele jaar gewoon lekker rustig in Bellingwolde, naast je zoon, met zicht op de baauwten en de boerderijen. En dan zorg ik ervoor dat je steen op de juiste plek komt te liggen. Want zoals het nu is, zo waarkt t nait.  

Bloedkoraal

Ha papa, ik was toch al van plan deze week bij je langs te gaan. Ik wilde je vertellen dat we een steen voor je hebben uitgezocht, een steen uit een of andere Oostenrijkse berg, net als die van je zoon, en de tekst wordt ook mooi, ja laat dat maar aan mij over. We moeten het nog wel even hebben over de kosten, maar dat komt wel.
Maar nu is er dit. En had ik gewild dat je naast me zou zitten, maar ja wat heb je in dit leven te willen? Dus heb ik spullen gepakt van oma, een schortje dat ze ooit geborduurd heeft en een gehaakt zakje dat bedoeld was, denk ik, om walnoten in te bewaren voor het neutenschaiten met Pasen. Alle spullen om me heen gelegd, de blauwwitte kralen erbovenop. En de rode bloedkoralen die ik van je zusje heb gekregen vloekend omgedaan, omdat ik door de tranen de sluiting niet goed dicht kreeg. Ook nog het lijntje dat ik met jou en oma heb weg.
Ik heb geprobeerd hoop te halen uit een vlinder op de armleuning van de tuinbank, uit witte rozen die zich laten schikken, de vanzelfsprekendheid van de blik van mijn hond… Maar nee. Niks van dat alles.
Dus vanmiddag ga ik bij je langs en dan ga ik in je armen vallen en dan ga jij iets zeggen als ‘Zolang de kippen maar blijven broeden, komt het allemaal wel goed.’