Zou het?

{Brieven aan mijn vader}
Je zou het een goede keus gevonden hebben. Een degelijke auto van Duitse makelij, zoals je zelf ook had. Een automaat, rijdt zoveel makkelijker. En ook nog deels elektrisch? Dat zou nieuw voor je zijn, maar daarover zou je dan vanaf nu alles lezen in de krant en mij er de voor- en nadelen over vertellen en waar we vooral op moesten letten. En je zou diep van binnen blij zijn, dat ik destijds zo’n man als E had uitgekozen, met een stabiele baan en een goed inkomen. Dij vent, doar kist wat mit.
Je zou me bellen om te vragen wat je kleinzoon voor z’n verjaardag wilde. Volgende week 18 alweer, je zou het je niet kunnen voorstellen. Wat gaat het leven toch snel voorbij. Geld zouden we afspreken, een flink bedrag zou je storten op zijn spaarrekening, zoals je elk jaar deed, en misschien deze keer nog wat meer. Kon ie mooi besteden aan zijn studie of z’n reis komende zomer naar Japan. ‘Hou komt e doar wel bie?‘, zou je je verbaasd afvragen en ondertussen zou je naar Reizen Waes kijken om meer over dat verre land te weten te komen.
Je zou giftig zijn. Over de plek waar je grafsteen is geplaatst. Dat je niet netjes naast je zoon ligt, zoals je 20 jaar geleden al had geregeld. Din koop ik n dubbel graf en goa noast m liggen. Schande spreken over beheerder A van de begraafplaats in Bellingwolde die niet eens de moeite neemt om te reageren, om samen een oplossing te zoeken. Je zou trots zijn op mijn vastberadenheid om het toch voor elkaar te krijgen. We zouden lachen om de onderste steen boven, de rockdown, haantje de voorste en alle grappen die ons zouden helpen deze klus wat lichter te maken. En nog harder lachen dat ik weer een pakket van 24 lessen bij personal trainer D heb afgenomen. Om als het echt moet, hoogstpersoonlijk die steen van 800 kilo te verschuiven.

Einde verhoal

Pap, hoe kijk jij eigenlijk terug op het afgelopen jaar? Het begon direct eigenlijk al slecht-slechter-slechtst. ‘Einde verhoal’, zei je begin januari al. Ik zou een ellendige opsomming kunnen maken die tot half mei zou duren met allemaal spuuglelijke woorden: MRI, chemokuur, coronatest, rollator, palliatieve sedatie, sterfbed. En na mei was het nog lang niet over, je laive zuske ging ook nog. En de hele wereld ging op slot.
Maar jij denkt, wil ik denken, liever terug aan wat er wel fijn was. Je zegelring die kleinzoon E elke dag draagt. Mijn spierballen, mede gekweekt door jouw inbreng. De kleine veranderingen die man R langzaam durft door te voeren in wat nu zijn huis is. De warme knuffels van kleindochter L, bij elke huilbui opnieuw. Ex A waar ik keer op keer mijn verhaal over jou kan doen. En schoonzoon E die maar liefde blijft geven.
En je ziet me ook nog vaak genoeg. Als ik door de polders naast de JC ArenA ren en na 10 kilometer doodmoe thuiskom. Eem zitten. Of veel te hard op M&M’s kauw. Kist die de koezen wel kapot houwen. Als ik de verwarming wat hoger draai. Eem tikje hoger. Zo hard train met PT D dat ik er duizelig van word. Most d’r nou wel mit stoppen. Of voor de zoveelste keer naar de foto van ons in Venetië tuur, het verdriet weer op zoek bij Ede Staal of bij de begrafenisfoto’s die vriendin I maakte. t Is goud, mien wicht, t is goud.
Goede voornemens voor volgend jaar, heb je die nog? Ik zie je nadenken, nee flauwekul allemaal. En bovendien, je bent al gestopt met roken. Je blijft het hele jaar gewoon lekker rustig in Bellingwolde, naast je zoon, met zicht op de baauwten en de boerderijen. En dan zorg ik ervoor dat je steen op de juiste plek komt te liggen. Want zoals het nu is, zo waarkt t nait.  

Vier

Een tafeltje met bekers en een kan water, een doos tissues en vier poefjes. Vier kinderhoofdjes, twee donker en twee blond, kijken naar de foto van hun oma. Het oudste jongetje in een net overhemdje, serieus en wijs. Het meisje bedachtzaam, met natte ogen, haar haar in een rommelige visgraatvlecht. Het kleinste donkere jongetje zit met zijn armen rond zijn vaders been, achterstevoren op de poef. En de allerjongste, een boefje met warrig blond haar kan niet wachten tot hij een van de vier kaarsen aan mag steken.
Hun opa spreekt over dijken en doorgangen, en hoe dapper en definitief het is om naar de andere kant te gaan. De vader van de blonde twee schetst een jeugd zonder kleerscheuren, een onvoorwaardelijke moeder, een oma die voorlas en knutselde. De moeder van de donkerharige jochies huilt om haar allerliefste moeder en vraagt zich af wie ze nu moet bellen als ze het even niet meer weet. ‘Goed gedaan, mama’, zegt een van haar zoontjes als ze klaar is. Op de foto’s die tijdens de muziek worden vertoond, zien de vier kleinkinderen hun oma veranderen van zwart-wit klein meisje, jonge vrouw in oranje en bruine tinten naar de oma in kleur, die ze zo goed kennen.
Dan is het zover.
Er moet geplast, gesnoept, gespeeld, gedronken, gerend. Bij opa thuis, staren de twee blonde en de twee donkere hoofdjes nog even naar een scherm met gele Minions. Heel moe zijn ze, maar ook opgetogen. Zo laat als vandaag, zijn ze nog nooit naar bed gegaan.

Bloedkoraal

Ha papa, ik was toch al van plan deze week bij je langs te gaan. Ik wilde je vertellen dat we een steen voor je hebben uitgezocht, een steen uit een of andere Oostenrijkse berg, net als die van je zoon, en de tekst wordt ook mooi, ja laat dat maar aan mij over. We moeten het nog wel even hebben over de kosten, maar dat komt wel.
Maar nu is er dit. En had ik gewild dat je naast me zou zitten, maar ja wat heb je in dit leven te willen? Dus heb ik spullen gepakt van oma, een schortje dat ze ooit geborduurd heeft en een gehaakt zakje dat bedoeld was, denk ik, om walnoten in te bewaren voor het neutenschaiten met Pasen. Alle spullen om me heen gelegd, de blauwwitte kralen erbovenop. En de rode bloedkoralen die ik van je zusje heb gekregen vloekend omgedaan, omdat ik door de tranen de sluiting niet goed dicht kreeg. Ook nog het lijntje dat ik met jou en oma heb weg.
Ik heb geprobeerd hoop te halen uit een vlinder op de armleuning van de tuinbank, uit witte rozen die zich laten schikken, de vanzelfsprekendheid van de blik van mijn hond… Maar nee. Niks van dat alles.
Dus vanmiddag ga ik bij je langs en dan ga ik in je armen vallen en dan ga jij iets zeggen als ‘Zolang de kippen maar blijven broeden, komt het allemaal wel goed.’

Tante en nicht

Dezelfde slaapkamer.
En dezelfde dikke grijze sokken.
Allebei naar dezelfde basisschool.
Dezelfde humor.
Hetzelfde kapsel, allebei een bril.
Dezelfde smaak, in sieraden, schilderijen, bloemen en behang.
Dezelfde liefde van en voor haar moeder, mijn oma.
Allebei een man die van kippen houdt.
Elk een zoon.
Elk een dochter.
Geen wonder dat haar broer, mijn vader onze namen altijd door elkaar haalde.