Rust, reinheid en regelmaat

Stipt om 15.00 uur drinkt ze muntthee, dan gaat ze plassen, laat de wc-deur op een kier en loop ik naar binnen, draai een rondje, zwiep mijn staart tegen de toiletrol en ga terug de gang in. Ze trekt door, doet haar schoenen aan, pakt de riem en we gaan, rechtsaf door Villa Mokum, mijn lievelingsgebouw. Altijd, elke middag hetzelfde. Soms loopt ze ineens naar links, of ze plast niet of drinkt koffie. Dat moet ik niet. Dan weet ik het niet. Dan is alles anders dan anders. ‘Is goed voor ons,’ zegt mijn baas, ‘even uit onze comfortzone’. Maar waarom? Ik hou van gewoontes, van altijd alles hetzelfde. Van rust, reinheid en regelmaat. Mijn baas vindt dat maar saai. Dat moet ze niet. Af en toe moet en zal het allemaal anders. Gejaagd, groezelig en grillig. Maar wederom, waarom? ‘Nou’, zegt ze tegen haar vriendin terwijl we in het Darwinplantsoen lopen, ‘het is moeilijk om te bepalen of je nog tevreden bent met je gewoontes als je er nooit van afwijkt. Dus ontdek nieuwe dingen, doe nieuwe ervaringen op, vergroot je kennis.’ Ik word al moe als ik ernaar luister. Daarom deze tip van mij: laten we gezellig samen in onze vertrouwde mand blijven. Lekker dicht tegen elkaar aan, voor iedereen een botje en alleen een pootje buiten boord is meer dan genoeg. Zeker in een wereld waar bazen je maar blijven opjagen om je grenzen te verleggen.

Vastbijten

Grommen doe ik alleen als ik iets los moet laten, een tennisbal bijvoorbeeld. Op het grasveldje naast Roeivereniging Willem III, vlak bij de geiten die daar in een weitje staan, gooit mijn baas vaak met een bal. Pijlsnel ren ik er achteraan, kom met de bal weer terug, ga zitten en kijk haar uitdagend aan. De bal klemvast – net als André Onana – in mijn bek. Hoe harder ze roept dat ik moet loslaten, hoe steviger ik me erin vastbijt. Grrr, grrr.
Als ik los zou laten, zou zij de bal weer weggooien en zou ik er als een Dafne Schippers achteraan kunnen. Dat weet ik wel, maar het is gewoon te moeilijk.
Mijn baas bijt zich ook liever vast, terwijl ze beter kan loslaten. Als het met bakken uit de hemel valt en mijn puberbaasjes willen hun regenbroek niet aan, blijft ze daar maar over doorzeuren. Halen ze een onvoldoende, dan kan ze het niet laten om te zaniken hoe stom dat is. Laat ze toch met rust denk ik dan, jij wordt toch niet nat?! En je hebt je diploma ook allang.
Nu heeft ze zo’n zelfhulpboek gekocht, ‘Problemen laten bij wie ze horen’ staat er voorop. Met een markeerstift streept ze bijna alle regels gifgroen. De stift stinkt zo erg, dat ik niet naast haar op de bank wil liggen. ‘Kom dan, kom dan’, blijft ze aandringen, maar ik wacht wel tot ze het boek uit heeft. Wie weet kan ze mij dan ook leren hoe ik de bal moet loslaten. Maar, als ik eerlijk ben, ik moet het nog zien. Grrr.