Die Ene

Alle koeien die mijn broer Bart bijzonder vindt, krijgen een naam van hem. Voetbalkoe heeft zwart-witte vlekken in de vorm van een bal. Gekke Geluid, dat is een koe die heel vreemd loeit, als papa met het melkstel haar spenen vacuüm zuigt. En Puzzelstukje is een koe met een tekening van een puzzelstukje op haar vacht. Yoghurt-kleur is er ook nog, omdat ze bijna helemaal wit is.
Ik verzin ook wel eens een naam voor een koe, Pinokkio voor een koe met een lange snoet of Brillie, zij heeft grote witte cirkels om haar ogen. En eentje noem ik Bambi omdat ze zo wankel loopt dat het lijkt alsof ze elk moment kan uitglijden op de gladde roosters boven de mestkelder. Mama zegt dat die namen te moeilijk zijn voor Bart. ‘Hij benoemt wat hij ziet’, zegt ze. Dan zouden mijn koeien Langsnoet, Rondoog en Uitglijder moeten heten, maar dat vind ik stom.
Er lopen een paar koeien rond die naar papa’s smaak teveel gras morsen. Als ze een hap gras in hun bek hebben, gooien ze met zoveel kracht hun kop in de nek dat meer dan de helft van het gras in de mestkelder belandt. Die koeien, het zijner een stuk of vijf van de honderd, krijgen van papa een ijzeren ring in hun neus, zodat ze zichzelf bezeren als ze met gras lopen te klieren. Een prima manier om slecht gedrag af te leren, vindt hij. Een van die koeien noemt Bart Ring in de Neus. De anderen, die ook een neusring hebben, hebben geen naam.
Die Ene, die ben ik nog vergeten. Ik heb geen idee waarom Bart haar zo noemt. Die Andere heb je dan weer niet. Mama kan wel meer zeggen over Bart en te moeilijk, maar dit zijn dingen die ik niet snap. Terwijl ik juist graag zoveel mogelijk wil begrijpen. Op school kan ik dat heel goed. Dat zegt mijn meester ook. Dat ik een gretige leerling ben. Leergierig. Dat is een woord dat niet klopt, want als je veel wilt leren, hoe kun je dan gierig zijn? Dat vindt de meester dan weer precies een opmerking voor mij.
Papa en oom Hein hebben natuurlijk geen namen bedacht voor al hun honderd koeien. Zij herkennen de koeien aan de cijfers op hun bil. Zo kunnen ze ze uit elkaar houden en weten ze precies hoeveel biks ze ze moeten voeren. Of voor welke koe het tijd is om een spuit met spul te krijgen, zodat er weer een kalf komt.
Bart weet niks van cijfers, hij kan het verschil tussen een vijf en een negen niet eens zien, maar als hij na twee weken tehuis het weekend weer thuis komt, ziet hijdirect welke koe nu rechts in plaats van links in de ligboxenstal staat. Of welke koe gekalfd heeft en weer terug in de stal is. Papa en mama vinden dat heel erg knap van hem. Als er iemand langskomt, vertellen ze graag wat hij allemaal kan. ‘Bart kan met z’n knuist een pen vasthouden’, zegt mama terwijl ze met de dirigent van het plattelandsvrouwenkoor door een map met repertoire bladert. ‘Hij kan een zin van drie woorden uitspreken’, vertelt papa aan de veehandelaar en stopt het zwarte geld dat net in zijn hand gemoffeld is, in het donkerrode blikje bovenop de koelkast. Of dat hij op paardrijden zit, daar hebben ze het vaak met de dierenarts over, want zijn zoon rijdt ook bij manege de Dollard in Winschoten. Eén keer toen de dierenarts na een keizersnee binnenkwam voor een kop koffie en het weer over paardrijden ging, zei ik dat Bart twee mensen nodig had om op het paard te kunnen blijven zitten. Maar volgens mama ging het daar niet om.

2 gedachten over “Die Ene”

  1. Prachtig beschreven Ingrid met name omdat jouw verhaal weer beelden en een glimlach oproepen van toch wel even geleden! Jouw broer heeft me wel uitgenodigd om koeien te kijken en dan duurde het minstens drie kwartier voordat ik aan de koffie zat!

    Like

Geef een reactie op Ingrid Haan Reactie annuleren