Verkéérd

Als er iemand dolgraag in zijn comfortzone bleef zitten, was het mijn broer wel. In de jaren tachtig mocht dat gewoon nog. Hij dronk altijd dezelfde drankjes, steevast eerst cola dan cassis, koos in een restaurant standaard kipsaté en reed bij voorkeur – voor in de auto – over bekend terrein. De weg van onze boerderij in Bellingwolde naar kindertehuis De Meent waar hij als jongen woonde, kon hij dromen. Op de kruising na Blijham, altijd rechtsaf, naar Winschoten. Behalve dan die ene keer.
Mijn vader laat de koeien voor een weekend over aan zijn broer, mijn moeder heeft tassen vol tompoucen, suikerpinda’s en paprikachips bij de Albert Heijn gehaald, we gaan naar De Huttenheugte, een bungalowpark van Sporthuis Centrum in Drenthe. Met een splinternieuw subtropisch zwemparadijs inclusief oranjerood betegelde knuffelmuur. Verkééring, zoals mijn broer mijn vriend noemt, gaat ook mee. Met z’n drieën zitten we op de achterbank – broer onder protest, maar wel bij het raam – van onze donkerrode Audi 100.
De naam van het bungalowpark is voor Verkééring voldoende aanleiding om de vieze-woorden-kraan wijd open te zetten. We zijn nog niet over de Westerwoldse Aa of het is al Kuttenvreugde voor en Kuttenvreugde na. Broerlief grijnst tot hij kramp in zijn kaken krijgt. Ternauwernood houdt hij zijn striepkoorn boksem droog.
Bij de kruising, rechtsaf naar Winschoten, gaan we naar links, richting Vlagtwedde. ‘Verkéérd!’ galmt het door de auto. Mijn broer kijkt benauwd om zich heen. Zijn lichaam helt steeds verder over naar rechts, alsof hij zo de auto alsnog de goede kant op wil sturen. Met een paar poep- en piesgrappen weten we hem af te leiden.
Bij aankomst in onze bungalow, wij zitten altijd in nummer 5 op de hoek, met vrij uitzicht over het meer en dichtbij het zwembad, de winkel en het restaurant, zetten wij onze tassen en koffers in het te kleine halletje. Terwijl in alle andere bungalows bedden worden opgemaakt en koelkasten gevuld, lopen wij meteen door naar het zwembad.
Mijn vader neemt mijn broer onder zijn hoede, eerst in de kleedkamer, daarna in het golfslagbad. Eén keer per half uur, als de sirene loeit en de nepzee wordt aangezet, roept mijn broer zo hard mogelijk: ‘De golven worden gevaarlijk’. Zijn luide stem resoneert lang na in de enorme plastic koepel die over het zwemparadijs is gebouwd. Die zin heeft hij in ‘Jezus en de storm’ gelezen. Nou ja gelezen, wij lezen dat verhaal over Jezus die in een boot slaapt en niet wakker wordt van de storm, maar de storm wel tot bedaren krijgt, natuurlijk voor.
Mijn moeder installeert zich aan de badrand op een plastic ligstoel met alle handdoeken en ‘Een gelukkig huwelijk’ van Konsalik en Verkééring en ik hopen van harte dat er nog niemand in het bubbelbad onder de plastic palmen zit om daar, maar ik weet niet zeker of ik dat wel durf, de naam van het bungalowpark eer aan te doen.
Als rond vijf uur het zwembad overstroomt met mensen, lopen wij met natte haren en gehuld in een flinke chloorlucht terug naar huisje nummer 5. Mijn broer maakt een puzzel, mijn moeder slaat Konsalik weer open en mijn vader steekt het haardblok van samengeperst zaagsel links en rechts aan. Verkééring en ik liggen verstrengeld op de zwart leren hoekbank. Alle vijf stevig in de comfortzone. Niet verkeerd.

Eén gedachte over “Verkéérd”

  1. Nogmaals gelezen. Kostelijk. Alleen dat die moeder Konsalik las….!!! Beter zou daar de naam Anja Meulenbelt staan. Met het boek: De schaamte voorbij. Verder: al die herinneringen…. Mooi.

    Like

Geef een reactie op aafenir Reactie annuleren