Met een stuk kippengaas probeer ik het pas gezaaide gras in ons postzegeltuintje te beschermen tegen het gegraaf van Mokum. Voordat de hond in ons leven kwam, hielden wij drie kippen: Plof, Kriel en Stres. Ik mis ze nu ik mijn rechter wijsvinger aan de uiteinden van het gaas snijd. Dat onbekommerde gescharrel, het kneuterige getok, het gefladder als ze een zandbad namen…
Mijn opa Lambertus hield ook kippen. Voor de eieren en het vlees. Als ze na een jaar of twee, drie te weinig eieren legden, slachtte hij ze zelf. Zonder een kik te geven, draaide hij de nutteloze kip de nek om. Om daarna met een ferme haal van zijn bijl haar kop eraf te hakken. Door de kieren tussen mijn vingers die ik voor mijn ogen hield, keek ik toe.
Hij dompelde de vogel niet direct ondersteboven in een emmer water, maar zette haar eerst nog even op de grond. Heel soms liep de kip zonder kop nog wat spastisch rond, maar vaker zeeg ze direct ineen. Mijn opa verzekerde mij dat de kip geen pijn meer had en verdronk haar dan in de emmer. Ik haalde mijn handen voor mijn gezicht vandaan, maar vertrouwen deed ik het niet. Druipend hing opa de kip op de kop in de deurpost tussen de stal van de kalveren en de vaarzen. In het midden zaten twee haken waarin hij boontje-touw had gehangen. Er zat een ingewikkelde knoop in die mijn opa met één ruk los en vast kon maken. De kippenpoten pasten er exact in. Met haast wiskundige precisie haalde hij het vel van het dier los en stroopte het verenpak van de kip. Dan kon het uitsnijden van de onderdelen beginnen. Met één jaap sneed hij de kip in de lengte doormidden en pulkte met zijn blote handen maag, hart en lever eruit. Het orgaanvlees nam hij zelf mee naar huis, dat vond hij het lekkerst. En een poot voor oma Barbertje. De rest van de kale kip drukte hij mij in de handen. Lekker vond ik, zeker met sperziebonen en zelfgemaakte appelmoes.
Mijn vinger bloedt best hard. Door de open tuindeur vraag ik puberzoon en -dochter om een schaar. Ze horen me niet, allebei op hun eigen iPad verdiept in een eigen aflevering van Game of Thrones. Dan pruts ik zelf een stuk keukenrol om mijn vinger en haal een schaar uit de la waarmee ik een reep pleister afknip. Altijd te breed of te smal. En anders wel scheef geplakt. Er kleeft bloed aan de schaar, op de la zitten rode vegen en ik heb ook nog een beetje gemorst op de kipfilets die op het aanrecht liggen te ontdooien.
Beeldende en beeldige omschrijving. ‘n Heel mooi stuk met prachtige woordvondsten en originele zinnen. Geweldig, Ingrid!
LikeLike
En dat voor een Haan. Dank, moeder.
LikeLike
Fantastisch verhaal Ingrid en voor mij heel herkenbaar mijn vader slachtte in de oorlog ook zelf kippen en konijnen ! Maar daar waren we niet bij.Eens op een dag hing onze grijze in de schuur met nog wat haar aan zijn pootjes.Ik geloof dat ik 25 jaar was voor ik konijn kon eten .!! Want eerder zag ik altijd weer onze grijze hangen. José.
LikeGeliked door 1 persoon
Ha José, niet echt een fijne herinnering lijkt me. Maar fijn dat je het een mooi verhaal vindt.
LikeLike