Maandag – Barbapapa

Zwarte zwachtel, want gisteren nog plantjes gepoot – ik maak een rood-wit Ajaxtuintje – eraf. Oefenen met vinger- en armzwachtel. Nieuwe witte zwachtel erom. Koffie halen, de koffie in het restaurant van de polikliniek schijnt net een slagje beter te zijn hoor ik. Dat wordt mijn hoogtepunt morgen. Nu eerst de psycholoog.
Terwijl ik wacht, blader ik in een kinderboek van Barbapapa. De oranje met bril, Barbabientje, is nog steeds mijn favoriet. Zij is de slimste. In het verhaal – ze zijn verdwaald in de woestijn- gebuikt ze de reflectie van de zon in het glas van haar bril om vuur te maken en kookt daar dan vervolgens meloensoep op. Warm fruit en een kapotte bril, ahum.
Het zou wel handig zijn zo te kunnen transformeren als een Barbapapa. Daar moet ik later op terug komen, want de psycholoog komt eraan. Ze maakt een tekening van een berg met op de top een poppetje en op driekwart van de helling een poppetje op een stoel. Als je iets ergs hebt meegemaakt, val je van de top naar beneden. Je kunt via de steile korte kant weer omhooglopen, maar dan is het risico op terugval hoog. Dat zullen we dan nog wel eens zien. Je kunt ook slalommend de berg op. Stapje voor stapje. Brr. Wat niet kan, is de top bereiken, want in mijn geval, chronische aandoening. Hoogstens kom je op de stoel terecht. Geen denken aan. Daar is het uitzicht een stuk minder, hoezo moet je daar op een stoel, op de top zie je meer en kun je meer bewegen. Dus, ik zou de bovenkant van de top eraf snijden zagen hakken, zodat je toch bovenop kunt komen te staan. Als je de plek op de stoel accepteert, ben je een watje. Of je maakt het daar gezellig en geniet van de rust en het feit dat je niet de hele tijd energie kwijt bent met naar boven lopen en weer terugvallen. Ik twijfel.
Ook het woord verzet komt aan bod, maar dan is het toch beter dat u in Amsterdam naar een psycholoog gaat. Het verzet merk ik bijvoorbeeld als in mijn afwezigheid een verpleegkundige nieuwe koffie naast mijn bed heeft gezet. Met koffiemelk. Ik zou kunnen denken ‘goh wat attent’, maar ik denk ‘ik wíl helemaal geen koffie’. Zo’n incidentje raakt mijn autonomie. Met autonomie zou je moeten omgaan alsof het een Barbapapa is. Je bent het aldoor zelf, maar in wisselende gedaantes.
Buiten begint er iets te bezinken. Ik zie een P-bord met een ooievaar met een mandje in haar bek. En vraag me af of er ook Friezen zijn die geen Fries kunnen spreken.
De tweede beweegsessie sport ik, spelen met de hartslag. Als de mijne op 125 zit, is dat al sporten. Dat is 75% van m’n maximum. Een hartslag van 100 valt onder de noemer bewegen. Daar zijn allerlei richtlijnen voor. Een soort Schijf van vijf voor bewegen. Gaap. Als mijn hartslag 150 is, bedrijf ik topsport. Wie gelooft dit? Misschien moest ik mijn sportregime maar eens herzien. Nou moe. Het is maar waar je de lat legt. Barbabientje kan er gelukkig altijd bij.

Eén gedachte over “Maandag – Barbapapa”

Geef een reactie op Marianne Reactie annuleren