Do en vr – Appelsap

Nou nog één keer dan: het ziekenhuis zet hoog in, als je hier weggaat is je arm zo dun mogelijk en de kous perfect. Thuis, als ie dikker is geworden kun je de volgende dag meten en eroverheen zwachtelen. Een halve dag of zo en dan is het vast weer afgenomen. De arm kan alleen maar verontrustend toenemen als je wondroos krijgt. Verder niet. Onthoud dit Ingrid!
In de ochtend laat ik bed 1 foto’s uit Florence zien. Overal benadruk ik de kous, de handschoen (toen nog zonder vingers) of iets anders lelijks. Wil je echt zo’n persoon zijn? Al die energie die ik kwijt ben aan mijn vijand de handschoen… Bed 1 laat me de site van de kousenfabrikant zien, ze zijn er in allerlei kleuren. Ik schrik van de afbeelding van een lachende, jonge vrouw met een kersenrode armkous en handschoen. Wil je echt zo’n persoon zijn, deel 2? Qua acceptatie ben ik volgens de vragenlijsten van een 4 naar een 5 gegaan, gemeten voor en aan het einde van de opname. Stapje vooruit. Qua vertrouwen dat ik zelf de ups en downs van de arm en hand kan regelen van een 1 naar een 7. Yeah! Nog meer cijfers, ben ik daar ook van af: de laatste ochtend onthoud ik eindelijk de vitale metingen, ik denk voor mijn bèta-gezin. Hartslag 52, temperatuur 36,6, saturatie 98 en bloeddruk toch weer vergeten, maar dat zijn ook twee getallen. Bij de laatste waterbakmeting blijkt dat er nauwelijks verschil in begin- en eindsituatie van de linkerarm zit, maar dat had ik ook niet verwacht. Het verschil tussen links en rechts is iets van 225 ml, dat is een glas drinken. Maar dan gestold. De hoofdbehandelaar heeft alle tijd en geeft mij een compliment dat ik zo goed was voorbereid met vragen. Mijn opname is geslaagd. Ik glim vanbinnen.
De donderdag is saai, de beweegsessies hetzelfde, het eten aardappelenvleesgroente. Tegen vijf uur haal ik de fles wijn (gezwachteld in aluminiumfolie) uit de koelkast en schenk ’m over in de lege fles appelsap. Tijdens het laatste avondmaal gaan de flessen prosecco en appelsap rond. De Amsterdamse bedden drinken het meest. Het oudste bed trakteert op een toetje. De bonte avond is begonnen! Er is ook nog rode wijn, verrassing van het Zeeuwse bed dat al naar huis is, hij had het onder het kussen van het andere Amsterdamse bed gelegd. Onze favoriete avonduitdeler komt met stapels bifi-worstjes, kaas en nootjes. Sjoelen, ik word laatste, maar dat komt omdat ik de enige ben met een oedeemarm, dan sta je met sjoelen al 1-0 achter. Enorm gelachen.
Oké vrijdag nog even Pilatessen – Hazes zingt Zij gelooft in mij en ik denk ineens dat die zij mijn arm is – en een vegetarisch prutje. Twee bananen, ook een voor man E voor onderweg. De kousen willen vandaag maar niet komen. Ook al zijn er vier zendingen per dag in het ziekenhuis, Uiteindelijk ga ik zonder naar huis, maar met zelf ingezwachtelde vingers, hand en arm. Man E stopt bij Tút en derút, net als twee weken geleden. Mokum likt de ziekenhuisgeur van mijn gezicht. Thuis zie ik bloemen van buurvrouw A, een shirt met XXX6 en hoor ik: ‘MAMA!’

Eén gedachte over “Do en vr – Appelsap”

  1. Het mooiste moment dus; het thuis komen. Nou vooruit, op de bonte avond na. De opname is voorbij Ingrid. De arm blijft . Ik hoop dat je voor de arm genoeg aan de wijze lessen hebt gehad! Bedankt voor het delen van de verdrietige maar oh zo mooie verhalen.

    Like

Plaats een reactie